Jansons' Sjostakovitsj zeldzaam opwindend

Het Concertgebouworkest speelde tot u toe weinig Sjostakovitsj (1906-1975), maar neemt in de eerste helft van dit Sjostakovitsj-jaar revanche met een omvangrijk Sjostakovitsj-project. Dankzij de nieuwe chef-dirigent Mariss Jansons, die gisteravond begon met een spectaculaire uitvoering van de Zevende symfonie.

Het conflict tussen individu en omgeving - dat noemde Jansons eerder deze week de sleutel tot een goed begrip van Sjostakovitsj muziek. Het is geen vernieuwend inzicht. Maar voor Jansons, die Sjostakovitsj in St. Petersburg vaak heeft ontmoet en als jongen ook zelf voortdurend beducht moest zijn voor afluisterapparatuur, is dat geen abstractie, maar zijn eigen verleden. En juist een goed begrip van de 'binnenkant' van zijn muziek noemde Sjostakovitsj essentieel voor een goede uitvoering van zijn werken.

De Zevende symfonie, ontstaan in 1941 tijdens het beleg van Leningrad, is klinkende geschiedenis. Wie kent niet de foto van Sjostakovitsj als behelmde brandweervrijwilliger, opgesteld op het dak van het conservatorium? Wiens vernietigende kracht - Hitlers of Stalins - er in het krijgsgeweld van het openingsdeel wordt verklankt, is altijd punt van discussie geweest, maar doet voor de muzikale slagkracht ervan eigenlijk niet ter zake; destructie is destructie.

Valery Gergjev leidde de Zevende bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest nog in 2001. Het verschil met de uitvoering onder Jansons bleek enorm. Voor Gergjev is Sjostakovitsj krachtig, vitaal, wringend. Jansons zocht de verplettering gisteravond juist in een uitgesproken subtiele opbouw van het eerste deel. Na een forse introductie werd het 'invasiethema' met een nauwelijks hoorbaar roffeltje ingezet, en zeer gestaag en griezelig precies uitgewerkt tot donderende martiale overdaad - door Jansons met omhoog klauwende handen aangevuurd. Het effect was zenuwslopend, zeldzaam opwindend en nu al historisch.

Subtiel bleven Jansons en het orkest ook in de drie delen die volgden. In de bedwelmende hobosolo van Alexei Ogrintchouk (II), in lyrische strijkers als liefdevolle reminiscentie aan het goede (III) en in het beklemmende slot dat wel uitbundig was, maar niet triomfantelijk. In die interpretatie is Jansons uniek. Het doet uitzien naar zijn Nederlandse operadebuut in juni, met Sjostakovitsj duister-dramatische opera Lady Macbeth van Mtsensk.

Concert: KCO o.l.v. Mariss Jansons. Sjostakovitsj - Symfonie nr. 7 ('Leningrad'). Gehoord: 19/1 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 22/1 en 14/6, aldaar. Radio 4: 22/1, 14.15 u (live). Inl.www.concertgebouworkest.nl

    • Mischa Spel