Iskander

“Taekwondo is stom. Ik ga niet“, schreeuwde Iskander bovenaan de trap.

“Je gaat wel“, krijste zijn moeder beneden in de gang. “Het is goed voor je!“

“Dus niet!“ ; “Dus wel!“

Zo waren ze al zeker een kwartier bezig. Maar daar begon vanaf de zolder, nog een trap hoger, Iskanders vader te brullen: “Kan het nu afgelopen zijn?“ Het moest altijd stil zijn bij Iskander thuis. Zijn vader schreef een boek. Het was een erg moeilijk boek. Het ging over diertjes die zo klein waren dat je ze zelfs met een microscoop haast niet kon zien, en over wat die diertjes allemaal deden.

Iskanders vader kwam de trap af klossen. “Wat is er nou toch?“ Hij legde een warme hand in Iskanders nek. “Is dat taekwondo zo erg?“ “Ja“, fluisterde Iskander, “je moet erbij schreeuwen dat durf ik niet.“

Maar even later zat hij toch op de achterbank van zijn moeders auto. Het was pas zijn tweede taekwondotraining. Volgens zijn moeder kon het nooit zo moeilijk zijn als het de eerste keer was geweest. Niet alleen zij en Iskanders vader vonden taekwondo een goed idee voor hem. Ook Jannie, de praatdokter die Iskander eens per week zag, en de meester van school dachten er zo over. Door taekwondo te doen, beweerden ze, zou hij minder vaak moeten huilen. Iskander slikte. Daar was de sportschool al. “Vooruit maar“, zei zijn moeder. “Veel plezier, hè.“

In de kleedkamer rook het erg naar tenen. Op de bank zat Achmed, de grootste griezel uit Iskanders klas, die net een rode band om zijn middel knoopte. Hij keek op en zei: “Hoi.“ Iskander schrok zich rot. Zonder iets terug te zeggen begon hij zich om te kleden. Zijn ceintuur was wit, wat betekende dat je nog niets van taekwondo kon. Rood betekende dat je supergoed was.

“Tsiwanna! Tsindossot! Tsinauw!“ Bij taekwondo moest je in het Koreaans tellen. Iskander prevelde maar zo'n beetje mee. Hij lag op zijn rug op de grond, met zijn knieën naast zich getrokken, en had overal pijn. Om hem heen lag de zaal vol kinderen die hij niet kende “Wakker worden“, hoorde hij ineens. Met een rood hoofd krabbelde Iskander op.

Nu moesten ze een voor een door de zaal rennen en hoge sprongen maken, als een soort balletdansers. Tot Iskanders verbazing lachte niemand. Na het springen kropen ze op handen en voeten zo snel mogelijk zijwaarts over de grond. Net kreeften, dacht Iskander. Hij moest plotseling grinniken, als enige. De taekwondomeester kwam naast hem staan: “En dan nu: twee keer hakki chaki! Wha!“ Hij deed Iskander de schop voor. Iskander deed hem na: “Whoe!“ “Goed zo“, zei de taekwondomeester. Aan het eind van de les boog iedereen voor iedereen.

Iskander moest met de bus terug, net als Achmed. Hij ging maar gauw ergens zitten en Achmed schoof, alsof het vanzelf sprak, naast hem op het bankje. “Hé Issiker, of hoe heet je, wist je dat een echte taekwondogrootmeester stenen door kan slaan met zijn handen? Hij schopt ook zo een appel van een mes. Hwaejun chaki heet dat. Hé, moet je kijken!“ De bus reed langs hun school. Op het plein stond meester Mo. Met een politieman.

Judith Eiselin

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Pien.