In Iran geldt: luister naar wat níet wordt gezegd

Veel westerlingen kunnen maar moeilijk begrijpen wat in de hoofden van mijn Iraanse landgenoten omgaat, nu wij het ene moment zeggen dat wij bepaalde landen van de kaart gaan vegen, en het volgende moment dat wij tot elke prijs een kernmogendheid zullen worden.

De verwarring is nu zo groot dat ik het als mijn plicht zie om naar voren te treden om in deze ernstige internationale situatie enige klaarheid te scheppen.

Daarom bied ik u mijn hoogstpersoonlijke 'Complete, ongecensureerde gids tot begrip van de Iraanse nucleaire crisis' aan.

Heeft Iran een atoombom?

Ik denk van niet, anders zouden alle Iraniërs ervan weten. En als het Iraanse volk iets weet, weet de hele wereld het, want een Iraniër kan geen geheim bewaren, ook al is hij minister van Inlichtingen.

Zouden de Iraniërs de bom wíllen hebben?

Ja en nee. Er zijn twee soorten specialisten in Iran: de ene, die weet wat een atoombom is en wat er goed en kwaad aan is, en de andere, die daar geen idee van heeft.

De mensen die weten wat het is, willen het ding niet hebben. De mensen die niet weten wat het is, willen het dolgraag hebben.

Waarom willen de Iraniërs kernenergie voor vreedzame doeleinden hebben?

Omdat de Amerikanen hun die energie niet gunnen. Dat geldt uiteraard niet alleen voor kernenergie. Als Amerika zich vandaag achter president Mahmoud Ahmadinejad opstelt, zet de Iraanse regering hem binnen een week uit zijn ambt. Over het geheel genomen is het zo dat de Iraniërs alles willen wat de Amerikanen niet willen.

Waarom is het niet mogelijk om met de Iraanse regering tot een vergelijk te komen?

Ieder land van de wereld heeft één regering, en met de leden van die regering praat je over groepen van de harde lijn. Maar in Iran is de regering zelf van de harde lijn, daarom moet overleg over het beteugelen van de regering plaatsvinden met de gematigden buiten de regering. Dat is echter niet mogelijk, omdat iedereen die een béétje verstand heeft geen macht heeft, terwijl zij die macht hebben geen greintje verstand hebben.

Waarom hoeft het Westen zich geen zorgen te maken over de mogelijkheid dat Iran de atoombom krijgt?

Omdat de huidige Iraanse regering met haar atoombommen niet Israël wil tegenhouden, maar haar eigen oppositie.

Waarom moet het Westen zich wél zorgen maken over de mogelijkheid dat Iran de atoombom krijgt?

Omdat álles wat in Iran gebeurt reden tot zorg is.

Waarom kan Iran het Westen niet vertrouwen?

Ten eerste omdat een Iraniër niemand vertrouwt, laat staan een buitenlander. Ten tweede omdat een Iraniër niemand kan vertrouwen die iets voor hem verborgen houdt. En hij kan evenmin iemand vertrouwen voor wie híj iets verborgen kan houden. Ten derde omdat het voor de huidige regering van Iran heel moeilijk is om wie dan ook te vertrouwen. Als zij iemand vertrouwt, moet zij met die persoon in overleg treden. Daartoe moet zij eerst nadenken. En om na te denken moet zij rationeel handelen. Maar als zij rationeel handelt, raakt zij haar politieke macht kwijt, want anderen kunnen rationeler handelen en beter nadenken. Ten vierde wil de Iraanse regering misschien iets ondernemen tegen landen die haar willen vertrouwen, maar zonder dat die landen dat weten, wat dus meebrengt dat zij die regeringen niet kan vertrouwen. Ten vijfde hebben de westerlingen heel bepaalde plannen, die zij openlijk verkondigen en die zij vervolgens uitvoeren om heel bepaalde doelstellingen te bereiken. Hoe kun je zulke mensen nu ooit vertrouwen?

Waarom kan het Westen Iran niet vertrouwen?

Om te beginnen moeten westerse functionarissen, om vertrouwen te winnen, contact leggen met de Iraanse regering, en met haar vertegenwoordigers praten. Dan krijgen zij vertrouwen. Een paar dagen later merken zij dat de Iraanse regering is veranderd. Net als zij weer overleg voeren om opnieuw vertrouwen te winnen, verandert de regering weer.

Wanneer er een nieuwe regering aan de macht komt, laten haar leden doorgaans weten dat zij de oude regering niet vertrouwen. De oude regering laat van haar kant weten dat zij de nieuwe regering niet vertrouwt. Dan zit het Westen dus met twee regeringen die elkaar niet vertrouwen, maar die wel verwachten dat het Westen hén vertrouwt.

Ten tweede voeren westerlingen overleg met afgevaardigden van Iran en komen tot een overeenkomst. Dan krijgen zij door dat de mensen met wie zij gesproken hebben, door hun eigen minister niet worden vertrouwd. Dus plegen zij overleg met die minister, maar ze komen er weldra achter dat de minister van Buitenlandse Zaken niet gerechtigd is besluiten te nemen over buitenlands beleid.

Dus gaan zij praten met de president, maar dan komen zij er alweer spoedig achter dat híj op het punt van buitenlands beleid weer niet wordt vertrouwd door de leider van het land. Dan verdiepen zij zich dus in het standpunt van de opperste leider, en komen tot de conclusie dat zijn standpunt verschilt van dat van de minister, ook al zijn ze beide officieel.

Ten derde is het zo dat Iraniërs ofwel vertrouwen genieten maar geen macht hebben, ofwel geen vertrouwen genieten maar wel politieke macht hebben.

In de vierde plaats zijn Iraanse politici, wanneer je ze onder vier ogen spreekt, heel gematigd en kalm; geven zij een persconferentie, dan zijn zij heel conservatief, en spreken zij het in het openbaar, dan zijn zij heel radicaal en van de harde lijn. Zou u zulke mensen vertrouwen?

Ten vijfde: neem een volstrekt willekeurige kwestie en leg die aan de zittende machthebbers voor. De ambassadeur zegt: 'Dat doen wij zeker.' Hij geeft het door aan de minister van Buitenlandse Zaken, die zegt: 'Ik ben het ermee eens dat dit moet gebeuren.' Zijn woordvoerder zegt: 'Het zal misschien gebeuren.' De president op zijn beurt zegt: 'Het kan niet gebeuren.' De leider van het parlement zegt: 'Misschien kan het gebeuren', waarna de voorzitter van de Raad ter Onderscheiding van wat het Beste is zegt: 'Misschien zal het later gebeuren.'

De opperste leider zal uiteraard verklaren: 'Het is precies zoals de functionarissen hebben gezegd.'

Ebrahim Nabavi is Iraans journalist en schrijver en auteur van de gevangenismemoires 'Sallon 6' (2001). Hij zat in Iran gevangen om zijn politieke satires. Sinds 2003 woont en werkt hij in Brussel.

    • Ebrahim Nabavi