Fledders op de grond

De Stad van de Dromende Boeken van Walter Moers is een boek voor volwassenen, maar de hoofdpersoon is een draak - en er staan plaatjes in. In deze originele, virtuoze avonturenroman voltrekt zich de queeste van een beginnend auteur. De draak of, preciezer gezegd, de “rechtop lopende dinosaurus' Hildegunst van Mythenmetz uit het land “Zamonië', is zoals alle leden van zijn volk voorbestemd om schrijver te worden. Hij weet alleen niet waarover te schrijven en gaat daarom op zoek naar het “Orm', bij ons mensen beter bekend als inspiratie of Muze.

Illustratie Walter Moers Moers, Walter

Het boek laat zich nog het best karakteriseren met woorden als “doldwaas' of “knotsgek', maar behalve melig is de roman zeker ook intelligent. Het is een liefdevolle parodie op de wereldliteratuur én op de “literatuurwereld', van schrijvers, uitgevers, drukkers, recensenten en lezers. Moers verwijst naar stromingen en schrijvers en neemt genre-conventies op de hak, zoals die van het griezelverhaal. Het verhaal speelt zich grotendeels af in een onderaards labyrint van stoffige, goed gevulde boekenkasten.

Een minpunt van het boek vormen de illustraties. De precieus met pen en inkt getekende plaatjes doen nog het meest denken aan werk van een beginnend striptekenaar die zichzelf erg serieus neemt. Maar dit euvel wordt goedgemaakt door de hoeveelheid vondsten in de tekst. Neem alleen al de vele meeslepende boektitels en auteursnamen die en passant genoemd worden, zoals “Het Luchtgezicht' van “Behemot Orkan' of “Mijn seconden zijn langer dan uw haar' van “Coconus Nusgoko'.

“Dit is geen verhaal voor types met een dunne huid en zwakke zenuwen', staat er op de eerste bladzijde. “Hup-hup weg jullie kamilletheedrinkers en huilebalken, slappelingen en doetjes, dit verhaal gaat over een plek waar lezen nog een echt avontuur is!' De ik-verteller, de draak, is “pas zeventig' als zijn “Dichtpeet', diegene die hem heeft ingewijd in de literatuur, sterft. Hij trekt de boze buitenwereld in, over de “vlakte van Dull' naar “Boekheem', stad van uitgevers en boekhandelaren. Daar krijgt hij te maken met zaken als vergiftigde boeken en letterlijk bijtende kritieken, in een labyrint vol monsterachtige creaturen.

Moers bespot in zijn boek ook het boek zelf. “Het was net alsof je rondliep in een rijk geïllustreerd boek waarin de invallen van de kunstenaar over elkaar heen buitelden', staat er op enig moment als de draak door de stad dwaalt. De lezer van deze roman vergaat het precies zo: de vele zijpaden die worden ingeslagen duizelen hem af en toe. Achter de draak aan komt hij terecht in de meest vreemde uithoeken van de Zamonische literatuur, zoals bij de “onomatopoëten', schrijvers die hun vertrouwen in het voorstellingsvermogen van de lezer kwijt zijn en zinnen schrijven als: “Hij slingerde vloek het papier in de haard, waar het knister verbrandde. Hij lachte hoon en spoog fledder op de grond'.

Er zijn momenten dat Moers wat veel vergt van het inlevings- en uithoudingsvermogen van zijn lezers, maar ook dat is dan toch wel weer grappig. Als hij het heeft over de “laatmiddeleeuwse abudante roman', een “groteske dwaling in de Zamonische literatuur waarin een enkele grondgedachte in eindeloze variaties wordt herhaald', kun je het krijgen ook. Ondanks alle ongein en onzin slaagt Moers erin de avonturen van de draak in boekenland spannend te houden.