“Erkenning is nergens goed voor'

Goed luisteren naar je personages is van levensbelang voor de schrijver, aldus Ali Smith. Haar roman “De toevallige' dingt dinsdag mee naar de Whitbread Novel of the Year Award.

Ali Smith met haar boek 'The Accidental' Foto AFP/Leon Neal (FILES) This file picture taken 10 October 2005 in London shows Scottish writer Ali Smith posing with her book "The Accidental". Ali Smith, 43, was awarded 03 January 2006 the Whitbread Novel Award for "The accidental". AFP PHOTO/FILES/LEON NEAL AFP

Tien minuten na de afgesproken tijd komt Ali Smith het restaurant in haar woonplaats Cambridge binnengestormd. Ze gaat zitten en roept: “Ik ben er klaar voor!“ Het leven van de Schotse schrijfster is tijdelijk veranderd in een aaneenschakeling van afspraken, opdrachten en verzoeken sinds ze voor haar roman De toevallige - vorig jaar al op de shortlist van de Booker Prize - de Whitbread Novel of the Year Award won. Aanstaande dinsdag dingt het boek mee naar de Whitbread Book of the Year Award, de felbegeerde prijs die wordt uitgereikt aan een van de finalisten in de categorieën roman, debuutroman, poëzie, kinderboek en biografie. Het is voor het laatst dit jaar dat de prestigieuze prijs wordt uitgereikt: de sponsor houdt ermee op.

Smith (1962), rap pratend in zachte Schotse tongval, vindt de vele nominaties en prijzen die haar inmiddels ten deel zijn gevallen (ook voor haar vorige roman Hotel World) vooral “erg willekeurig“. “Het voelt als een gelukkig toeval dat niets met de werkelijkheid te maken heeft,“ aldus de schrijfster. “Ik heb zelf in jury's gezeten, en de uitslag is vaak zo'n compromis, zo willekeurig dat het me verbaast dat prijzen daadwerkelijk effect hebben. Maar dat hebben ze: je verkoopt meer boeken, waardoor je uitgever aardiger tegen je doet, en je de kans krijgt om volgende boek te schrijven, en misschien ook het boek erna.“ Een bewijs van erkenning of kwaliteit is het niet, stelt ze. “Zoveel goede boeken blijven onopgemerkt, en het soort boeken dat ik schrijf had ook makkelijk onopgemerkt kunnen blijven. Trouwens, erkenning is nergens goed voor. Behalve voor de uitgever. In een tijdperk waarin erkenning geacht wordt álles te zijn, is het een beperking voor de schrijver. Zichtbaarheid staat in de weg van het volgende boek dat je wil schrijven.“

De onzichtbaarheid, “afwezigheid', van de schrijver is voor Smith ook erg belangrijk in het schrijfproces zelf, vertelt ze. “Als je een zin opschrijft, dan is die zin belangrijker dan jij. Je kijkt dan naar die zin om te ontdekken wat hij doet, wat hij je kan vertellen en hoe hij naar de volgende zin leidt. Zo ontstaan de stemmen van mijn personages. Het is een kwestie van goed luisteren: wat willen ze zeggen? Waarom gebruiken ze juist dat ene woord? Weten ze wel wat het betekent? Is er iets wat ze niet willen zeggen? Personages weten dingen die jij niet weet. Je moet als schrijver open genoeg zijn om te zien waar het heengaat en dat te laten gebeuren. Anders blijf je zitten met mokkende personages die je uitdagen omdat ze boos zijn dat je niet naar ze luistert.

“Dat is vervelend als je een control freak bent en wilt weten waar je heengaat, want dat weet je niet. Ieder boek verandert je een beetje, maakt je completer, net als nieuwe blaadjes en takken die aan bomen groeien. Het is voor mij wel zwaar werk. Elke keer als ik een boek af heb, raak ik letterlijk mijn stem kwijt. Keelinfecties. De laatste keer duurde het acht weken.“

De toevallige gaat over een familie - moeder, twee tienerkinderen en stiefvader - op vakantie in Norfolk. Daar dient zich een onbekende vrouw aan die bijna terloops in het gezin wordt opgenomen en de levens van ieder van hen onherroepelijk verandert. Het boek is onderverdeeld in drie hoofdstukken met de titels “Het begin', “Het midden' en “Het einde', waarin alle personages beurtelings hun verhaal vertellen. Door veel critici is het boek, net als ál haar werk, “experimenteel' genoemd, een term die Smith lachend wegwuift. “De technieken die ik gebruik zijn al zeker honderd jaar oud. Maar ik vertel geen verhalen op de manier die mensen verwachten.“

Een van de dingen die lezers misschien niet verwachten zijn dode of semi-dode vertellers - een terugkerend element in Smiths werk. Hotel World werd deels verteld door de langzaam desintegrerende geest van een meisje dat aan het begin van het boek doodvalt in een liftschacht. De moeder uit De toevallige is schrijfster van een reeks populaire boeken van “autobiowarefictieinterviews', waarin ze jonge mensen neemt die in de Tweede Wereldoorlog zijn overleden en die ze fictief verder laat leven - tot woede van de nabestaanden. Smith: “Zij leeft zelf niet echt en schrijft in dat rare genre over de levende doden. Maar de echte doden zijn vaak de levendigste personages in mijn boeken. Ik weet ook niet precies waarom.“

Hotel World begint met een motto ontleend aan Muriel Spark: “Remember you must die'. Smith verandert het in haar eigen motto, op de laatste bladzijde van het boek: “Remember you must live. Remember you most love'. Het doet in vormgeving sterk denken aan de boeken van Alasdair Gray, die allemaal voorzien zijn van de spreuk “Work as if you lived in the early days of a better nation'. Gaat het hier om een persoonlijke imperatief? Smith: “Ik las die zin van Spark en dacht, ja, maar dan moet je toch eerst leven. Het is zeker een morele imperatief. Als je leeft, denk je dat je nooit dood zult gaan, net zoals je je soms midden in de winter niet kunt voorstellen dat het ooit nog warm wordt. Ik heb een andere invalshoek dan Spark maar de strekking is hetzelfde: we weten dat we doodgaan, dus moet je gebruik maken van je leven. Use it.“

Daar ligt ook een taak voor de schrijver. “Tell the right stories and we live better lives,“ zoals ze ooit in interview opmerkte. Smith: “Verhalen vertellen ons alles over onszelf wat we moeten weten, in de vorm die ze aannemen en de vormen die ze toestaan dat de levens van hun personages aannemen. We doen onze ideeën vooral op via kranten en televisie, en beperken onszelf voortdurend in wat mogelijk is om te denken. Het is de houding dat je geen verhaal hebt tenzij je een “verhaal' hebt. Als we meer, andere, levendigere vormen mogelijk maken in verhalen, moet dat wel parallel effect hebben. De verhalen die we over onszelf vertellen, dat zijn wíj.“

Aan Jeanette Winterson stelde ze ooit de vraag “Do you come to art to be comforted, or do you come to art to be re-skinned?“ Smiths werk is duidelijk van de laatste categorie, al is het niet een effect waar ze bewust naar streeft. “Het boek gaat toch altijd met je aan de haal.“ Toch dwingt ze haar lezer wel degelijk tot kritisch zelfonderzoek. De toevallige stelt terloopse vragen over klasse en de positie van de buitenstaander (Smith: “Wat wil je, ik ben Schots“), en geeft onderhuidse kritiek op de oorlog in Irak. “Voor mij is dit allereerst een boek over de oorlog,“ onthult Smith. “Het speelt in 2003, een jaar waarin de Britse burgers dachten dat het heel goed met ze ging. In de tussentijd waren we andermans huizen aan het bombarderen, in naam van de regering die wíj hadden gekozen. Ónze schuld. Ik wilde onderzoeken wat er gebeurt als je denkt dat je veilig bent, en iemand richt opeens een vlammenwerper op je huis. Je kunt denken dat je hoge morele maatstaven hebt, zoals de ouders in de roman, terwijl het in werkelijkheid laakbaar is wat je doet, hoe je anderen behandelt. De echte oorlog komt alleen maar voor in de marge van het boek, zoals hij ook slechts een marginale rol speelde in de media en de levens van de meeste Britten, dat jaar.“

“Het boek gaat ook over surveillance, hoe we gezien worden, hoe we onszelf en anderen zien, in welke context, wat we verkiezen wel en niet te zien, hoe verhalen vorm krijgen in de media.“ Terugkerende motieven zijn bewakingscamera's, video's, knip- en plakprogramma's op de computer en technische innovaties als pakjes scheermesjes die je foto nemen als je ze van het rek pakt, als mogelijke bescherming tegen diefstal. Smith: “Dat laatste werd getest hier in de Tesco's in Cambridge.“

Ze vervolgt: “Het ergste is dat mensen doen alsof het nut heeft, maar het enige wat die camera's doen is iets tonen nadat het al gebeurd is. Het is niet meer dan de illusie van veiligheid. Het heeft ook iets religieus: alle momenten van ons leven worden waargenomen, niet door God maar door de bewakingscamera.“

Zijn er daarom zoveel verschillende perspectieven in haar verhalen? “Hm, niet bewust, maar het klinkt goed. Ieder verhaal impliceert een tegenverhaal, a different story on the same story. De ware aard van een verhaal is dialoog.“ Twee van Smiths titels luiden, niet helemaal toevallig, The Whole Story and Other Stories en Other Stories and Other Stories. “Als we onszelf niet dat veelvoud aan perspectieven geven,“ zegt Smith. “dan zullen we het ook niet krijgen. Het gaat om aliveness, een bewustzijn. Als er een morele taak is voor de schrijver, en ik denk dat die er is, dan is het om zo'n andere manier van zien terug te geven aan de mensen, duidelijk te maken dat er altijd een keuze is.“

Van Ali Smith verschenen bij uitgeverij Mouria “Hotel Wereld' (224 blz. euro 10,-) en “De toevallige' (318 blz. euro 19,90).