Een fout geeft je meer energie

Spillebenen. Rood haar. Witte huid. Platte billen. Vegetarisch. Solitair. Peinzend. Een sobere, schrale vrouw met soms wilde gedachten. Dat is het beeld dat Marie Kessels van zichzelf geeft in Niet vervloekt en dat we ook al enigszins kenden uit de vijf boeken die eraan vooraf gingen. Op het omslag van het boek staat geen aanduiding van het genre. Het is geen roman. Verhalen zijn het evenmin. En essays kun je het ook niet noemen. Wat dan wel? Navelstaarderij? Daar lijkt het zeker op, al doet Kessels, via de omweg van de eigen ervaring, ook regelmatig uitspraken over de wereld.

Marie Kessels Foto Tessa Posthuma de Boer Posthuma de Boer, Tessa

Je zou in haar overpeinzingen een verdediging kunnen zien van haar eenzelvige manier van leven. Over haar werk, in een stationskiosk, weidt ze deze keer niet uit. Ze neemt vooral haar huiselijke leven onder de loep, dat voor het grootste deel bestaat uit nadenken en schrijven. Haar eenzame bestaan wordt verlicht door ene Koschka, die af en toe langskomt. Ze eten, lezen, praten samen en ze bedrijven de liefde. Kennelijk houden ze ervan een machtsspel met elkaar te spelen. Hij kwelt haar wel eens, als hij een afstandelijke bui heeft en haar toenaderingspogingen afwijst. Soms laat zij hem dan, op haar beurt, ook voelen dat zij macht heeft over hem: dan dreigt ze zijn liefdesbrieven op te sturen aan zijn vrouw.

Over hem en andere zaken in haar leven die haar na aan het hart liggen vertelt Kessels op een hoekige manier. Ze kan zomaar losbranden, zonder veel rekening te houden met haar lezers. Haar felle, maar nogal richtingloze uitspraken over wraak, in haar ogen een waardevolle emotie, lopen uit in loos gesputter. Wie niet aan wraak doet, is een “muizige persoonlijkheid, zonder trots'. Evenmin weet ze ons, in een ander betoog, ervan te overtuigen dat het maken van een fout mooier is dan het herstellen ervan. Het correctiewerk zou maar “een futloze, schaapachtige aangelegenheid' zijn, die in het niet valt bij “de verscheurende energie van de fout zelf' met zijn “anarchistische potentieel'.

Kessels' uiteenzettingen zetten hoog in, maar hebben weinig bewijskracht. Ze probeert wel uit te leggen wat de stem van de Amerikaanse componist Harry Partch (1901-1974) met haar doet, maar ze weet die stem niet tot klinken te brengen. Ze heeft het over “de toverkracht' van zijn uitvoeringen en over zijn “fabelachtige directheid', die haar doet “sidderen van geluk'. Het blijven onmachtige woorden. Dit geldt ook voor de vele passages gewijd aan minnaar Koschka. Hij wordt ons gepresenteerd als een behaagzieke, kinderlijke smulpaap die zich, na een erotisch avontuur met zijn vriendin Marie, de kalfsoester thuis bij moeder de vrouw goed laat smaken. Aandacht is er ook, met een spervuur van mooie woorden, voor zijn inlegzooltjes, zijn overgewicht en de scheiding in zijn haar. We moeten maar aannemen dat zijn vriendin veel van hem houdt, maar als personage is hij moeilijk serieus te nemen.

De angel ontbreekt in Niet vervloekt. Anders dan in haar eerdere werk lukt het haar niet om door te dringen in wat zij “het rauwe bestaan' noemt. Ze prikt hier en daar wel wat, maar het maakt weinig indruk. Het is, hoe weinig er ook op haar formuleringen af te dingen valt, meer van hetzelfde, maar dan braver, gewoner en saaier.

Een uitzondering hierop vormt de spannende episode met de Albanese buren, waarin Kessels zichzelf ten tonele voert als een onhandige, mensenschuwe, verlegen vrouw die heel even haar schulp verlaat om tot een impulsbesluit te komen. Uit een verlangen anderen te laten delen in haar overvloed, biedt ze haar goedlachse buurvrouw plompverloren een royaal geldbedrag aan. “Het was gek', staat er dan nogal laconiek, “om zo'n dik pak bankbiljetten te gaan afgeven bij mensen die ik helemaal niet ken.' Hoe dankbaar het armlastige gezin ook is met deze onverwachte gift, men voelt wel aankomen dat dit niet goed gaat aflopen. Al gauw maakt dankbaarheid plaats voor begeerte en komt er een dringend verzoek om meer geld. Na nog twee giften is er van haar aanvankelijke liefde voor het exotische gezin weinig meer over, al kan ze hen weinig verwijten. “Hoe zouden zij kunnen begrijpen dat je in zulke kwesties puur voor het eigenbelang iemands vrijwilligheid vooral niet moet forceren?' Onder die welgekozen woorden sluimert een groot, existentieel ongemak. Dat had in Niet vervloekt wel wat vaker de kop op mogen steken.

Marie Kessels: Niet vervloekt. De Bezige Bij. 224 blz. euro 17,50

    • Janet Luis