De verdachte bekende wel heel makkelijk

Vier jaar geleden wierp een man die beschuldigd werd van kindermisbruik zich voor de trein. Tijdens een politieverhoor had hij bekend - onder druk, stelde hij in zijn afscheidsbrief. 'Ik ben geestelijk niet zo sterk.'

Hij was een 'doener, geen prater, die zich gemakkelijk schikte en niet snel openlijk protesteerde'. Onervaren ook met politieonderzoeken. De 25-jarige boerenzoon Nico uit het Friese dorp Ter Idzard sprong op 9 januari 2002 voor de trein, nadat hij een jaar eerder tegenover de politie had bekend vier minderjarige jongens te hebben betast. Later trok hij die verklaring in.

Bij iemand met zo'n persoonlijkheid moet je als verbalisant extra voorzichtig zijn met je verhoor, stelt hoogleraar psychologie W.A. Wagenaar in een rapport van de Nationale Ombudsman dat gisteren openbaar werd. Wagenaar onderzocht het proces-verbaal op verzoek van de familie en bracht in 2004 rapport uit. Hij vindt het atypisch dat Nico zo gemakkelijk bekende, waar andere verdachten van zedenmisdrijven 'notoire ontkenners' zijn.

Ook vindt hij het vreemd dat de verdachte, die in zijn mobiele winkel kinderen snoep gaf, hen in elkaars bijzijn zou hebben betast. Hij kon toch nagaan dat ze dit thuis zouden vertellen. Wagenaar vindt het een manco dat de kinderen niet zijn gehoord. De verklaringen spreken elkaar tegen. Eerst zegt de man in het proces-verbaal dat hij 'geen beleving had bij het betasten' en enkele regels verder dat hij er een prettig gevoel bij krijgt.

Op 18 april 2001 deed een moeder van een jongetje aangifte bij de politie. Haar zoontje zei dat de verdachte aan diens plassertje had gezeten. En dat Nico dit bij meer jongetjes had gedaan. Zes dagen later werd de man aangehouden en verhoord. Zes uur duurde het enige verhoor op het bureau in Wolvega. In het proces-verbaal staat hoe hij tot zijn daden zou zijn gekomen. Anderhalf jaar eerder kwamen vijf à zes kinderen van zo'n negen tien jaar hem in zijn mobiele winkel geregeld om snoep vragen. 'Ik stoei wel eens met ze. Ik til ze dan wel eens op.' Een bepaalde beleving heeft hij daarbij niet. Enkele regels verderop meldt hij dat 'het hem ook wel een plezierig gevoel gaf'. Hij geeft toe één jongetje te hebben betast. Hij bekent ontuchtige handelingen met vier jongens. Hij zegt hulp te willen.

Vanaf 27 april 2001 stond Nico in contact met de reclassering. Die constateerde een laag zelfbeeld. Ook stond hij onder psychische druk. De reclassering adviseerde het OM de zaak voorwaardelijk te seponeren en de man onder verplichte psychiatrische behandeling te stellen.

December 2001 schreef Nico een afscheidsbrief aan zijn reclasseringsambtenaar: 'Ik kan niet verder als er een rechtszaak komt [...] want dan ben ik er niet meer, hoe vreselijk ik dat ook vind vooral voor mijn familie en vrienden.' Hij onderstreept dat hij niets fouts heeft gedaan. 'Wel ben ik onhandig geweest en dom. Maar wat justitie erachter zoekt is absoluut niet waar.' De ambtenaar meldt dit aan de zaaksofficier. Op 8 januari 2002 behandelt de Leeuwarder rechtbank de strafzaak tegen de verdachte. Nico is er niet. De ambtenaar wel. Hij vertelt over de brief. Het OM eist een taakstraf. Een dag na de zitting, nog voor de uitspraak, berooft Nico zich van het leven.

In een afscheidsbrief aan zijn ouders schrijft hij: 'Dat ik dit doe heeft niets met jullie te maken, het ligt aan de leugens en opklopperij van justitie.' Hij beklemtoont dat 'het echt niet waar' is dat zijn seksuele voorkeur naar kinderen uitgaat. 'Ik val NIET op kinderen, gewoon op vrouwen [...]. Ik weet wel dat jullie mij geloven, maar op het bureau hebben ze mij gebroken. Ik ben geestelijk niet zo sterk zeker en daar heb ik dingen gezegd nou ja, ja en nee gezegd op hun vragen om daar weg te mogen. Zo gaat dat.'

De agenten ontkennen dat de verklaring onder druk is afgelegd. Een rechercheur stelt: 'Hij begon gewoon te vertellen. Hij heeft er nog geen zes uur gezeten. Dat is kort voor een zedenzaak. [...] Hij kwam er achter dat hij iets niet goed deed. Volgens mij liep hij met een groot geheim rond. [...] Wij konden hem niet onder druk zetten. [...] Wij wisten bijvoorbeeld niet dat hij [...] naar foto's van tienerjongetjes keek.' De andere rechercheur zegt dat het 'een gewoon verhoor' was. 'Hij erkende zijn probleem. Gaf aan dat hij graag geholpen wilde worden, omdat er dingen in zijn hoofd gebeurden die hij niet wilde.' De verdachte was tijdens het verhoor emotioneel. Een van de beide verbalisanten bracht hem na afloop naar huis. 'Dit is een grote uitzondering.'