De onderwijzer wordt gek!

Onlangs bracht de onderwijsinspectie een bezoek aan de basisschool waar ik als leerkracht werkzaam ben. Ze keken wat rond in de klassen, maar waren vooral geïnteresseerd in de resultaten van de CITO-toetsen. Die werden te laag bevonden.

Niet lang daarna ontvingen wij een brief van onze directeur. De inhoud stemde mij niet vrolijk.

De leerkrachten moeten zich, aldus de brief, de komende jaren namelijk gaan professionaliseren. Dan worden die toetsresultaten vanzelf beter. De leerkracht moet een 'POP' opstellen: een professioneel ontwikkelingsplan. Het is een mooie naam voor iets wat ik uit mijn stagetijd ken: je stelt, samen met je leidinggevende, een aantal leerdoelen op waar je de komende tijd beter in zou willen worden. En je bedenkt hoe je daaraan wilt gaan werken en wat je daar voor nodig hebt. De leerkracht als eeuwige stagiair.

De brief gaat verder: de leerkracht krijgt een klassenconsultatie van zijn leidinggevende, die hem gaat observeren aan de hand van een door de school ontwikkelde kijkwijzer. De leerkracht moet dan wel van tevoren aangeven op welke twee leerpunten hij of zij feedback will hebben én op welke twee sterke punten hij bevestiging wil hebben.

We zijn er nog niet: er is, zo blijkt, een nieuwe wet beroepskwaliteit in het onderwijs, de 'bio-wet'. In deze wet is het beroep van de leerkracht verdeeld in zeven zogeheten competenties: de interpersoonlijke, de pedagogische, de vakinhoudelijk didactische, de organisatorische, samenwerking met collega's, samenwerking met de omgeving en kunnen reflecteren en ontwikkelen.

De bio-wet vereist dat elke leerkracht deze competenties invult in een Digitale Feedbackscan. Dat is een computerprogramma waarin de leerkracht zélf invult in welke competenties (die weer zijn onderverdeeld in subcompetenties) hij zichzelf goed vindt en in welke minder goed. De uitdraai van de scan plus het resulaat van de klassenconsultatie zijn vervolgens onderwerp van een te houden functioneringsgesprek tussen leerkracht en directeur.

Het is de bedoeling dat in het nieuwe schooljaar leerkrachten ook nog eens feedback geven op elkaar. Hoe is nog onduidelijk, maar het gebeurt gelukkig wel onder zodanige voorwaarden, aldus de brief, dat elke collega zich professioneel veilig kan voelen. Een hele geruststelling.

'De schoolleiding meent dat op deze voorgestelde wijze datgene dat er in het verleden is gebeurd zinvol wordt ingezet bij de doorgaande ontwikkeling van het professioneel handelen in onze school', valt ten overvloede te lezen.

Theo Thijssen (lees zijn boek De Gelukkige Klas) wist het honderd jaar geleden al: onderwijs en management gaan niet samen. Iedereen die een beetje verstand van of ervaring heeft met kinderen, en hoe zij leren, weet dat leren geen lineair proces is. Leren is een uiterst complex neurologisch proces, waarbij allerlei draadjes in de hersenen aangelegd worden, maar die draadjes worden ook net zo makkelijk weer opgeheven. Wat een kind de ene dag snapt, kan het de volgende dag allang weer kwijt zijn en hun inzichten zijn derhalve aan voortdurende verandering onderhevig. De interactie tussen leerkracht en leerling is al even onvoorspelbaar. Onderwijzen is improviseren, waarbij je als leerkracht continu inspringt op de behoeftes van de leerlingen.

Toen ik aangenomen werd als leerkracht, kreeg ik de verantwoordelijkheid om de kinderen die ik onder mijn hoede krijg, iets te leren. Ik ben een opgeleide, en dus bevoegde leerkracht. Ik ken mijn eigen tekortkomingen, en ik verberg ze niet. Ook niet voor de klas. Zo weten de kinderen tenminste wat ze aan mij hebben.

De ouders die hun kinderen dagelijks aan mij toevertrouwen, verwachten dat ik hun kinderen met de grootst mogelijke inzet begeleid en opleid. Ik wil me dus bezighouden met de kinderen. Ik ga gewoon weer schriftjes nakijken, iets waaraan ik nu vaak al niet meer toekom. Zodat ik kan kijken wie ik de volgende dag nog even de minsommen moet uitleggen, bijvoorbeeld.

Ik weiger om mee te doen aan bovenstaande door goed betaalde managers bedachte flauwekul, die mijn capaciteiten als leerkracht proberen te ontmenselijken door ze terug te brengen tot een ridicuul grafiekje in een gelikt uitziend computerprogramma. Niet alleen ik, ook de kinderen en hun ouders hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Timon Miedema werkt op een openbare basisschool in Amsterdam-West.

    • Timon Miedema