Dader en slachtoffer

De Japanse film “Heart, Beating in the Dark' van Shunichi Nagasaki is een intrigerende misdaadfilm. De “Filmmaker in Focus' maakte zowel een remake, een commentaar als een vervolg op zijn gelijknamige film uit 1982.

"Heart Beating in the Dark"

Hoeveel acteurs zouden zichzelf wel eens een stevige klap voor hun smoel hebben willen verkopen? Dat wil zeggen: zichzelf van twintig jaar geleden? Of beter gezegd: een personage dat ze toen speelden? En eigenlijk: ook wel zichzelf omdat ze toen iemand vertolkten die ongestraft met de verschrikkelijkste dingen wegkwam?

Met die provocerende overwegingen begint aanstaande woensdag de openingsfilm van het 35ste International Film Festival Rotterdam. Met Heart, Beating in the Dark (2005) van “Filmmaker in Focus' Shunichi Nagasaki koos festivaldirecteur Sandra den Hamer voor een rauwe, amorele, filosofisch-poëtische misdaadfilm.

Als het een rechtszaak was ging het zo: van Heart, Beating in the Dark bestaan twee versies, twee getuigenverhalen. Eentje uit 1982 en eentje die vorig jaar werd voltooid. Die laatste is geen remake in de traditionele zin. Het is ook een vervolg, een meta-film, een heroverweging van de oorspronkelijke thematiek en plot en een meditatie over vrijheid en noodlot.

Die tweede film begint met een acteur die verkondigt zichzelf voor zijn kop te willen slaan. Waarom wordt ook direct duidelijk. Twintig jaar geleden speelde hij in een film over een jong stel dat op de vlucht is nadat het hun kind heeft vermoord. En daar heeft hij ondertussen zijn bedenkingen bij. Anno nu wil regisseur Shunichi Nagasaki de toeschouwer dus niet, zoals in het origineel, langzaamaan meesleuren in het morele demasqué van zijn personages. Het is nu. Het is het heden. Het is in your face.

Dat het IFFR juist dit jaar Shunichi Nagasaki als Filmmaker in Focus kiest, en zijn werk nog eens in retrospectief vertoont, is geen toeval. In Heart, Beating in the Dark 2005 kijkt de regisseur namelijk zelf al terug op de praktijk van het filmmaken. En in het bijzonder op de gelijknamige super8-film waarmee zijn carrière in 1982 stormachtig doorbrak.

Nagasaki (Yokohama, 1956) is slechts in beperkte kring bekend als doe-het-zelf-cultfilmer. Zijn filmische punkmentaliteit is uit noodzaak geboren. Kort voordat Nagasaki halverwege de jaren zeventig zijn roeping als filmmaker had ontdekt, hadden de Japanse studio's namelijk het leerlingsysteem afgeschaft. Jonge filmmakers waren zo niet langer in de gelegenheid om bij een van de filmveteranen het vak te leren. Door te werken met relatief goedkope filmformaten als super8 en 16mm en later ook met digitale video kon Shunichi Nagasaki toch films maken. Dat resulteerde in films die zich zowel wat betreft stijl als onderwerpkeuze op het scherpst van de snede bevinden. De grove korrel van het filmmateriaal gaf een meerwaarde aan de onthechte misdaadverhalen die hij graag vertelde. Wat dat betreft zou je hem nog het beste een moderne Japanse film-noirmaker kunnen noemen.

Niet dat hij voor grotere producties zijn neus ophaalt. In 1999 bracht hij in de slipstream van Japanse horrorfilms als Ringu (in Amerika herverfilmd als The Ring) de spookfilm Shikoku. Toegankelijk is ook de al eerder in Rotterdam vertoonde thriller A Tender Place (2001), die de pijnlijke bedevaart beschrijft van een echtpaar dat jaar na jaar hun verdwenen dochtertje op het Japanse eiland Hokkaido zoekt. En ook de bloedende maan en de lekkende badkamerkraan in Heart, Beating in the Dark bewijzen dat Nagasaki met het suggestieve gruweljargon van de moderne Japanse film uitstekend uit de voeten kan.

Misdaad en straf

Dat het thema van misdaad en straf als rode draad door het oeuvre van Shunichi Nagasaki loopt, maakt nu juist die twee versies van Heart, Beating in the Dark tot zulke interessante cinema. Heart, Beating 1982 is een obscure film over een jonge man en een jonge vrouw die tot elkaar veroordeeld zijn. Ze zijn op de vlucht. Al is nog niet meteen duidelijk waarvoor. Lange tijd lijkt het een wanhopige vlucht van twee adolescenten voor wie het leven te massief, te overweldigend is.

Hun handelingen zijn verworden tot automatismen. Eten. Een onderbroek wassen. Neuken. Nihilistische seks. Bijna-verkrachtingen.

Akelig kaal is een scène waarin de vrouw de man midden in een berg krantensnippers aftrekt. Het is een beeld dat aan het werk van absurdistische theaterschrijvers als Samuel Beckett en Harold Pinter doet denken. Winnie die tot haar middel in een berg zand weggezakt radeloos-vrolijk steeds maar weer de “gelukkige dag' prijst in Becketts Happy Days. Of de stille beul McCann, die in The Birthday Party van Pinter eindeloos kranten aan repen scheurt in een idiote poging de tijdelijke wereld ongedaan te maken.

Zo zitten Ringo en Inako er ook bij. Verstrikt in die uit elkaar gereten papieren wereld van feiten, weetjes en meningen. “Zal het goed met ons komen?“ vraagt Inako terwijl ze haar hand afveegt. Langzaam komen we erachter wat er in die kranten kan hebben gestaan. Dat deze twee mensen hun pasgeboren baby hebben doodgeslagen.

Soms zit er ook tederheid in de nietsontziende manier waarop Shunichi Nagasaki dit alles in beeld brengt. Vooral als Ringo en Inako recht in de camera - als een voorloper van de bekentenistelevisie - hun verhalen vertellen. Ze spelen elkaars leven na. Alleen door in de huid van de ander te kruipen, via het rollenspel, via een mengelmoes van fictie en fake, komen ze tot elkaar.

Zij zijn de mensen die leven tussen de ene en de andere dag. Daar worden meestal geen films over gemaakt. Behalve door auteursfilmers die net zoals Shunichi Nagasaki willen laten zien dat die tussenmomenten meer over het leven zeggen dan al die bankovervallen, ontdekkingsreizen en trouwfeesten die we uit de mainstreamfilm kennen. De raison d'être van Ringo en Inako moeten we ontdekken in hun existentiële eenzaamheid. In de minst flatteuze zaken van het leven. In klodders sperma, kots en diarree, uitlopend in een lange spijtwake.

Geen wonder dus dat Heart, Beating in the Dark 2005 begint met een al dan niet nagespeeld scènetje op een filmkantoor, waarin regisseur Shunichi Nagasaki zijn toenmalige hoofdrolspelers Naitô Takashi en Muroi Shigero om toestemming vraagt om fragmenten uit die oude super8-film in zijn nieuwe filmproject te mogen gebruiken. Willen zij nog wel met die beelden geconfronteerd worden? De vraag is relevant omdat Nagasaki's jonge hoofdrolspelers van destijds inmiddels Japanse filmsterren van formaat zijn.

Het doet er niet veel toe of deze gedachtewisseling tussen regisseur en acteurs écht is, of fictief. We zijn inmiddels wel gewend dat filmmakers soms een film maken over het maken van een film, die dan de eigenlijke film blijkt te zijn. Het is een manier van regisseur Nagasaki om op nut en noodzaak van zijn remake te reflecteren.

Dat wordt vervolgens de leidraad van Heart, Beating in the Dark 2005. In grote trekken is het dezelfde film als die uit 1982, met twee jonge mensen in de hoofdrollen die even redeloos leven als hun voorgangers uit 1982. Het grote verschil is dat de toeschouwer in dit geval weet dat hun evenbeelden uit 1982 een moord hebben gepleegd. Daardoor ga je er voetstoots van uit dat dat voor de huidige Ringo en Inako, Toru en Yuki geheten, ook wel zal gelden. Maar is dat zo? En zijn de omstandigheden precies hetzelfde?

Het verleden veranderen

En dan is er nog acteur/personage Naitô Takashi, die in de film behalve in archiefbeelden en als een oudere versie van zijn vroegere personage, ook te zien is als acteur die popelt om zijn vroegere ik een afstraffing te geven. Die oude film sympathiseert in zijn ogen te veel met de personages. Maar misdaad, zo zegt hij, heeft straf nodig. Dat alles resulteert erin dat Heart, Beating 2005 een veellagige film is geworden. Er worden misdaden in gepleegd, al zijn dat soms andere misdaden dan we op het eerste gezicht denken en er worden misdaden in voorkomen, en ook die zijn niet altijd wat ze lijken. Belangrijker zijn de vragen die terloops worden opgeworpen: zijn Toru en Yuki gedoemd het verleden te herhalen? Kun je het verleden veranderen? Hoe onomkeerbaar en onverlosbaar is de tijd?

De voornaamste taak die regisseur Shunichi Nagasaki zichzelf heeft toebedeeld is verwarring zaaien over de status van elk beeld dat je ziet, van elke suggestie die wordt gewekt. Hij klaagt niet, zoals acteur Takashi doet, de personages en hun bedenker aan. Hij verdedigt ook niet zichzelf als filmmaker. Als hij een advocaat was, dan was zijn tactiek om álle feiten in diskrediet te brengen. In eenduidige antwoorden is hij, getuige zijn methode, niet geïnteresseerd.

De enige conclusie die we kunnen trekken, is dat de film zelf dader en slachtoffer is. En we kunnen tevreden concluderen dat op het moment dat alle plotstroompjes samenvloeien de enige misdaad die er is gepleegd het ophouden van een spiegel is. Voor de filmkunst. Voor de toeschouwer. Want hij is de uiteindelijke rechter. En hij ziet daarin het gelaat van de moreel uitgeputte moderne mens.

Met de krantenberichten over zelfmoordepidemieën in Japan en babylijkjes in Beverwijk nog vers in het achterhoofd, krijgt het tweeluik Heart, Beating in the Dark een acute lading. Niet dat de film ons iets leert over de particuliere redenen die tot suïcide of infanticide leiden. Maar wel over ontreddering. Over de onbarmhartigheid van het geheugen. Over schijn en wezen. Over het opheffen van de tijd. Over toeschouwers die met hun ogen aan gruwelijke beelden vastgeklonken zitten. Over nostalgie en weemoed. Over film dus.

Heart, Beating in the Dark, 28 jan, 19.00 u; 30 jan, 14.30 u; 4 febr, 19.15 u. De 1982-versie: 26 jan, 13.15 u; 3 febr, 17.15 u.

    • Dana Linssen