Beter leven

Ziek zijn maakt mensen genadeloos eerlijk, laten twee toneelvoorstellingen en een tentoonstelling zien. “Uiteindelijk staan ze er alleen voor.“

Tekeningen van Rosemin Hendriks in het Leids Universitair Medisch Centrum foto Leo van Velzen Leiden, 18/01/06. Kunst in de galerie van het LUMC. Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

De drieëndertigjarige arts Kees Maas werkte als gynaecoloog in opleiding in het Leids Universitair Medisch Centrum. Daarnaast verzamelde hij kunst. Hij was net gepromoveerd toen hij, in december 2004, te horen kreeg dat hij een dodelijke hersentumor heeft. “Al het materiële valt weg als je zo'n diagnose krijgt“, zegt hij. “Alleen je geliefden zijn nog belangrijk. Maar tot mijn verbazing merkte ik dat kunst voor mij nog wél telde.“

In de hal van het Leidse ziekenhuis is een galerie. Daar heeft Maas samen met het Hoofd Kunstzaken van het ziekenhuis een tentoonstelling ingericht. De werken in Uitzicht met Zandkorrel zijn niet nieuw, maar het verhaal dat ze zo bijeengehangen vertellen, is dat wel. Het is het verhaal van een loutering.

De tentoonstelling opent met de dvd-loop Love knows many faces van de kunstenaarszusjes die zich L.A. Raeven noemen. Je ziet de zusjes vechten in een sloot, verbeten, zonder een woord. Ze pakken elkaars schouders, duwen elkaar onder, houden elkaar onder. Hijgend komen ze boven, komen op adem om dan weer van voor af aan te beginnen. Hun gezichten staan stuurs, ondoordringbaar. Soms klemmen ze zich aan elkaar vast en is het onderscheid niet meer te maken. Komen ze alleen even op adem, of zou dit een omhelzing kunnen zijn?

In het Leidse ziekenhuis gaat de loop niet meer over het scala gezichten van de liefde. Nu ervaar je de twee zusjes als de zielen in de borst van een patiënt, waar hoop vecht met angst, opstandigheid met acceptatie. Via de krachtige lijntekeningen van Rosemin Hendriks - gezichten die doordringend de zaal in staren - dwaalt de bezoeker naar een foto van Bert Sissingh van een half kaal pluchen aapje in een spierwit bed. Om het bed staan de andere aapjes - knus van donkerbruin pluche zien ze eruit, maar met hun starre zaagselledematen zijn ze ook machteloos.

Ertegenover hangt de Baby van Ronald Ophuis (1998); een bloederige pasgeborene die voor de eerste keer het leven uitschreeuwt. Verder naar achteren ligt op de vloer een werk in vinyl van de Delftse kunstenares Karin Arink. Het ene, vreemd gevormde vinyl-lichaam omsluit het ander. Erboven, aan de wand, hangt een gedicht: “Ik smeek je/ als ik weg ben/ laat mij in jou bestaan.' Eventueel kan de toeschouwer wegkruipen in de Sensory Deprivation Chamber van Atelier van Lieshout, een zwarte bol die van binnen is bekleed met schapenvacht. Het deurtje dicht en dan niet meer denken, niet meer voelen, alleen nog zachte duisternis.

“Ik heb gezocht naar kunstwerken die een bepaalde intensiteit uitstralen“, zegt Maas. “En met intensiteit bedoel ik puurheid.“

Hoe gaan mensen om met ziekte in een tijd dat we alles lijken te kunnen kiezen, alles lijken te kunnen beïnvloeden? Als gezond mens kom je daar zo snel niet achter. Over ziekte hebben we het niet graag, en als het moet, dan in verhullende termen. We bannen het uit de publieke ruimte. Driftig concurrerende zorgverzekeraars, bijvoorbeeld, bestoken ons momenteel met posters en televisiespotjes. Maar nergens zie je zulke blije, gezonde mensen als juist in die campagnes.

Nu toeren er twee nieuwe toneelstukken door het land, waarin de gesprekken juist voortdurend over ziekte gaan: De Claim van Marijke Schermer door Toneelgroep Alaska, en De Nimfen van Peer Wittenbols door Toneelgroep Oostpool. Tegelijkertijd is in de galerie van het Leidse ziekenhuis die tentoonstelling te zien over wat ziek zijn doet met lichaam en geest. Het zieke lichaam blijkt telkens een katalysator. Het zieke lichaam laat zien hoe het werkelijk zit.

Dat lijden loutert, is een idee dat zo oud is als religie - martelingen, wonden, je kon het zo gek niet bedenken of je werd er een beter mens van. De gedachte dat ziekte loutert, werd door Susan Sontag in haar boek Ziekte en zijn metaforen (1977) afgedaan als sentiment uit de late romantiek. Toch is die gedachte zo sterk, dat Marijke Schermer en Peer Wittenbols zich er anno 2006 nog altijd niet aan onttrekken. Weliswaar vertoont de loutering in hun stukken alle trekken van desillusie, toch brengt ziekte de personages bij een dieper inzicht. Het ontdoet ze van ruis.

De vier zusters uit De Nimfen van Peer Wittenbols vechten met elkaar en met zichzelf als de zusjes Raeven. Vivian, Lieke, Sofie en Dana worstelen met een erfelijk gen dat hun levens in de pauzestand heeft gezet. Hun moeder is tien jaar geleden gestorven aan de ziekte die zij ook bij zich dragen. Vivian, de oudste, is net genezen. Lieke en Sofie dragen het gen en overwegen zich preventief te laten opereren. Dana komt net terug uit het buitenland en weet niet of zij het gen draagt.

Afkeer

Zieke lichamen keren regelmatig terug in het werk van Wittenbols. In 1997 schreef hij Noordeloos, over een echtpaar waarvan de vrouw ziek wordt, in 2002 Het Zouthuis, waarin een familie samenkomt na de dood van een kindje. “Van alle onheil die je toneelpersonages kunt laten doormaken“, zegt Wittenbols, “kom ik toch vaak weer uit bij ziekte. Telkens als ik me erin verdiep, merk ik hoezeer dat thema me aantrekt en afstoot. Enerzijds de afkeer van en de angst voor fysiek lijden. Anderzijds: we worden allemaal als potentiële zieke geboren. De vraag is niet óf, maar eerder wannéér je ziek wordt.“

Nu ze weten wat hun te wachten staat, zijn de vier elke vorm van beleefdheid voorbij. Neem deze dialoog tussen Vivian en Sofie. Vivian werd door haar man in de steek gelaten toen ze net genezen was. Sofie is net verliefd, en wil zich daarom niet preventief laten opereren. Op een uitdaging van Vivian (Diane Lensink), antwoordt Sofie (Marie-Christine de Both): “Dan weet ik hoe arrogant je geworden bent, na je genezing. Nee, na je scheiding. Ik weet niet welke opmerking het minst hard klinkt. Ik bedoel de minst harde.“

Vivian: “Je weet niet eens, welke van de twee het meest pijn doet. Je bent er te ongevoelig voor.“

Sofie: “Nee, Vivian, ik ben er te... te verliefd voor.“

Vivian: “Jij bent niet verliefd! Je bent het niet.“

Sofie: “Waarom zeg je dat nou!“

Vivian: “Om je in leven te houden, kutwijf.“

“Ik wilde een toneelstuk schrijven over angst“, zegt Wittenbols. “Mijn personages zijn zussen en allevier zijn ze bang voor dezelfde ziekte. Ze hebben daarnaast de macht over het woord; ze kennen elkaar heel goed. Toch lukt het ze nauwelijks elkaar nader te komen, elkaar te troosten.“

Zieke personages zijn dankbare personages - de zussen zijn door de bodem van hun bestaan gezakt, hun maskers vallen af, ze zijn genadeloos eerlijk. Het erfelijk gen in De Nimfen is deels metaforisch; het is het gen dat het verdriet of pijn van een naaste ondraaglijk maakt. In de schrijnende slotscène vertelt de oudste zus Vivian hoe haar dochter niet in staat was haar te troosten, noch omgekeerd. Angst slaat met stomheid, verandert liefde nagenoeg in haat, bezorgdheid in agressie.

“Uiteindelijk staan ze er alleen voor“, zegt Wittenbols over de zussen, maar toch wil hij niet weten van enkel desillusie. “De zussen blijven wel telkens probéren om elkaar te troosten, dwars door de wildernis van gebeurtenissen, emoties en fout begrepen woorden heen. Ze beuken keihard op elkaar in, maar ze laten elkaar niet gaan. Wat ziekte tot zo'n belangrijk thema maakt, én tot zo'n goede metafoor, is dat ziekte het noodlot ís. Al mijn stukken gaan over het noodlot versus onze veerkracht.“

Het zieke lichaam in De Claim is dat van Julia, een pasgeboren, zwaar gehandicapte baby. Julia is de dochter van reclamemaker Max en celliste Marrie. “De toekomst die u toekomt“, luidt de slagzin die Max net heeft bedacht voor de verzekeringsfirma “Novis'. In hun drukke, snelle, geperfectioneerde bestaan was tot de komst van Julia enkel plaats voor een robothondje, een staalglad diertje dat je uit kon zetten als het lastig werd.

Gestaalde perfectie

In haar stuk laat Schermer zien hoe een dergelijke gestaalde perfectie een onoverzichtelijke en soms afschuwelijk verdrietige werkelijkheid nooit op een afstand kan houden. Statistisch gezien was de kans op een kind als Julia verwaarloosbaar klein, was hun gezegd. Maar toch is Julia geboren.

In hun verwarring zijn Marrie en Max gevoelig voor het voorstel van Marries zus Iva, die advocate is. Zij stelt voor de artsen aan te klagen, wegens de gemiste prenatale diagnose en “de gederfde levensvreugde' van Max en Marrie.

De Claim is een als verhaal verpakt debat over de vraag of het ouderwets is, het noodlot te aanvaarden nu dat de vorm heeft aangenomen van het met statistiek te calculeren en door verzekeringen afgedekte risico. Marijke Schermer baseerde het op de zogenoemde wrongful life-claims, rechtszaken waarbij ouders van zwaar gehandicapte kinderen namens die kinderen het recht op niet-leven claimden.

“De ethiek loopt achter bij de wetenschap“, zegt de schrijfster van het stuk. “Extreme, door techniek mogelijk gemaakte situaties roepen steeds meer vragen op. Enerzijds kunnen we door voortschrijdende kennis steeds meer rampen voorkomen, iets waar je onmogelijk bezwaar tegen kunt hebben. Anderzijds blijft de vraag hoe je vervolgens omgaat met de rampen die nog wél gebeuren. Het maakbaarheidsideaal heeft iets meedogenloos'. Het houdt geen rekening met onberekenbare factoren, met pech, met onhandigheid, ongeluk.“

Schermers personage Max, voormalig bouwer aan een ideaal leven, is daarom aanvankelijk vooral verontwaardigd, niet verdrietig. Dit was niet de afspraak! Iemand moet hier toch verantwoordelijk voor zijn, ergens moet hij toch verhaal kunnen halen. Aan het slot heeft Max wel verdriet - omdat de dingen toch zomaar gebeuren, zonder reden of oorzaak, en zonder dat iemand er iets aan kan doen.

De desillusie lijkt compleet. Maar nadat zij eenmaal met een heel pakket illusies heeft afgerekend, wil Marijke Schermer haar personages en haar publiek toch niet met lege handen naar huis sturen. Marrie ontdekt op de bodem van haar bestaan iets nieuws, iets waars. Aanvankelijk zette ze steeds de babyfoon uit om de huilende baby niet te horen. Nu ontdekt ze hoe ze haar dochtertje kan troosten.

Het idee dat lijden loutert mag dan door Sontag zijn afgedaan als sentiment, wie over ziekte schrijft ontkomt er niet aan. En voor Kees Maas is het niets anders en niets minder dan de waarheid. “De kunst op de tentoonstelling sluit aan bij wat mij is overkomen“, zegt hij. “De strijd in de video van L.A. Raeven, de oerkracht in de baby van Ophuis en de pure lijnen van Rosemin Hendriks. Ik leef in reservetijd. Het klinkt gek, maar mijn leven is er niet slechter op geworden. Ik zie dingen helderder, leef mijn leven intenser. Met de tentoonstelling heb ik willen laten zien dat ziekte je geest verder kan brengen.“

Nadat hij langs alle kunstwerken is gelopen, treft de bezoeker op de buitenwand van de tentoonstelling het beroemde gelijknamige gedicht van de Poolse dichteres en Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska aan. Het gaat over de naamloze zandkorrel die alleen door het gedicht benoemd wordt, en over bestaan en niet-bestaan zonder reden. Over de futiliteit van het zoeken naar betekenis van dat bestaan, en de onmogelijkheid om dat zoeken te laten.

Naast het gedicht hangt een zwart-witte fotoprint van Albert van Westing; mensen op het perron van de Parijse metrohalte Palais-Royal/Musée du Louvre. Een alledaags moment als talloos veel andere, een moment dat zo weer voorbij is.

Onder je ogen valt het moment uiteen. De dots in de foto van Van Westing zijn als grote zandkorrels, en die zijn weer als de naamloze mensen uit de medische statistieken waar Marijke Schermer over schrijft. Dit, bedenk je, gaat niet alleen over anderen, over ziekte en zieken. Dit geldt voor ieder leven, en daarmee op een dag ook voor het jouwe.

“Op het eerste gezicht lijkt dit een gewone foto“, zegt Maas. “Maar door het grote formaat en de manier van afdrukken, op polyester, springen de dots van de print enorm in het oog. Het geheel krijgt daardoor verstilling. Over het alledaagse leven ligt door deze manier van bewerken een soort fragiele transparantie, een ongelooflijke helderheid. Dat is wat mij gebeurt.“

“De Nimfen' , door Toneelgroep Oostpool, tournee t/m 18/2, inl.: www.oostpool.nl; “De Claim', door Toneelgroep Alaska, tournee t/m 28/1, inl.: www.toneelgroepalaska.nl; “Uitzicht met Zandkorrel', t/m 29 januari in de hal van het Leids Universitair Medisch Centrum, Albinusdreef 2, Leiden, open: dagelijks 8-20u

    • Maartje Somers