Ben ik mijn moeders moeder?

Al op de tweede bladzijde van de nieuwe roman van Renate Dorrestein geeft de schrijfster haar visitekaartje af. De ikfiguur, Heleen, vertelt hoe ze met haar zusje uit Canada aan de telefoon over koetjes en kalfjes praat, net voor ze een bericht krijgt dat haar leven ingrijpend zal veranderen. “Ook bij haar was het dus een doodgewone dag, een dag zoals alle andere', schrijft Heleen als ze zeven maanden later haar verhaal noteert; “alleen besef je pas hoe geweldig het alledaagse is als je rust wordt verstoord'.

Het is een gedachte die de vijftigjarige Heleen erg bezig houdt; zestig pagina's verder verbaast ze zich erover dat alle voorvallen uit haar jeugd memorabel zijn (“Waarom herinneren we ons nauwelijks iets van het alledaagse, dat de veilige, heerlijke bedding van ons bestaan was?'). Maar de verstoring van het dagelijks leven is ook een obsessie van haar schepster. In Dorresteins vorige roman, Zolang er leven is, verdwijnt er zomaar een baby. In Zonder genade (2001) draaien een man en een vrouw door wanneer ze hun zoon door zinloos geweld verliezen. En in Dorresteins beste boek, Een hart van steen (1996), slaat het noodlot toe in een modelgezin in vredig suburbia.

Misschien zijn dit soort drastische ontregelingen van de gewone orde wel resten van de gruwelgotiek die Dorresteins handelsmerk was in de jaren tachtig; of anders van haar sindsdien uitgewerkte thema dat het kwaad altijd, overal, bij iedereen op de loer ligt. Hoe dan ook: in Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor, Dorresteins bête getitelde vijftiende roman, is de ontregeling van alledaagse aard: Heleens moeder krijgt een hersenbloeding en wordt van een “deksels rebelse vrouw' een geestelijk en lichamelijk wrak. Als enig beschikbaar familielid is Heleen gedwongen om vanaf het eerste moment het leven van de hulpbehoevende te bestieren. De schrik, het heenen-weer rijden en het geregel kent ze allen maar van een sterfgeval. “Maar hier hadden we het over een sterfgeval zonder begrafenis'.

Suspense

Heel herkenbaar voor iedereen die iets vergelijkbaars heeft meegemaakt - en wie heeft dat niet? In Heleens geval wordt de zaak gecompliceerd door het feit dat er in het verre verleden iets ergs is voorgevallen dat een “zorgvuldige afstand' tussen moeder en dochter heeft bewerkstelligd. Wát dat is, krijgen we pas later in het boek te lezen, want Dorrestein houdt van een beetje suspense; maar veel belangrijker is dat Heleen niet alleen haar moeders moeder wordt (“Jij bent nu de moeder hè', zegt “ma' wanneer Heleen haar verwijt dat ze de merkjes uit de kleren haalt), maar tegelijkertijd voor haar eigen dochter een steeds slechtere moeder wordt. Kennelijk spreekt de demente moeder in opperste verwarring ware woorden wanneer ze uitbrengt: “Als moeder heb je veel venijn, hoor'.

“Ja, ja, zo zat het leven in elkaar', constateert Heleen; “je was hulpeloos aan je moeder overgeleverd'. Maar ze heeft meer problemen dan alleen met haar moeder en haar veertienjarige dochter, die in Heleens ogen de verkeerde minnaar kiest. Haar “knelpuntenlijstje', zoals ze het zelf noemt, bevat ook de zwerftocht van haar zoon door Australië (waar hij misschien wel een seksleven heeft) en een verslechterende relatie met haar echtgenoot (“Je bleef toch zitten met het onuitroeibare gegeven dat je als man en vrouw niet helemaal dezelfde taal sprak'). Maar het grootste probleem is de overgang, die Heleen treft met opvliegers, een tot stilstand gekomen seksleven en een permanente droge vagina, waartegen weliswaar een kruid gewassen is - er wordt reclame voor gemaakt op de laatste bladzijde van de roman - maar waarnaar Heleen bij de drogist niet durft te vragen.

Heleen noemt zichzelf een Bridget Jones voor gevorderden, maar onderschat de problemen van Helen Fieldings personage (overgewicht, verslaving, liefdesverdriet) en kan die van haarzelf niet relativeren. Tel je zegeningen, zou je haar willen toeroepen: gezonde kinderen, een lieve man, aardige verpleeghuiskrachten, de moderne geneeskunst. Zeur niet zo, en verveel ons niet met pislakens, incontinentieluiers, kwijlsporen, inlegkruisjes, glijmiddelen, spataderen. Nou én, zou ze terugroepen: het mag dan een onsmakelijk verhaal zijn, maar dit is toevallig wel het echte leven. De werkelijkheid is onsmakelijk.

Lippenstift

Het neemt niet weg dat Heleen een ergerlijke hoofdpersoon is, met haar zelfmedelijden, haar gebrek aan daadkracht, haar onvermogen om zich te verplaatsen in haar kinderen of haar man. Voor de lezer is er maar één verzachtende omstandigheid, en dat is de manier waarop ze haar verhaal vertelt: laconiek, in korte, snelle alinea's en met veel meer humor dan je van haar zou verwachten. Het begint al op de eerste bladzijde, wanneer ze haar moeder typeert met haar reactie op de lesbische relatie van haar jongere zusje: “Ma zegt altijd: Ik heb heus geen moeite met Franciens persoonlijke leven en Nell is een lieve schoondochter, maar waarom niet een beetje lippenstift'. Wat te denken van: “Als MKB'ers onder elkaar veroorloofden we ons soms rechtse praatjes'. Of van: “De uitzendkracht, die op de computer razendsnel een vleeskleurige internetsite wegklikte, zei dat ze tien minuten geleden was weggegaan'. En bepaald geestig zijn Heleens huisvrouwelijke beschrijvingen van haar klutsloze moeder, die er aanvankelijk uitziet “als een onopgemaakt bed', later als “een kledingstuk dat in een donkere kast vergeten aan een knaapje hangt', en aan het eind van het boek, wanneer ze onder de slaapmiddelen zit, “als een slecht gestorte pudding'.

Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor leest lekker weg - als een vlot geschreven column in de Red of de Zin. Maar anders dan in sommige boeken van Dorrestein gaat er weinig schuil onder de oppervlakte. Echt leed wordt er niet geleden, ook al in het licht van de onverwachte happy ending; bijna alle personages zijn te aardig voor deze wereld, de opeenstapeling van relationele en andere ellende is eerder komisch dan tragisch, en het verhaal kabbelt voort zonder de onderhuidse spanning die Verborgen gebreken of Een hart van steen zo geslaagd maakte. In mindere mate zijn deze bezwaren ook in te brengen tegen het vorig jaar verschenen Zolang er leven is, zodat je je kunt afvragen of Renate Dorrestein mild is geworden. Roodkapje is een boek zonder bite, en wie op grond van de titel een wreed sprookje hoopt te lezen, komt bedrogen uit. Grootmoeder is dit keer een wolf met hele kleine tandjes.

Ach ja, zoals Heleen tegen haar kapster zegt: “Gek toch dat alles, nou ja, uiteindelijk gewoon maar is zoals het is, terwijl je er ergens zoveel meer van verwachtte'.

Renate Dorrestein: Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor. Contact, 304 blz. 17,90. Luisterboek voorgelezen door de auteur (integraal, 6 cd´s) euro 19,90