Advocaat of officier zet deskundige onder druk

Het is aan 'de orde van de dag' dat rapportages van getuige-deskundigen worden verdonkeremaand door officieren van justitie en advocaten. Ook oefenen zij geregeld druk uit op getuige-deskundigen om hun rapportage inhoudelijk aan te passen. Dat zei hoogleraar rechtspsychologie W. Wagenaar gisteren op een congres in Amersfoort. Het congres ging over getuige-deskundigen in strafzaken.

Een getuige-deskundige is iemand die op basis van zijn deskundigheid om een verklaring wordt gevraagd door justitie, het openbaar ministerie of de rechterlijke macht. Die verklaring wordt vervolgens gebruikt in de rechtszaal. Zo kan een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut een oordeel geven over de kwaliteit van een DNA-profiel. Een psycholoog kan een oordeel geven over de betrouwbaarheid van een verklaring van een verdachte.

Om te voorkomen dat met rapportages van getuige-deskundigen wordt gemanipuleerd, moeten er gedragsregels komen, vindt Wagenaar. Hij treedt zelf ongeveer vijftig keer per jaar op als getuige-deskundige in een strafzaak. Zo moeten alle partijen weten dat advies is gevraagd aan een deskundige. Op die manier kan voorkomen worden dat een rapportage buiten het dossier gehouden wordt als de uitkomst de opdrachtgever niet aanstaat.

Getuige-deskundigen staan in de belangstelling sinds de Schiedamse parkmoord-zaak. Twijfels die deskundigen van het Nationaal Forensisch Instituut (NFI) toen hadden over de schuld van een verdachte, werden door het Openbaar Ministerie buiten het dossier gehouden. Daardoor kwamen die twijfels niet aan de orde tijdens de rechtszitting. Een onschuldige man werd veroordeeld. Dat kwam pas aan het licht toen een andere man de moord bekende.

Volgens Wagenaar moeten getuige-deskundigen niet toestaan dat tijdens de rechtszaak alleen een deel van hun rapport wordt geciteerd. Of dat het OM in eigen woorden de conclusie van het rapport weergeeft. Wagenaar: 'Jíj hebt het goed geformuleerd, en daar moet je bij blijven.' Officieren of advocaten die strategisch advies geven aan de getuige-deskundige , moeten worden genegeerd. Dat een officier zegt: 'Kun je het niet zo-en-zo formuleren anders gaat de advocaat er misschien mee aan de haal', is niet ongebruikelijk, zegt Wagenaar.

Getuige-deskundigen die worden opgeroepen op de zitting moeten zich ook niet laten verleiden tot het beantwoorden van vragen over dingen die ze niet hebben onderzocht, vindt Wagenaar. ,,Dan zeg je: 'ik kan een aanvullend onderzoek doen en dat op schrift stellen.' Doe altijd alles schriftelijk, zodat vaststaat wat je wel en ook wat je juist niet hebt gezegd.' 

Als het OM of de advocaten niet aan die voorwaarden willen voldoen, moet de getuige-deskundige weigeren, vindt Wagenaar. Want een verplichting om mee te werken, is er niet.