Topbeleggers pensioenen halen gelijk

De pensioenwereld behaalde in 2005 voor het derde jaar op rij prima rendementen. Het geld is hard nodig om de dalende rente voor te blijven.

De nee-schudders hebben gelijk gekregen. En al doende tientallen miljarden euro verdiend. Voor u. Voor uw pensioen.

Bijna drie jaar geleden keek de pensioenwereld, toen goed voor 432 miljard euro belegd vermogen, gelaten naar de alsmaar dalende beurskoersen. Op de borrel na de jaarvergadering van de bedrijfstakpensioenfondsen, de miljardenbeleggers met giganten als ambtenarenfonds ABP en zorgfonds PPGM, wilde de stemming er maar niet inkomen.

's Ochtends luidde de kop boven een column van Arnout Boot, hoogleraar financiën, in Het Financieele Dagblad: Vergeet aandelen maar voor honderd jaar. Het was 25 maart 2003. Aan het eind van de maand waren de koersen zo ver gedaald dat het Nederlandse pensioenvermogen voor het eerst in tijden kleiner was dan de pensioenverplichtingen. Het stelsel was technisch bankroet. Maar ja, pensioenfondsen zijn geen bedrijven. Ze kunnen niet failliet gaan.

In die dagen moet de pressie om aandelen maar te verkopen immens zijn geweest. Maar topbeleggers als Frijns (ABP) en Munsters (PGGM, nu ABP) zeiden nee. Hun halsstarrigheid was het signaal voor talloze andere pensioengeldbeheerders om hun aandelen ook vast te houden.

Gisteren werd duidelijk hoe profijtelijk dit beleid is geweest. De pensioenwereld vierde gisteren zijn derde achtereenvolgende jaar vol fantastische rendementen, die herinneringen oproepen aan de jaren negentig. “Na de drie magere jaren 2000, 2001 en 2002 kwamen de vette jaren“, zei topbelegger Roderick Munsters van ABP (191 miljard euro aan beleggingen). En van die jaren is 2005 wel het vetste. In 2003 maakte bijvoorbeeld ABP ruim 20 procent rendement op zijn aandelen, in 2004 12 procent, vorig jaar bijna 21 procent.

In het rijtje met de rendementen over 2005 is ABP geen topper. Dat heeft te maken met de verdeling van het vermogen over verschillende beleggingen (aandelen, effecten met vaste rente, vastgoed, grondstoffen). PGGM, het pensioenfonds voor werknemers in de zorg en welzijn, steekt bijvoorbeeld een groter deel van zijn vermogen in aandelen en vergelijkbare beleggingen. Dat pakt in plezierige beursjaren extra goed uit.

ABP is ook geen topper doordat het fonds zijn portefeuille effecten met een vaste rente (zoals obligaties) een brede spreiding geeft. In de portefeuille zitten obligaties met allerhande looptijden en rentepercentages.

Sommige pensioenfondsen, zoals die van Hoogovens en het Bedrijfstakpensioenfonds voor de metaalsector (Metalektro), kiezen juist voor langlopende obligaties. Dat is een relatief nieuw fenomeen, dat voortkomt uit een wijziging in de manier waarop de pensioenverplichtingen worden becijferd. Dat gebeurde altijd aan de hand van een vaste rente (4 procent), maar nu wordt het de marktrente op langlopende beleggingen. Mede daardoor scoort het metaalpensioenfonds in deze tijden van dalende rentestanden verbluffend hoge rendementen: vorig jaar 19 procent.

Door de beleggingen en de verplichtingen aan dezelfde rente te koppelen, reduceert een pensioenfonds de kans dat zijn financiële positie wordt ondermijnd door de dalende rente. Juist de rentedaling is al twee jaar een onzekere factor voor de pensioenwereld.

De hoge rendementen, die grotendeels samenhangen met het vasthouden aan aandelenbeleggingen, drijven de pensioenvermogens op. Inmiddels bezit de Nederlandse pensioenwereld zo'n 640 miljard euro, bijna de helft meer dan in de barre lente van 2003. Maar door de dalende rente stijgen de pensioenverplichtingen mee, zodat de financiële positie van de pensioenwereld het afgelopen jaar nog niet veel is verbeterd. Nu bepalen niet de aandelen het fortuin van uw pensioen, maar de rente.

    • Menno Tamminga