Streng etiket helpt allergische klant maar weinig

Nieuwe Europese regels over informatie op voedseletiketten bieden geen uitkomst voor de klant met allergie. Albert Heijn moest onlangs producten uit het schap halen.

Geralda Odinot (r.) en Martijn Jansen bakken zelf brood. In de winkel is er maar één veilige soort. Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Leiden, 17/01/06. Echtpaar Janssen. Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Velzen, Leo van

Geralda Odinot hoopte dat de oplossing uit Brussel zou komen. Ze heeft last van ernstige voedselallergie en moet, om boodschappen te kunnen doen, precies weten wat er in een product zit. Eind november vorig jaar werd een Europese richtlijn van kracht die fabrikanten verplicht alle ingrediënten, hoe klein het bestanddeel ook is, op de verpakking van hun product te vermelden. Maar: “De maatregel heeft niet de oplossing gebracht waar ik op gehoopt had“, vertelt Odinot.

“Dit hele schap kunnen we wel vergeten“, zegt Martijn Jansen, echtgenoot van Odinot. Samen met zijn vrouw staat hij in de Albert Heijn voor de kant-en-klaarmaaltijden. Hier staat op alle verpakkingen sinds kort dat er sporen van noten, melk of schaal- en schelpdieren in kunnen zitten. Alledrie schadelijk voor Odinot.

Jansen is zelf niet allergisch, maar houdt zich, uit praktische overwegingen, aan hetzelfde strenge dieet als zijn vrouw. Hij alarmeerde onlangs Albert Heijn over onjuiste productinformatie. De supermarktketen trok daarop dertien producten terug.

Geralda Odinot is al vijftien jaar allergisch. Naast alle soorten koemelkeiwitten, zaden, noten en schaal- en schelpdieren wordt ze ziek van de veelgebruikte smaakversterker E620 en van cacao. Na het eten van noten zwelt haar keel op en kan ze stikken. Van de andere stoffen krijgt ze eczeem, keelklachten en “algehele malaise“.

Nu Odinot haar eerste kind verwacht, heeft ze op advies van haar allergoloog een nog beperkter dieet. Nu eet ze bijvoorbeeld ook geen eieren. Dit om de kans dat haar kind ook allergisch wordt te beperken. De kans dat dit toch gebeurt ligt rond de 60 procent.

Tot eind vorig jaar hoefden producenten ingrediënten alleen op de verpakking te vermelden als ze meer dan 25 procent van het product uitmaakten.

Voor mensen met voedselallergie kan een veel kleinere hoeveelheid al schadelijk zijn. “Ik krijg zelfs al last als Martijn 's middags een boterham met pindakaas eet en mij 's avonds een kus geeft“, vertelt Odinot.

Odinot en Jansen wisten al lang van tevoren van de nieuwe Europese richtlijn omtrent etikettering van voedingsproducten waarbij fabrikanten alle bestanddelen, hoe klein ook, moeten vermelden. “Ik dacht dat het het ei van Columbus zou zijn“, zegt Odinot. “Dat ik gewoon in de winkel op een product zou kunnen lezen of ik het wel of niet kan eten.“

Winkelen wordt een speurtocht

Etiketten

Vlak na het begin van het nieuwe jaar moesten Odinot en Jansen helaas terugkomen van hun optimisme. Bij het boodschappen doen merkte Jansen dat de nieuwe productinformatie niet klopte. “Ik zag dat er op een pakje ham stond dat het koemelkvrij was. Maar ik wist dat Geralda van die ham wel een keer ziek was geworden.“

Jansen nam meteen contact op met Albert Heijn. De supermarktketen stelde zelf een onderzoek in en er bleken meer verpakkingen niet te kloppen. Albert Heijn moest dertien artikelen uit de schappen halen en plaatste grote advertenties om te waarschuwen voor de foute verpakkingen. “Ze hebben het heel snel en goed opgelost“, vindt Jansen.

De omgekeerde situatie vindt Odinot vervelender: “Er zijn producten die ik eerst wel kon eten, waar nu op staat dat er ingrediënten in kunnen zitten die ik niet kan eten.“ Ze vertelt dat ze nog maar één soort brood kan eten. Op alle andere varianten staat dat ze “sporen van noten kunnen bevatten'. Van de tweehonderdvijftig soorten vleeswaren die Albert Heijn verkoopt, kan ze er nog maar een paar eten. In de rest is melk verwerkt.

Jansen heeft er wel een verklaring voor dat in Nederland in het vlees vaak melk zit. “Melkproducten zijn goedkoop in deze contreien, omdat ze in overvloed beschikbaar zijn. Maar ja, als dat overal in zit, zie je dat ook meer mensen allergisch worden. In Azië komt rijstallergie veel voor.“

Odinot en Jansen zijn inmiddels bij het schap met de koekjes aanbeland. Alle soorten Sultana's en Evergreens zijn voor haar niet weggelegd, omdat er sporen van noten in kunnen zitten. “Die zijn dus allemaal van dezelfde band komen rollen“, zegt Odinot. “Ik vind het zo irritant dat er altijd op staat “kan sporen bevatten van' het een of het ander. Je hebt geen dan nog geen idee van hoe groot de kans is dat de stof er ook echt in zit en in welke mate. Fabrikanten dekken zich op deze manier gewoon in. Ze kunnen of durven niet te garanderen dat het er niet in zit, dus zetten ze maar op een product dat het sporen kan bevatten van een bepaalde stof.“ Jansen is het met haar eens: “Je zou willen dat een fabrikant er gewoon op zet “deze stof zit er niet in, dat garandeer ik u, daar sta ik voor', nu nemen ze het zekere voor het onzekere.“

Toch zijn er in de winkel ook veel producten te vinden waar de nieuwe witte icoontjes op prijken die aangeven dat het product koemelk- of glutenvrij is. Jansen pakt een potje appelmoes met beide icoontjes erop. “Ja, zo kan ik het ook, natuurlijk zit het hier niet in“, zegt Jansen. “Ik was heel enthousiast over die symbooltjes, maar als ze ze hier op gaan zetten, begin ik toch te denken dat het misschien ook wel een mooie marketingtruc is.“

Maar hoe moet het dan wel? Jansen: “Ze zouden producten moeten maken, speciaal voor allergische mensen. Eigenlijk is het een gat in de markt. 1 tot 2 procent van de Nederlanders is allergisch. Sterker nog: niet-allergische mensen zouden het vast ook niet erg vinden om vleeswaren te eten waar geen melk in is verwerkt.“

    • Inger Kuin