Platteland bloeit mede dankzij rijke stedelingen

Plattelanders hebben een beter leven dan mensen in de stad. Vooral jonge senioren doen het goed. Jongeren hebben het moeilijker op het platteland. Zij kunnen er pas weg als ze oud genoeg zijn om auto te rijden.

Traditionele woning langs de Waal in de Tielerwaard. leven op het platteland foto rien zilvold Zilvold, Rien

Het Nederlandse platteland beantwoordt in zekere zin nog altijd aan het zonnige beeld dat ervan wordt gegeven. Het is er gezond, veilig, rustig en groen. De mensen leven redelijk welvarend in ruime, vrijstaande huizen met grote tuinen.

Plattelanders ervaren minder werkstress dan stedelingen, ze gaan vaker met hun buren om. En als de supermarkt of de huisarts niet vlak om de hoek is gevestigd, dan pakken ze gewoon de auto, want daarvan hebben veel plattelandsbewoners er twee of meer. Ze zijn, kortweg, “iets gelukkiger“ dan stedelingen, zo schrijven de onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in hun rapport Thuis op het platteland, de leefsituatie van platteland en stad vergeleken.

Helemaal fantastisch is het landelijke leven natuurlijk niet. “Dit idyllische plaatje behoeft evenwel enige nuancering, omdat het zo geformuleerd lijkt alsof het platteland paradijselijke trekken vertoont“, aldus het rapport, dat vandaag is aangeboden aan minister Cees Veerman (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, CDA).

Er zijn ook schaduwzijden. Het werk op het platteland is relatief vaak fysiek zwaar, de banen zijn van een lager niveau, en jongeren blowen weliswaar minder dan hun leeftijdgenoten in de stad, maar ze drinken wel meer alcohol.

Voor sommige groepen is de leefsituatie op het platteland niet zo gunstig. Pubers en adolescenten vervelen zich, wachtend totdat ze oud genoeg zijn om met de auto ergens heen te kunnen, om in de stad een betere opleiding te volgen of om te gaan werken. Alleenstaande ouderen en eenoudergezinnen hebben vaak hoge woonlasten en een klein inkomen.

Ook zijn er regionale verschillen. Vooral in de Randstad zijn de verschillen tussen stad en land groot; daar is het platteland relatief vaak bevolkt door welgestelde stedelingen die tevreden zijn met hun ruime woonomgeving en alle stedelijke voorzieningen binnen handbereik hebben. Het leven in de noordelijke provincies (Groningen, Drenthe, Friesland) en Zeeland is minder rooskleurig. Hier is bijvoorbeeld de kans op werkloosheid het hoogst, en ook de kans dat er een zwakke school is gevestigd.

Het platteland kent zeker bedreigingen. Het aantal winkels daalt gestaag. Ongeveer 20 procent van alle bewoners op het platteland heeft geen huisarts in de onmiddellijke omgeving. Het aanbod van het openbaar vervoer is “verslechterd“ en vooral bij lijndiensten is een “verschraling“ opgetreden. De economische groei in het landelijk gebied blijft achter bij die in de steden. En het platteland is langzaam maar zeker aan het verstenen. “De waardering van de woonomgeving zou daardoor minder positief kunnen worden“, aldus het rapport.

Maar zo ernstig als sommige media het wel eens voorstellen zijn de bedreigingen niet, stellen de onderzoekers. Het platteland bloedt niet leeg door een haperend verenigingsleven, de onrustbarend hoge alcoholconsumptie tijdens schuurfeesten van jongeren is niet kenmerkend voor het totale platteland, niet alle boerengezinnen leven in stille armoede, en uit gezellige dorpen verdwijnen niet voortdurend postkantoren, bushaltes en bankfilialen totdat uiteindelijk niemand er meer wil wonen. Het platteland is nog vitaal, zo stelt het SCP-rapport.

De cijfers over de zegeningen van het landelijke leven spreken voor zichzelf. “Op het platteland heeft 9 procent van de mensen een slechte leefsituatie, in de stad is dat 17 procent“, aldus de onderzoekers. Het begrip leefsituatie is een maat voor kwaliteit van leven, welzijn en levensomstandigheden. De beste leefsituatie heeft 20 procent van de plattelanders en 17 procent van de stedelingen. Qua gezondheid voelt 83 procent van de bewoners van het platteland zich “zeer goed', tegen 79 procent van de mensen in de stad.

Dat het platteland niet wegkwijnt, is volgens de onderzoekers mede te danken aan de trek van kapitaalkrachtige stedelingen naar buiten. Je kunt zeker niet spreken van een trek van de stad naar het platteland, aldus het SCP, als woongebied is het platteland de afgelopen tien jaar zeker niet populairder geworden. De trek naar het platteland loopt ongeveer gelijk op met de trek naar de stad van jonge mensen op zoek naar een baan of een opleiding. Maar het zijn vooral jonge senioren die bijvoorbeeld gaan “Drentenieren' en daardoor het platteland een nieuwe impuls geven.

Deze nieuwkomers hoeven zeker niet het typerende karakter van het platteland te verstoren. Integendeel. Zij kunnen bijdragen aan het “lokale zelfbewustzijn' van een dorp, stellen de onderzoekers. Er wordt regelmatig beweerd dat stedelingen op het platteland gaan wonen om de fysieke woonsfeer en niet om er te zoeken naar sociale hechting. Nieuwe bewoners zouden minder vaak lid worden van verenigingen, niet meehelpen met de organisatie van traditionele feesten en op straat nauwelijks met elkaar spreken, en klagen over stank van boerenbedrijven. Het is echter niet gezegd dat dit voor elke nieuwkomer geldt, aldus de onderzoekers.

Wel zullen deze jonge senioren ouder worden, en dan zullen ze behoefte hebben aan meer zorgvoorzieningen dan er nu op het platteland beschikbaar zijn. Dat is een “aandachtspunt', aldus het SCP.