Philips neemt medisch bedrijf over in VS

Philips neemt voor 750 miljoen dollar (620 miljoen euro) de Amerikaanse producent van alarmeringssystemen Lifeline over. De overname past in Philips' streven om een sterkere positie te krijgen op de markt voor medische apparatuur voor particulieren.

Lifeline, gevestigd nabij Boston, levert alarmeringssystemen waarmee met name ouderen vanuit huis 24 uur per dag medische hulp kunnen inschakelen. Het bedrijf behaalde in 2005 een omzet van 150 miljoen dollar en een rendement van 15 procent, aldus Philips in een verklaring.

De apparaten van Lifeline zijn geïnstalleerd bij 470.000 particulieren in de Verenigde Staten en Canada. Die krijgen na een melding een callcentermedewerker van Lifeline aan de lijn, die toegang heeft tot hun medische gegevens. Afhankelijk van de situatie kan Lifeline familieleden waarschuwen of medische hulp inroepen. Het bedrijf werkt daarvoor samen met 2.500 ziekenhuizen en andere zorginstellingen.

Het bod van Philips, dat een vijfde van zijn omzet uit medische apparatuur haalt, komt neer op 47,75 dollar per aandeel. Lifeline, dat een beursnotering aan de Nasdaq heeft, noteerde gisteren 39,49 dollar. Philips is vooral geïnteresseerd in het klantenbestand en het distributienetwerk van Lifeline, dat het elektronicaconcern kan benutten om ook andere medische apparatuur voor thuisgebruik te verspreiden.

“Door ons te richten op ouderen en andere mensen die langer zelfstandig willen blijven wonen, willen we een sterke positie verwerven op de markt voor medische apparatuur in huis“, verklaarde Philips-topman Gerard Kleisterlee.

Dankzij de vergrijzing groeit de markt voor producten als die van Lifeline sterk. Alarmeringssystemen vormen op dit moment al de grootste categorie medische apparaten voor thuisgebruik. Philips ziet grote groeimogelijkheden op dit terrein, omdat nog maar 2 tot 3 procent van alle 65-plussers een alarmeringssysteem in huis heeft. Philips levert al systemen voor “zorg op afstand' via de televisie.