Nieuw is in Maastricht dertig jaar oud

Studenten geneeskunde aan de Universiteit Maastricht leren niet uit boeken, maar lossen problemen op. “Als ik een knie zie, weet ik welk trucje ik erop los moet laten.“

Eerstejaars studenten geneeskunde oefenen in het Skillslab reanimatie op een pop. Foto Chris Keulen Nederland, Maastricht, 11/1/06 Skillslab Universiteit Maastricht. Eerstejaars studenten oefenen het reanimeren op een pop. Probleemgestuurd onderwijs. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Niet alleen studenten zitten het liefst passief te luisteren in de collegebank. Docenten hebben net zo goed een “natuurlijke neiging tot passief onderwijs“, zegt Albert Scherpbier, wetenschappelijk directeur van het Onderwijsinstituut Geneeskunde van de Universiteit Maastricht. “Dan hebben ze het gevoel dat ze iets gedaan hebben, dat ze les hebben gegeven. Maar ze vragen zich niet af hoeveel van die kennis blijft hangen.“

Naar schatting tien à vijftien procent van de docenten aan de medische faculteit blijft zich verzetten tegen de onderwijsvernieuwing waar de faculteit beroemd mee is geworden. “De eeuwige strijd tegen conservatieve docenten“, noemt Scherpbier dat. De rest gelooft in meer of mindere mate in probleemgestuurd onderwijs (PGO). Geen boeken als richtsnoer, maar problemen die moeten worden opgelost.

Sinds de start van de medische faculteit in september 1974 - nog voor de officiële oprichting van de jongste universiteit van Nederland, sinds vorige week dertig jaar oud - worden Maastrichtse studenten opgeleid met dit praktijkgerichte onderwijs. Daarmee is het waarschijnlijk de oudste variant van het “nieuwe leren' in Nederland. Met zoveel ervaring heeft Scherpbier wel een paar tips voor de middelbare scholen die nu het nieuwe leren omarmen. “Je moet mensen richting geven, anders raken ze de weg kwijt.“

Kern van PGO is “leren in context'. Scherpbier: “Dat is een inzicht uit de cognitieve psychologie: je neemt iets beter op als je weet wat je er aan hebt. Zelf deed ik als student een tentamen anatomie en paste dat drie jaar later toe. Nu passen studenten hun kennis meteen toe.“ Studenten waarderen dat, blijkt uit de jaarlijkse Elsevier-enquete over het hoger onderwijs. Sinds 1995 krijgt Maastricht de hoogste studentenscore van alle medische faculteiten. Andere Maastrichtse faculteiten en de acht medische faculteiten elders in het land hebben PGO in meer of minder mate overgenomen.

In het Skillslab oefenen studenten vaardigheden. Drie derdejaars studentes geven een rondleiding. In een van de ruimtes maken studenten uitstrijkjes van bloed, dat ze eerder bij elkaar hebben afgenomen. Elders luisteren ze naar elkaars longen.

Dat je als student wordt gestimuleerd om alles zelf op te zoeken is heel prettig, vindt Celine de Weerd (22). Die zelfstandigheid gaat ver, zeggen Tessa Verlaan (23) en Renske van Delft (20). Naar aanleiding van de kwaal van een simulatiepatiënt formuleren eerste- en tweedejaars in werkgroepen zelf een “leerdoel'. Tessa: “Een student leidt de discussie, een docent zit erbij om het proces te begeleiden. Hij grijpt alleen in het nodig is.“

Veel zelf doen en weinig aangereikt krijgen heeft ook nadelen. De studenten hebben het gevoel dat hun feitenkennis tekort schiet. Renske: “We missen heel basale kennis, bijvoorbeeld over het zenuwstelsel. Daar lopen we snel overheen, want we moeten een probleem oplossen.“ Celine: “Je leert de foefjes, maar niet de feitelijke basis die eronder ligt, bijvoorbeeld anatomische kennis.“ Tessa: “Als ik een knie zie weet ik welk trucje er ik op los moet laten, maar niet waarom.“

Klopt, zegt vaardighedendocent en sportarts Jean Hoeberigs, die de studenten naar longen leert luisteren. “Feiten zijn weinig relevant, die heb je zo opgezocht. Als deze studenten klaar zijn, hebben ze meer toegepaste kennis dan toen ik klaar was met mijn studie. Hun technische en sociale vaardigheden zijn beter ontwikkeld dan die van de vorige generaties artsen.“

Dat lijkt op de kenmerken van scholieren die het Studiehuis op havo en vwo hebben gedaan: ze kunnen goed presenteren, maar ze weten weinig. Juist daarom, zegt Albert Scherpbier, doet de medische faculteit constant onderzoek naar PGO. “Toen we begonnen, was er veel scepsis bij de andere faculteiten. We hebben vele vergelijkende kennistoetsen gedaan, en er blijkt geen verschil in kennisniveau te zijn.“ Nog steeds loopt er een vergelijkende voortgangstoets met de faculteiten van Nijmegen, Rotterdam en Leiden, waarbij studenten vanaf het eerste jaar vier keer per jaar worden getoetst.

Scherpbier: “Het is voor ons cruciaal om wetenschappelijk te bewijzen dat ons onderwijs werkt. Ook omdat we mondiaal een pionier zijn en PGO in ontwikkelingslanden introduceren.“ Op de gang naast Scherpbiers werkkamer hangt een wereldkaart, met stickertjes voor tientallen universiteiten die deel uitmaken van het PGO-netwerk.

Sinds de start heeft de faculteit het lesprogramma twee keer fors bijgesteld, in 1988 en 2001. Scherpbier: “Het begin was te idealistisch over de zelfdiscipline van studenten. Geleidelijk zijn we meer gaan sturen, het programma is strakker geworden.“ Wat zijn de lessen die navolgers van Maastricht kunnen leren? “Geef veel aandacht aan de docenten. Vertel ze duidelijk wat het eindpunt is, wat de bedoeling is. Je kunt er niet van uitgaan dat ze meegaan met vernieuwingen, je moet het blijven uitleggen.“

Verder moeten toetsen, voorzieningen en curriculum worden aangepast. “Toetsing stuurt leergedrag: studenten richten hun inzet naar de aard van tentamens. Daarom moet je minder toetsen met multiple choice-vragen, en meer met werkstukken. Zowel in je faciliteiten als lesprogramma moet je zorgen voor voldoende ruimte voor zelfstudie. Veel computers, boeken en studieplekken. En je moet niet de hele week volplannen. Onze studenten hebben tien à twaalf uur contactonderwijs per week, de rest is zelfstudie.“

En die onzekerheid van studenten over hun eigen kennis? Vaardigheidsdocent Toon van Gerwen leert studenten al 25 jaar hoe ze in een laboratorium moeten werken. “Het is juist prikkelend om te denken dat je nog niet alles weet. Ik vind dat bij uitstek een academische houding.“

Dit is het vijfde en laatste deel van een serie over het “nieuwe leren' . De serie is na te lezen op www.nrc.nl/nieuweleren

    • Mark Duursma