Laagopgeleide vrouwen geen natuurverschijnsel

In het artikel `Arme, arme vrouwen` (Opinie & Debat, 7 januari) kijkt mevrouw Ypeij door een genderbril naar de armoede. Het is de schuld van de overheid door haar gemis aan een genderperspectief, dat er zoveel armoede is vooral onder laagopgeleide alleenstaande moeders. ”Bovendien voelen veel vrouwen zich schuldig naar de kinderen toe over het gemis aan een vader. De norm is immers nog steeds het kerngezin.”

Mevrouw Ypeij ziet twee oplossingen. De overheid moet de arbeidsdeling te lijf gaan [weg met het kostwinnersmodel en het kerngezin?] en de bijstand voor alleenstaande moeders moet substantieel omhoog. Vraagt mevrouw Ypeij zich wel eens af waarom die vrouwen laagopgeleid zijn en hoe zij aan kinderen komen? Het lijken beide onveranderlijke natuurverschijnselen te zijn.

Vorig jaar verscheen het boek Beschaving of wat er van over is van Theodore Dalrymple. In het woord vooraf schrijft Chris Rutenfrans dat door de creatie van de verzorgingsstaat mensen zich niet meer verantwoordelijk voelen voor de economische consequenties van hun gedrag. De overheid draait er wel voor op. Maar steeds meer burgers zijn niet meer bereid bij te dragen aan het onverantwoordelijke gedrag van anderen. Het beroep op de bijstand moet worden beperkt tot echt uitzichtloze gevallen. Voor de rest wordt er bezuinigd op de bijstand, waardoor bij deze groepen de armoede toeneemt.

Wanneer we vrouwen toestaan om kinderen op de wereld te zetten zonder vader(s) voor hun opvoeding verantwoordelijk te maken, maar wel de bijstand verhogen, verlengen we de ellende waarin zij nu verkeren. Bijna alle probleemjongeren komen uit gebroken gezinnen. Mevrouw Ypeij moet de krant eens lezen waar ze in schrijft in plaats van door haar genderbril te kijken. Is zij nog steeds in de war van de feministische en bevrijdingsideologie van de jaren zestig? Intellectuelen die (nog) denken zoals zij, zijn verantwoordelijk voor het vergroten van de ellende.