Kinderloosheid in grimmige beelden

Duisternis is wel het sleutelwoord voor het toneelwerk van de Vlaamse tekstschrijver en regisseur Eric De Volder. Zijn werk is de weergave van La Flandre profonde, het diepe donkere Vlaanderen van dodelijk-praatzieke moeders, losgeslagen zonen, gefrusteerde dochters en vaders die zich aan meisjes vergrijpen. Geen vrolijk beeld, kortom, eerder hard en bitter.

Slotscène uit “Au nom du père' (Foto Maarten Vanden Abeele) Voorstelling: Au nom du père van Eric de Volder, door Het Toneelhuis/ Ceremonia. Gezien: 12/1 Cultureel Centrum Hasselt (België). Te zien: 21/1 Rotterdamse Schouwburg, 24/1 Schouwburg, Amsterdam. Tournee tot en met 4/2. Inl. www.toneelhuis.be. Abeele, Maarten Vanden

Voorstellingen als Zwarte vogels in de bomen en Het Laatste Avondmaal zijn ongeëvenaard, zeker voor Nederlandse toneelbegrippen. Alleen al de manier waarop De Volder poppen gebruikt, maakt zijn werk bijzonder.

In Au nom du père gaat hij met zijn gezelschap Ceremonia nog verder het donkere Vlaanderen in. Veertien acteurs doen mee, allemaal zwaar geschminkt, als droegen zij groteske maskers. Het is of de toeschouwer ruim een uur naar een schaars verlicht rariteitenkabinet tuurt.

Aanjager is de acteur Johan Knuts. Hij speelt Triphon Muys, een man met een hoed die een desperate kinderwens heeft. Zijn “dikkopjes' weet hij weliswaar precies in de schoot van zijn vrouw te richten, maar een kind - nee. Hij stelt haar een ultimatum: óf na de eerstvolgende daad zwanger, of hij vermoordt haar.

Wat volgt is een grimmig spel over verlangen naar een kind en de harde werkelijkheid van de onvruchtbaarheid. Een van de mooiste vondsten is dat het ongeboren kind, dat Braaf Pietsjen heet, eenvoudigweg als acteur op het toneel staat. Peter Seynaeve draagt een lange broek die te kort is, loopt rond met een kruisbeeld en praat tegen zijn vader alsof hij werkelijk het kind is. Zo leeft de ongeborene, en zoiets magisch kan alleen op het toneel.

De kinderloze man omringt zich met vrouwen die hem ten dienste moeten staan. Zelfs de Heilige Maagd Maria roept hij aan. Maar als een van hen opeens begint te kijven in een ellenlange tirade, dan zie je het kind ineenkrimpen, alsof het zich afvraagt; ,,Is dit de wereld waarin ik terecht moet komen? Zijn dit mijn toekomstige ouders?“

Op meer manieren laat De Volder de gruwel van de praatzieke mens zien. Voor de toehoorder met op het Nederlands afgestemde oren is dat niet altijd plezierig, want het zogenaamd “sappige Vlaams' dat De Volder schrijft, is nagenoeg onverstaanbaar. Het lijkt alsof hij folklore nastreeft, je voelt je al snel buitengesloten. Een toneelschrijver als Hugo Claus is begaafder en ook respectvoller in zijn omgang met taal; zijn toneelteksten zijn altijd verstaanbaar en boeiend.

Het slotbeeld van Au nom du père is weergaloos mooi, maar heeft slechts zijdelings met de voorstelling te maken. Een man en vrouw in de gedaante van twee reusachtige poppen nuttigen samen een maaltijd die eindigt in een dodendans. Uit de soepterrine scheppen ze zichzelf lepels vol dodelijke pillen op.

De beeldtaal van De Volder is onvergetelijk. In de film Casanova van Federico Fellini danst Donald Sutherland in dezelfde stijl met een pop. Het is aan de toeschouwer deze slotscène te interpreteren. Zijn ouders gedoemd tot de dood? Leidt de kinderwens van Triphon Muys tot een macabere droom? In elk geval: duisterder kan het in De Volders'Flamand profonde niet zijn.

Voorstelling: Au nom du père van Eric de Volder, door Het Toneelhuis/ Ceremonia. Gezien: 12/1 Cultureel Centrum Hasselt (België). Te zien: 21/1 Rotterdamse Schouwburg, 24/1 Schouwburg, Amsterdam. Tournee tot en met 4/2. Inl. www.toneelhuis.be.
    • Kester Freriks