Japanse kipkoekjes

Nodig: 1 rettich500 g maïskipfilet; 1 ei; paneermeel of droog broodkruim; 150 g shii-take paddestoelen; 2 lente/bosuitjeswasabi (Japanse groene mierikwortel); ca. 2 eetl. Japanse sojasaus; zonnebloemolie

In geen enkel Japans of ander kookboek zul je Japanse kipkoekjes tegenkomen. Het is familietaal voor een bedacht hapje dat in de smaak viel en na die eerste keer zo wordt genoemd. Deze koekjes zijn helemaal niet zoet. Integendeel. Ze zijn, dankzij de wasabi en de rettich, hartig en pittig van smaak. Rettich behoort net als bijvoorbeeld de rammenas en daikon tot de radijsfamilie. Snijd van de rettich, een lange witte wortel die wordt geschild, de uiteinden af. Vervolgens wordt het dikste deel in dunne plakken van circa 3 mm gesneden. Tussen twee plakken - er moet dus een even aantal klaar liggen - wordt een gehaktkoekje geklemd. Borstel de shii-take schoon. Verwijder de taaie steeltjes en gooi ze weg. Snijd de hoedjes in plakjes en bak die snel in een beetje olie in de koekenpan knapperig. Laat ze afkoelen en hak ze in kleine stukjes. Schep de stukjes in een royale kom, waarin het gehakt wordt aangemaakt. Maak de lente-uitjes schoon. Verwijder de worteltjes, het buitenste vliesje en het lelijke deel van het groene loof. Snijd de uitjes in dunne ringetjes. Schep de uiringetjes bij de shii-take. Hak de kipfilet in kleine stukjes of gebruik voor het kleinmaken een ouderwetse gehaktmolen of een elektrische keukenmachine. Maal de kipfilet niet al te fijn. Doe het gehakt in de kom. Meng shii-take, ui, kipgehakt en ei door elkaar. Meng ca. 1 cm wasabi (uit een tube) en ongeveer 2 eetlepels Japanse sojasaus door het gehakt. Extra zout toevoegen is niet nodig, omdat de sojasaus zout van smaak is. Voeg nu zoveel paneermeel of droog broodkruim toe dat er een samenhangend gehakt ontstaat, waarvan met vochtig gemaakte handen kleine balletjes worden gevormd. Druk de balletjes plat. Verhit opnieuw olie in de koekenpan en bak deze vleeskoekjes op een matige hittebron ca. 2 minuten per kant. Het gehakt moet door en door gaar zijn. Schep ze uit de pan op een plak rettich. Dek toe met een plak rettich. Steek eventueel cocktailprikker in deze koekjes, die zowel warm als koud kunnen worden gegeten. Garneer ze eventueel met wat radijskiemen. Verwerk de rettich die is overgebleven, in lucifertjes gesneden, in een salade.

Anne Scheepmaker

Morgen: Kip met prei.

    • Anne Scheepmaker