Het oor begon als onderdeel ademhaling

Het middenoor evolueerde aanvankelijk als ademgat. Zweedse paleontologen concluderen dat uit de bouw van Panderichthys, een 370 miljoen jaar oud fossiel dat de overgang van zee naar land markeert.

De paleontologen Per Ahlberg en Martin Brazeau van de universiteit van Uppsala in Zweden beschrijven vandaag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature hoe zij de evolutie van het oor hebben “betrapt' in een fossiel van Panderichthys. In het fossiel zien zij duidelijk een goed ontwikkeld ademgat (spiraculum). Bij primitievere vissen is dit slechts een heel dun buisje. Ahlberg en Brazeau stellen dat Panderichthys een overgang laat zien naar de latere ontwikkeling van het middenoor bij viervoeters.

Het ontstaan van het middenoor gold tot nu toe als een raadsel voor paleontologen en evolutiebiologen. Ahlberg en Brazeau denken dat het zijn oorsprong vindt bij de evolutie van het ademgat. Zo'n gepaard ademgat is ook aanwezig bij moderne roggen en haaien, en ligt bij hen boven of tussen de ogen. Het stelt hen in staat zuurstofrijk water langs de kiewen te laten stromen terwijl zij op de bodem liggen, zonder dat er slib of gruis meekomt.

Panderichthys leefde in het late Devoon (416-359 miljoen jaar geleden) en was een spiervinnige vis van ongeveer een meter lengte. Uit de spiervinnigen evolueerden later de viervoeters die voor het eerst het land betraden. Panderichthys behoort waarschijnlijk tot een zustergroep van de voorlopers van de viervoetigen. Toch markeert deze soort de overgang naar het land en laat hij allerlei aanpassingen zien aan het nieuwe leefmilieu. Evolutionair gezien staat Panderichthys tussen Eusthenopteron (nog echt visachtig) en Acanthostega (vaak genoemd als eerste echte viervoeter). Het fossiel dat Ahlberg en Brazeau onderzochten, werd in de jaren zeventig opgegraven in Letland.

Ook de gehoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel) van het menselijk middenoor en dat van andere zoogdieren hadden miljoenen jaren geleden in onze visachtige voorouders een totaal andere functie. De botjes waren in die voorouders veel robuuster en dienden voor de stevigheid en samenhang van kop en kaak. Het gehoor ontstond niet ineens, maar evolueerde uit reeds aanwezige structuren.