Het beeld

Het late NOS Journaal vertoonde bizarre beelden, van verkleumde en licht verdwaasde inzittenden van de 66 auto's die op de A28 bij Assen in een blikken kluwen waren geëindigd. Op de een of andere manier biedt zo'n tafereel een intuïtieve verklaring voor de moderne behoefte aan spiritualiteit en zingeving. Want zo'n zinloze kettingbotsing, daar moet toch iets anders tegenover staan?

Zonder veel toelichting of zelfs identificatie begint de film met intrigerende, tamelijk plechtstatige beelden van rituelen en heiligdommen: een pagode die een haar van Boeddha bevat bovenop een goud geschilderd rotsblok in Birma Dokwerk: Mana - Beyond Belief, 18 januari, 20.35u.

Een groot deel van de zondag wijdt Nederland 1 aan programma's van de zendgemachtigden op basis van artikel 39f van de mediawet. Dat artikel verstrekt zendtijd aan organisaties zonder leden, maar op basis van de representatie van geestelijke stromingen: protestanten, rooms-katholieken, boeddhisten, moslims, joden, humanisten, hindoes en dan vergeet ik er misschien nog een paar. In de Tweede Kamer gaan geluiden op dat artikel maar eens af te schaffen, net als de zonder leden opererende NPS.

Zoals bij veel omroepkwesties zou je ook in dit geval misschien eerder pragmatisch dan principieel moeten redeneren. Nee, er zijn weinig rationele overwegingen waarom de overheid sommige kerkgenootschappen door een omroep met leden laat vertegenwoordigen, en andere bij decreet zendtijd toewijst, op basis van het stromingsartikel. Ja, veel van die 39f-omroepen maken heel aardige programma's en vormen een welkome aanvulling op de poging van publieke omroepen om zo veel mogelijk kijkers te trekken. Ik zou de meeste 39f-omroepen niet graag missen.

In tegenstelling tot wat je zou verwachten werd de documentaire Mana - Beyond Belief gisteren echter niet door een levensbeschouwelijke omroep uitgezonden, maar door de NPS, in het kader van de rubriek Dokwerk. De film van de Amerikaanse regisseurs Peter Friedman en Roger Manley is namelijk een typisch voorbeeld van een internationale coproductie van Europese publieke omroepen, die alle beschikbare subsidiepotjes ervoor aanspreken. Na een vertoning op IDFA en een nominaal bioscooproulementje mag het dan worden uitgezonden.

Ook bij de beoordeling van Mana verdient pragmatisme de voorkeur. Het woord komt bij de Maori's vandaan, en betekent zoiets als “spirituele autoriteit“. Zonder veel toelichting of zelfs identificatie begint de film met intrigerende, tamelijk plechtstatige beelden van rituelen en heiligdommen: een pagode die een haar van Boeddha bevat bovenop een goud geschilderd rotsblok in Birma; dronken Japanners bij een bloeiende kersenboom; maskerdansen van duivelse voorouders in Benin; een kerkdienst bij de lijkwade van Turijn. Mooi en spannend om te zien, maar waarom en waarvoor? Naarmate de makers dichter hun eigen cultuur naderen, worden ze lolliger en gaan ze ideetjes opwerpen. Het schilderij Man met gouden helm was een Berlijnse kunstrelikwie, maar is dat niet meer nu het niet van Rembrandt blijkt te zijn. Spirituele autoriteit blijkt ook te koop te zijn: een aan Edgar Allan Poe toegeschreven gemummificeerde hand, het hijsen - in grote haast - van de Amerikaanse vlag naast het Capitool, een eigengebouwde hobby-auto, beurshandelaren in Chicago, bevroren tonijn in Japan, ineens is het sacrale bestemd voor de hoogste bieder.

Het is een aardig rommeltje, dat vooral doet terugverlangen naar de rigide beeldessays van wijlen Johan van der Keuken.