Genereuze donor, geen vragen

Terwijl de Chinese minister van Buitenlandse Zaken door Afrika toert, stelt Human Rights Watch Pekings steun aan onderdrukkende regimes aan de kaak. Maar China wil slechts wederzijds voordeel.

De Zimbaweaanse minister van Vervoer, Christopher Mushowe, heeft een droom. Hij wil van het vliegveld van Harare een regionaal knooppunt maken voor de burgerluchtvaart. Mushowe zei dat gisteren bij de ceromoniële ontvangst van een Chinees passagierstoestel van het type MA60. Het toestel, het derde in de vloot van Air Zimbabwe, is een geschenk van Peking,

China's cadeautje voor het autoritaire regime van Robert Mugabe, dat door de Westerse landen wordt gemeden, is illustratief voor de wijze waarop Peking zaken doet in Afrika, in Latijns Amerika, in Azië en eigenlijk overal in de wereld. “China, het grootste ontwikkelingsland in de wereld, volgt het pad van vreedzame ontwikkeling en voert een onafhankelijk buitenlands beleid van vrede“ , aldus een recentelijk in Peking gepubliceerd Witboek over het Chinese Afrika-beleid. Het streven naar “wederzijds voordeel' en het principe van “non-interventie in binnenlandse aangelegenheden' zijn daarbij richtinggevend.

In het gisteren verschenen jaarrapport over de mensenrechten in de wereld, besteedt ook het gezaghebbende, in New York gevestigde Human Rights Watch (HRW) speciaal aandacht aan China's aanwezigheid in Afrika. Alleen de toonzetting is een stuk scherper. China's economische expansie en zijn zoektocht naar natuurlijke hulpbronnen leiden ertoe dat het “corrupte en repressieve regimes in Afrika, Latijns Amerika en Azië ondersteunt ten nadele van de bevolking in die regio's“, aldus HRW. “Met zijn bereidheid zaken te doen met iedereen, gooit de Chinese regering een economische reddingslijn uit naar hoogst repressieve regeringen als die van Soedan en Zimbabwe. (...) Peking sluit ook zijn ogen voor corrupte regeringen als die van Angola.“

De groeiende aanwezigheid van China in Afrika is niet onopgemerkt gebleven. Economisch groeide Afrika vorig jaar ruim 5 procent en dat is mede te danken aan China. Na de VS en Frankrijk is China inmiddels Afrika's derde handelspartner. En Peking is vastbesloten de banden verder aan te halen, zei president Hu Jintao in 2004 op rondreis. Juist deze week sloot zijn minister van Buitenlandse Zaken, Li Zhaoxing, een rondreis af langs zes Afrikaanse landen, waaronder Nigeria, Libië en Senegal.

Soms hebben de relaties historische gronden, zoals de gemeenschappelijke strijd tegen koloniale overheersing - aangehaald in het Witboek. De band met Zimbabwe dateert al van de Koude Oorlog, toen ideologie China's belangrijkste exportprodukt was, en Peking de bevrijdingsbeweging Zanu van Mugabe steunde.

Niet ideologie maar China's economische opkomst is nu de belangrijkste strategische drijfveer. China, de grootste olie-importeur ter wereld na de VS, heeft de komende decennia dringend olie, gas en andere grondstoffen nodig om zijn binnenlandse ambities van economische groei en sociale stabiliteit te realiseren. Daarom heeft het langlopende leveringscontracten gesloten en doet het miljardeninvesteringen in oliewinning en mijnbouw in landen als Nigeria, Angola, Soedan, Zambia, Congo en Zimbabwe. Vorige week nog maakte het staatsbedrijf CNOOC bekend deel te zullen nemen aan Nigeriaanse oliewinning op zee.

Afrikaanse landen zijn voor China ook een aantrekkelijke afzetmarkt voor producten als textiel en wapens. Chinese bedrijven leggen daarnaast wegen aan, bouwen bruggen en zetten fabrieken op.

Maar China geeft ook ontwikkelingshulp (“zonder voorwaarden te stellen“), scheldt schulden kwijt en gebruikt zijn invloed internationaal om sancties tegen bijvoorbeeld Soedan tegen te houden. Ook HRW erkent China's groeiende rol als donor op het Afrikaanse continent. “Maar dan zonder daarbij de druk om de mensenrechten te respecteren, die, in theorie tenminste, met de Westerse hulp gepaard gaat“, zegt HRW. Daarom mocht minister Moshowe een vliegtuig in ontvangst nemen.