Franse rechtspraak onder vuur

De affaire-Outreau begon als een proces tegen mogelijke pedofielen, maar eindigde in een enquête in het parlement naar de rol van onderzoeksrechters in een rechtszaak.

De mensen die ten onrechte verdacht werden van betrokkenheid bij een pedofielennetwerk tijdens de parlementaire hoorzitting. Foto AFP Combo of TV Grabs realized 18 January 2006 of the twelve acquitted people in the paedophile network trial in the northern French town of Outreau attending a hearing of the parliamentary inquiry commission in Paris. (LtoR and top to bottom) David Brunet, Lydia Cazin, Dominique Wiel, Roselyne Godard, Pierre Martel, Karine Duchochois, Odile Marecaux, Thierry Dausque, Jeanine Couvelard, Daniel Legrand, Alain Marecaux and Daniel Legrand junior. French lawmakers voted unanimously in December 2005 to open the parliamentary inquiry after 13 people were found to have been wrongly convicted of child sex offences in one of the country's biggest ever judicial scandals. AFP PHOTO AFP

Het was reality-tv, maar dan echt, zonder een spoor van bedrog. Heel Frankrijk kon gisteren rechtstreeks op televisie kijken naar de woede en de tranen van een groep mannen en vrouwen met wie iedereen zich kan identificeren omdat zij zo gewoon zijn - een ex-deurwaarder, een bakkersvrouw, een ex-voetballer, een arbeiderspriester.

Met één verschil: deze zes mannen en vrouwen zijn slachtoffer geworden van onterechte beschuldigingen én veroordelingen in een proces van seksueel misbruik van kinderen.

De affaire-Outreau, genoemd naar het Noord-Franse plaatsje waar dit pedofielennetwerk actief zou zijn geweest, is inmiddels onderwerp van een parlementaire enquête. Gisteren werden de onterecht veroordeelden, die vorige maand in hoger beroep werden vrijgesproken, door deze commissie gehoord.

Helemaal een spookproces was de affaire-Outreau niet. Vier mensen uit Outreau zijn in 2004 veroordeeld tot lange gevangenisstraffen na bekentenissen over seksueel misbruik van hun kinderen. Maar wie in Frankrijk spreekt over de affaire-Outreau, denkt niet aan deze vier.

De affaire-Outreau gaat over dertien andere ex-verdachten, die een tot drie jaar in de gevangenis doorbrachten. Zeven alleen in voorlopige hechtenis , totdat ze in 2004 werden vrijgesproken. Zes anderen werden toen wel veroordeeld, en pas vorige maand in hoger beroep vrijgesproken.

Vooral sindsdien is de affaire-Outreau uitgelopen op een debat over het disfunctioneren van de Franse justitie. Hoe kon de affaire Outreau uitlopen op een “gerechtelijke catastrofe“, zoals de procureur-generaal van het Hof van beroep in Parijs, Yves Bot, het tijdens het hoger beroepzaak noemde?

Volgens sommigen heeft “Outreau' blootgelegd dat er ingrijpende hervormingen nodig zijn om tegen te gaan dat justitie zich zo vastbijt in het behalen van successen, dat de waarheidsvinding uit het oog wordt verloren, Zo pleit de bekende onderzoeksrechter Van Ruymbeke voor het afschaffen van zijn eigen functie.

Onderzoeksrechters, die met een grote mate van onafhankelijkheid processen voorbereiden, kunnen gemakkelijk in de verleiding komen via spraakmakende zaken carrière te maken, zo is de redenering.

In de zaak- Outreau gaat deze - doorgaans impliciet gehouden - beschuldiging uit naar onderzoeksrechter Fabric Burgaud, die tussen 2001 en 2004 het onderzoek in de affaire-Outreau leidde. “Hij wilde onze huid, het maakte niet uit wat we zeiden“, zei een van de ex-verdachten gisteren. En een ander: “Je kan niet met het leven van mensen spelen zoals je met dobbelstenen speelt.“ Ze maakte duidelijk dat de schuld voor de hardnekkige vervolging van de in totaal dertien mensen niet kan worden afgeschoven op de onderzoeksrechter alleen. “Een hele reeks van personen draagt hiervoor de verantwoordelijkheid.“

Inderdaad was een doorslaggevende ontwikkeling bij de rechtszaak in hoger beroep dat de belangrijkste getuigen hun beschuldigingen tegen de verdachten introkken. Met name een oppas- moeder vertelde haar observaties “verzonnen“ te hebben.

Ook de Franse minister van Justitie en president Chirac, die begin december plechtig zijn excuses aanbood aan de “vrijgesprokenen van Outreau“, hebben inmiddels verklaard dat de prioriteit moet liggen bij de vraag hoe de werking van het Franse gerechtelijke systeem moet worden verbeterd.

Maar gisteren raakte deze vraag voorlopig even op de achtergrond, nadat onderzoeksrechter Fabrice Burgaud zich voor het eerst sinds 2004 over de zaak uitliet. Excuses zijn van hem niet te verwachten, dat zou “een te gemakkelijke oplossing“ zijn, meldde hij in een interview met het weekblad L'Express. “Ik heb gewoon eerlijk mijn werk gedaan“.