Explosie geweld in noorden Irak

Amerikaanse en Iraakse troepen zijn op zoek naar 35 Irakezen die maandag ten noorden van Bagdad werden ontvoerd door gewapende mannen. Dat melden zegslieden van de politie in Samarra. De ontvoerde mannen maakten deel uit van een groep van 229 kandidaten voor de politieacademie in Bagdad die voor hun toelatingsexamen waren gezakt. De bus waarin zij naar huis reden werd bij Nibaei, 50 kilometer ten noorden van de hoofdstad, door rebellen onderschept. Een 36ste inzittende slaagde erin te ontkomen, en stelde de autoriteiten in Samarra gisteren op de hoogte van de ontvoering.

De ontvoering maakt deel uit van grootscheeps geweld in het gebied van Nibaei nadat Amerikaanse en Iraakse troepen een groot deel van de hoofdweg hadden afgesloten in verband met het onderzoek naar het neerstorten van een Amerikaanse helikopter. Op de kleinere wegen die de Irakezen vervolgens gedwongen werden te nemen, vermoordden rebellen zeker 40 mensen, zo maakte de politie gisteren bekend. Ze werden uit hun auto's gesleurd bij wegversperringen en doodgeschoten.

Het Iraakse ministerie van Justitie maakte gisteren bekend het Amerikaanse leger te hebben gevraagd zes vrouwelijke gevangenen vrij te laten. Maar het voegde er onmiddellijk aan toe dat dit niets te maken heeft met de eis van de ontvoerders van een Amerikaanse journaliste. Dezen dreigden op een dinsdag uitgezonden videoboodschap de journaliste Jill Carroll (28) te vermoorden tenzij alle Iraakse vrouwelijke gevangenen van het Amerikaanse leger vrijkwamen. De Amerikanen maakten gisteren bekend acht vrouwen vast te houden. In oktober 2004 werden twee Amerikanen en een Brit die in Bagdad waren ontvoerd, onthoofd door een groep die de vrijlating van vrouwelijke gevangenen eiste. Het leger meldde toen slechts twee vrouwen gevangen te houden, topgeleerden die betrokken waren bij het vroegere massavernietigingswapenprogramma van Saddam Hussein. Zij werden vorige maand vrijgelaten.

De Iraakse regeringscommissie die ervoor moet waken dat aanhangers van Saddam Husseins Ba'athpartij opnieuw op belangrijke posten terechtkomen, heeft verzet aangetekend tegen plannen om de vice-president van de rechtbank die Saddam berecht tot president te benoemen. De president, de Koerd Rizgar Amin, wil opstappen na zware kritiek van regeringszijde dat hij Saddam niet in toom zou houden. Zijn tweede man, de shi'iet Said al-Hamash, komt voor zijn opvolging in aanmerking. Maar volgens de deba'athificatiecommissie is Hamash lid van de Ba'ath geweest en moet hij ontslag nemen. Hamash ontkent een Ba'athist te zijn. Zo'n 1,5 miljoen Irakezen waren lid van de Ba'ath ten tijde van Saddams val, velen omdat lidmaatschap vereist was om hogerop te komen.