EU-hof acht Duits werkvisum te strikt

De Duitse regeling voor werkvisa is in strijd met de vrijheid van dienstverlening in de Europese Unie.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen bepaald. Volgens het Hof is de Duitse regeling nodeloos omslachtig. Daardoor belemmert zij op ongeoorloofde wijze de toegang tot de Duitse markt van dienstverleners uit andere EU-landen. Gevolg van de uitspraak is dat Duitsland zijn regeling moet versoepelen.

In de Duitse regeling staat dat buitenlanders die niet uit de Europese Unie komen en die meer dan drie maanden in Duitsland willen werken een speciale verblijfsvergunning nodig hebben. Dit houdt onder meer in dat bedrijven uit andere EU-landen die in Duitsland diensten willen verrichten, voor hun niet-Europese werknemers een visum moeten regelen via de Duitse diplomatieke vertegenwoordiging in het land waar dit bedrijf is gevestigd. Zo'n visum wordt alleen afgegeven als de werknemer gedurende ten minste één jaar bij het bedrijf werkt.

De Europese Commissie vond dat deze Duitse regeling, onderdeel van het Ausländergesetz niet door de beugel kon en dat Duitsland hiermee de Europese afspraken over het vrij verrichten van diensten schond. De Commissie legde de kwestie twee jaar geleden voor aan het Europees Hof van Justitie, de hoogste rechterlijke instantie in EU-zaken.

Het Hof stelde vanmorgen de Europese Commissie in het gelijk. Volgens het Hof gaat zowel de voorafgaande controle als de eis dat de werknemer ten minste een jaar bij het bedrijf moet werken “verder dan noodzakelijk is“ om misbruik te voorkomen en werknemers te beschermen tegen sociale dumping.

Duitsland kan volgens het Hof volstaan met een “eenvoudige verklaring' vooraf van het bedrijf dat werknemers uit niet-EU-landen in Duitsland wil laten werken. Daardoor zou misbruik kunnen worden voorkomen.