Donner: jongeren na misdraging snel aanpakken

Minister Donner (Justitie, CDA) wil extra maatregelen om jongeren die overlast veroorzaken te bewegen tot beter gedrag. Dat liet hij gisteren weten op een werkbezoek in Rotterdam, waar hij een experiment bezocht dat over een maand begint.

In het experiment “Doe Normaal' krijgt het Rotterdamse gemeentebestuur de mogelijkheid om contracten te sluiten met jongeren die zich hebben misdragen. Zij verplichten zich tot beter gedrag, waar een tegenprestatie van de gemeente tegenover staat, zoals de bouw of inrichting van een buurthuis. Dit plan is gebaseerd op Britse wetgeving en werd door fractieleider André Rouvoet van de ChristenUnie onder de aandacht van Donner gebracht.

Eveneens gisteren heeft voorzitter Hans de Boer van de werkgroep Jeugdwerkloosheid gepleit voor een harde training van kansloze jongeren die niet meer naar school gaan en evenmin werk hebben. Deze groep van tussen de 30.000 tot 40.000 jongeren, meestal allochtoon, zou volgens De Boer in een kazerne moeten worden gedrild opdat “ze hun nest uit komen en hun schoenen poetsen“.

Het kabinet verstrekt de vier grote steden de komende jaren miljoenen euro's extra voor de bestrijding van criminaliteit onder met name Marokkaanse jongeren. Dat heeft minister Donner gisteren bekendgemaakt.

De gemeentebesturen van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht mogen dit jaar al 5 miljoen verdelen en volgend jaar nog eens. Na 2006 zal er volgens Donner zes miljoen structureel beschikbaar zijn. Het geld is uitsluitend bedoeld voor de aanpak van bijzondere doelgroepen en komt bovenop het beleid dat is afgesproken om veelplegers aan te pakken.

“Het kabinet beseft terdege dat de benadering van een afzonderlijke doelgroep met specifieke kenmerken een extra inspanning van u vraagt“ , aldus de brief. De aanvullende bijdrage moet leiden tot allerlei projecten voor Marokkaanse jongeren “om een criminele loopbaan te voorkomen“.

Donner geeft de grote steden tot 1 juni aanstaande de tijd om hun plannen bekend te maken en kondigt aan dat nauwlettend zal worden gekeken naar de ontwikkeling van de criminaliteit in deze bevolkingsgroep. “Opdat een indruk van de effectiviteit van de extra inspanningen wordt verkregen.“ Omdat volgens hem de aard van de problematiek het nodig maakt dat “zowel de bestuurlijke als de strafrechtelijke overheid in samenhang optrekken“ wordt ook het college van procureurs-generaal ingeschakeld.