De stille hypotheek

Moet Nederland troepen naar de Afghaanse provincie Uruzgan sturen of niet? Eind vorig jaar schreef ik al dat, van de argumenten die de ministers Bot en Kamp pro uitzending hebben gebruikt, opbouw van de rechtsstaat én het terugdringen van de invloed van de Talibaan en Al-Qaeda, het tweede argument sterker is dan het eerste. Ja, maar dat is nog geen antwoord op mijn vraag.

Dit is, in essentie, het tweegesprek dat ik de laatste weken met mezelf gevoerd heb. Nu moet ik tot een conclusie komen. Om te beginnen: ik geloof nog steeds dat het een illusie is dat in Afghanistan de rechtsstaat (zoals wij dat begrip verstaan) gevestigd kan worden. Die bestaat in de omringende landen trouwens ook niet, en daar sturen we ook geen troepen naar toe.

Minister Bot zei zondag in het tv-programma Buitenhof dat president Karzai van Afghanistan Nederland heeft beloofd de gouverneur van de provincie Uruzgan, hoofd van een stam en bovendien een berucht drughandelaar, te vervangen door iemand van buiten de provincie, en ook de politie in Uruzgan, nu in handen van één stam (die van de gouverneur waarschijnlijk), te vervangen.

Nu is president Karzai ongetwijfeld een eerbiedwaardig man, van wie aangenomen mag worden dat hij zijn best doet om iets wat lijkt op een rechtsstaat tot stand te brengen. Maar het is de vraag of zijn gezag in Afghanistan zich uitstrekt tot over de provincie Uruzgan. Het centrale gezag in Afghanistan is altijd zwak geweest. Karzais toezeggingen moeten dus met de nodige hoeveelheid zout worden aangehoord. Meer in algemene zin betwijfel ik of de militaire vredesoperaties waar Nederland met geestdrift aan meedoet en die door prof. C. J. Lammers in zijn onlangs verschenen boek Vreemde overheersing: bezetten en bezetting in sociologisch perspectief als heilzame' bezettingen worden gekarakteriseerd, ook door de betrokken bevolking of tenminste haar politieke en geestelijke leiders als heilzaam' worden beschouwd. Want om hun mening gaat het.

Hoe staat het daarmee in Uruzgan?

Slaat de balans daarmee bij mij door naar: niet gaan? Nee. In de eerste plaats blijft het argument van Bot en Kamp geldig, dat de Talibaan en Al-Qaeda teruggedrongen moeten worden, want vooral de laatste bedreigt niet alleen de Verenigde Staten, maar ook Europa, zoals de aanslagen in Madrid en Londen hebben aangetoond.

Dit argument heeft de Kamer trouwens altijd gehonoreerd door ermee in te stemmen dat troepen naar Afghanistan werden gestuurd, die daar nog steeds opereren. Als je ergens aan begint, kun je niet plotseling afhaken. Dat had Ronald Plasterk van zijn moeder geleerd, zo vertelde hij zondag in Buitenhof, daarmee het argument pro uitzending versterkend.

Ja, maar de toestand in Uruzgan is veel gevaarlijker dan in de andere provincies waar Nederlanders zijn gestationeerd. Die tegenwerping maakt op mij weinig indruk. De Nederlanders die naar Afghanistan worden gestuurd, zijn vrijwilligers of beroepssoldaten. Zij moeten zich bewust zijn van de risico's van hun vak.

Wat bij mij de balans heeft doen doorslaan naar: wél gaan, is de reputatie van het land waarvan ik staatsburger ben. Moet Nederland de naam krijgen wél altijd de mond vol te hebben van mensenrechten, internationale rechtsorde, humanitaire interventie, normen en waarden, maar, als het erop aankomt, dat wil zeggen: als het gevaarlijk dreigt te worden, het te laten afweten?

Srebrenica heeft onze naam al grote schade berokkend. Ik weet wel: voor een belangrijk deel ten onrechte, maar het gaat hier om de indruk . Die was, zacht gesproken, niet al te best. En laten we eerlijk zijn: als helden hebben de Nederlanders zich in Srebrenica niet bepaald gedragen.

Wat dat betreft, is Srebrenica een hypotheek die op alle Nederlanders drukt. Een stille hypotheek, want in het offficiële circuit wordt Nederland er niet aan herinnerd: daarin pleegt men niet onnodig onaardige dingen tegen elkaar te zeggen. Maar intussen denkt iedereen er het zijne van. Daarom moet de wereld er weer van overtuigd worden dat Nederland nog altijd bereid is de daad bij het grote woord te voegen. Het is om deze stille hypotheek af te lossen dat Nederland het niet moet laten afweten. Dat is Nederland niet aan de Amerikanen of zelfs aan de NAVO, maar aan zichzelf verplicht.

Dat is ook van belang voor de partij die hoopt na de volgende verkiezingen aan de regering te komen. In het buitenland wordt, wat dit betreft, geen onderscheid gemaakt tussen regering en oppositie. Het is Nederland dat die indruk maakt. Ook als mogelijk premier heeft Wouter Bos er belang bij dat de hypotheek afgelost is. Misschien lukt het door die 1200 man naar Uruzgan te sturen. Maar het zal niet zo gauw lukken de indruk uit te wissen dat Nederland moeizaam tot beslissingen komt. Dat op zichzelf kan reden zijn om Nederland, als het kan, niet bij het beraad te betrekken.In elk geval heeft premier Balkenende niet geoogd als doortastend leider, en dat zal zijn gezag in de gremia waar hij Nederland vertegenwoordigt, geen goed doen.

    • J.L. Heldring