De handige jongens van de buurt

In de naleep van de overname van Antonveneta komt een wijdvertakt financieel schandaal aan het licht. Onder Fazio heeft een schimmige groep financiers en onroerendgoedspeculanten niet alleen exorbitant veel geld kunnen verdienen, maar ook politieke invloed kunnen verwerven. Wie zijn deze “handige jongens van de buurt'?

Mario Draghi, opvolger van Fazio, moet het vertrouwen in de Italiaanse financiële wereld terugwinnen. Foto Bloomberg This is a 2000 photo of Mario Draghi in Rome. Draghi, a vice chairman of Goldman Sachs Group Inc., was named head of the Bank of Italy as the government seeks to rebuild confidence in the institution after the resignation of Antonio Fazio. Photographer: Marco Lanni/Bloomberg News. Bloomberg

Het Italiaanse bankschandaal dat voortvloeide uit de spectaculaire overname door ABN Amro van de Italiaanse bank Antonveneta, is de financiële wereld inmiddels ontgroeid en krijgt steeds meer politieke implicaties. Met de verkiezingen van 9 april op komst is de affaire zelfs uitgegroeid tot hét hoofdthema in de campagne.

Terwijl de maandag aangetreden nieuwe president van de Italiaanse centrale bank Mario Draghi aan een ethische code voor de medewerkers van de Banca d'Italia werkt, laat premier Berlusconi geen televisie-interview meer onbenut om de bankaffaire te gebruiken om het imago van zijn politieke tegenstanders te beschadigen. Zonder met harde bewijzen te komen beschuldigt hij linkse leiders als Piero Fassino en Massimo D'Alema van “onacceptabele steun“ aan Giovanni Consorte, de inmiddels ontslagen topman van verzekeraar Unipol. Unipol had - al dan niet met die steun - de veel grotere Banca Nazionale di Lavoro willen overnemen.

De naam van Berlusconi is echter een van het groeiende aantal namen van rechtse politici en ministers die opduiken in het justitieel onderzoek naar de nasleep van de overname van de bank Antonveneta. Zij zouden onduidelijke en soms lucratieve contacten onderhouden met een netwerk van financiers en onroerendgoedmagnaten, in Italië aangeduid als “de handige jongens van de buurt', i furbetti del quartierino. Deze zijn in een paar jaar tijd zo rijk en machtig geworden dat ze vorig jaar een rol speelden bij alle belangrijke overnamegevechten in Italië: de strijd om Antonveneta, die om de Banca Nazionale di Lavoro en ook de poging om RCS over te nemen, de uitgever van de grootste Italiaanse krant Il Corriere della sera.

Langzaam reconstrueren pers en justitie de gebeurtenissen. Maar vooral rond dit netwerk van financiers en vastgoedhandelaren zijn nog vele vragen niet of slechts gedeeltelijk beantwoord (zie kaders). Waar haalden deze parvenu's met namen als Emilio Gnutti, Stefano Ricucci en Danilo Coppola, die zeven jaar geleden nog veelal volstrekt onbekend waren, hun miljarden vandaan? Hoe konden ze een hoofdrol spelen op de Italiaanse financiële markten? Waarom werkten de inmiddels gearresteerde bankier Fiorani van de Banca Popolare Italiana en de verzekeraar Consorte van Unipol met hen samen? Waarom lieten politici en president Fazio van de centrale bank zich door hen verleiden? En tenslotte: duidt hun opkomst op een structurele fout in de financiële controlesystemen, of is er sprake van moreel verval bij de heersende politieke klasse?

Volgens Marcello Messori, hoogleraar economie aan de universiteit Roma II en kenner van de bankensector, is de affaire deels te verklaren uit de crisis waarin het Italiaanse economische systeem zich bevindt. Geconfronteerd met de opengebroken wereldmarkten hebben zowel de veelal kleine Italiaanse familiebedrijven als de grotere ondernemingen moeite om zich staande te houden. De traditionele productiesector in de auto-, meubel- en kledingindustrie verliest terrein en veel bedrijven weten alleen met steun van de banken te overleven.

Of het nu om Fiat of een kleine schoenenfabrikant gaat, de banken hebben dan ook in de loop der jaren grote belangen in deze bedrijven verworven. En omgekeerd hebben de grote Italiaanse ondernemingen van hun kant aandelen en bestuursfuncties in de banken, met de bedoeling grip te houden op de koers van deze financiële instellingen.

“Italiaanse politici worstelen met deze situatie“, zegt professor Messori. “Ze vragen zich af hoe ze het economisch systeem van het land zodanig kunnen hervormen dat de bedrijven beter kunnen concurreren op de wereldmarkt.“ Probleem daarbij is volgens hem dat de generatie van traditionele topmannen in het zakenleven en bij de banken er niet in slaagt de richting naar herstel aan te geven. Ze zijn aan elkaar vastgeketend in een net van onderlinge afhankelijkheden die vaak meer zijn gebaseerd op principes als “voor wat hoort wat' dan op de wetten van een vrije markt.

In die impasse ontstond er volgens Messori en ook volgens de ex-president van beursautoriteit Consob, Luigi Spaventa, ruimte voor nieuwe hoofdrolspelers: mannen die risico's durven lopen en die geheel buiten het bestaande zakencircuit en bancair systeem om opereren. Dit voorjaar werden ze nog de Fazio-boys genoemd, naar hun verbintenis met de inmiddels afgetreden president van de Italiaanse bank. Hij dacht met hulp van deze snel rijk geworden financiële buitenstaanders de Italiaanse banken Italiaans te kunnen houden. Ook wilde hij het weinig transparante economische systeem beschermen tegen concurrentie van buitenaf die de status quo zou verstoren. Verscheidene politici - justitie wil nog geen namen noemen - steunden dit verbond omdat ze financieel werden bevoorrecht door de bank van Fiorani.

Oud-president van de Consob Luigi Spaventa zei in het weekblad L'Espresso dat deze politici en met name centralebankpresident Fazio op deze manier hebben bijgedragen aan de groei van de invloed van “de handige jongens van de buurt'. “Een gevaarlijk netwerk“, vindt Spaventa. Niet alleen wegens de aard van de mensen die er deel vanuit maakten en hun onderlinge relaties, maar ook wegens de gigantische hoeveelheid “mysterieus kapitaal“ waarover ze beschikten.

Zowel Spaventa als Messori verwijten Fazio dat hij prioriteit gaf aan de door hem bedachte nationale herindeling van het bancaire systeem, boven de controle op handhaving van de regels. Want hoewel de Italiaanse financiële regelgeving niet ideaal is, blijft Spaventa ervan overtuigd “dat het handhaven van de bestaande regels zou hebben volstaan om de schandalen te voorkomen“. Banca d'Italia had volgens Messori ook voldoende informatie om te weten dat de “handige jongens' hun kapitaal niet alleen langs legale weg hadden verkregen. “Het was bekend dat grootfinancier Emilio Gnutti was veroordeeld voor insider trading. Er waren ook al twijfels over de herkomst van de miljarden van de onroerendgoedmagnaten Ricucci en Coppola.“

Voor Messori is de moraal van de bankenaffaire dat “er geen sluiproutes zijn“. “De politiek moet zich zorgen maken om de kwetsbaarheid van ons productieapparaat. Ze moet zich inzetten om het economisch systeem te versterken, maar niet met opdringerige interventies en met het zeer onjuiste idee dat het voldoende is om de hoofdrolspelers in de zaken- en bancaire wereld te vervangen door nieuwe figuren.“

Spaventa: “Relaties tussen politici en zakenwereld zijn altijd risicovol. Politici die de herindeling van de economische kaart van het land willen aansturen, moeten alert zijn als ze daarbij gebruikmaken van “nieuwe personages' en opletten dat ze niet zelf door de nieuwelingen worden misbruikt.“

Voorlopig heeft iedereen zijn hoop gevestigd op de nieuwe bankpresident, Mario Draghi. Aan hem de moeilijke taak om het internationale vertrouwen in de Italiaanse financiële wereld terug te winnen, om Italië definitief open te stellen voor buitenlandse investeerders en om de goede oude en de net ingevoerde nieuwe regels ook daadwerkelijk toe te passen.