Aandeelhouderswaarde is geen waarde

De koers van Ahold wil maar niet stijgen, althans niet genoeg om beleggers en bestuurders een rustig gevoel te geven. Nu gaan er geruchten dat het bedrijf essentiële bedrijfsonderdelen zal moeten verkopen. Niet omdat het krap bij kas zit of zo, maar om de ontstemde aandeelhouder tevreden te stellen. Als Ahold geen koerswinst kan tonen met de ondernemingen die het heeft, dan is het beter die ondernemingen te offeren, dat is ongeveer de logica. De sturende gedachte erachter is het begrip aandeelhouderswaarde. Die moet gemaximeerd worden en wel dit kwartaal, anders dreigt er rampspoed.

Aandeelhouderswaarde is het gouden kalf van onze tijd, een nieuwe variant op oude groei- en vruchtbaarheidscultussen. Alles moet omhoog, en wat niet stijgt of rijst, wordt uitgerukt. Het is een nukkige, humeurige afgod die vandaag bestraft wat gisteren nog goed was. Want kort geleden was aandeelhouderswaarde er juist mee gediend, in hoog tempo nieuwe activiteiten te verwerven. Bravo, riep iedereen, de bestuursvoorzitter werd ondernemer van het jaar en het aandeel hield niet op te stijgen.

Nu is al een hele tijd de koers niet omhoog te krijgen, dus laten we eens zien of dat wel lukt als we wegdoen wat we eerder hebben gekocht. Zo is aandeelhouderswaarde een waardige opvolger van de goden van hemel, aarde en seizoenen, die in vroeger tijden het leven onzeker en gevaarlijk maakten. Zij konden de oogst maken of breken; zij beschikten over hongersnood of overvloed, overwinning of slavernij. Toen trachtten de mensen hen gunstig te stemmen door zoenoffers te brengen. Om de Griekse vloot tegen Troje te laten uitvaren had aanvoerder Agamemnon een gunstige wind nodig. Om die af te dwingen offerde hij zijn dochter. Nu zijn het dochterondernemingen die als zoenoffer moeten dienen.

Aandeelhouderswaarde is geen waarde. Het woord suggereert dat het een antwoord geeft op de vraag waar we het voor doen, maar dat is niet zo. Een waarde is iets dat we voor waar houden en waarop we ons in ons handelen oriënteren. Zo hangt de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring aan de centrale stelling “We hold these truths to be self-evident'. “These truths' gaat over wat we voor waar houden, ook al kunnen we het niet meten of narekenen. Het zijn waarden: als we die opgeven, dan deugt het niet wat we doen.

Aandeelhouderswaarde gaat niet over waar of niet waar; het gaat over hoeveel geld. De wereld van economie en financiën kan natuurlijk niet zonder. Iedereen is de hele tijd bezig met de vraag “hoeveel?' en daar volgen dan wel of niet transacties van koop en verkoop op. Dat geldt voor de groenteman in zijn winkel, de accountmanager, en voor de CFO, de Chief Financial Officer van de beursonderneming. De eerste twee hebben het over goederen en diensten, de laatste over aandelen, maar het zijn allemaal kooplieden in hun eigen kraam.

Het merkwaardige is dat alleen het “hoeveel?' van de CFO tot centrale, koersbepalende waarheid wordt voor een heel bedrijf. Terwijl het daar het minste aanspraak op heeft. Want waarden hebben hun wortels in gemeenschappen. Ze komen uit in uitspraken als “zo zijn wij dat hier niet gewend', of “zo doen wij eilanders dat nu eenmaal'. De aandeelhouderswaarde van de CFO is nergens in geworteld. Angelsaksen spreken wel van de financial community, maar dat is een taalsluier. Het is geen gemeenschap, en voorzover die er wel is, hebben aandelen uitgevende bedrijven er geen deel aan. Althans niet meer dan de koeien op een boerderij. Die moeten melk leveren, anders gaan ze naar de beenhouwerij, daar leveren ze meer op.

“Wat zou vader of moeder in dit geval gedaan hebben?' Dat is het soort vraag waarmee we waarden op het spoor komen. Ze hebben een conservatieve smaak, dat is onontkoombaar. De meeste waarden verzin je niet, je krijgt ze ergens anders vandaan. Het lastige is dat vader of moeder doorgaans met aandeelhouderswaarde helemaal niets gedaan zouden hebben. “Pap, wat vind je, moet ik een dochteronderneming offeren om de koers van mijn aandeel op te krikken?' Ik zie vader al in volstrekte verwarring om zich heen kijken. Is dit waar het tegenwoordig om draait? “Ik weet het niet jongen, maar vroeger zou ik geprobeerd hebben zo lang mogelijk mijn zelfstandigheid te bewaren. Misschien heb je daar wat aan.'

Intussen staat er nog een bedrijf klaar, VNU, om naar de beenhouwerij te gaan. Er is een bod in voorbereiding dat het bedrijf van de beurs zal halen om het in delen uit te splitsen. VNU was ooit Verenigd, Nederlands en Uitgever, maar intussen is het geen van drieën meer. Als je een jaar of tien geleden een VNU'er uit zijn slaap porde en vroeg “waar gaat het bij jullie om?“ dan wist hij het antwoord. “Wij ontwikkelen tijdschriften en geven die uit. Dat vinden we leuk en we zijn er goed in.“ Toen bedacht het bestuur dat de aandeelhouderswaarde beter gediend was met een radicale koerswijziging. Alle tijdschriften en het uitgeven gingen de deur uit, de zetel werd verplaatst naar New York en via een extreme make-over werd het bedrijf omgebouwd tot marktinformatieconcern.

Maar het is als met veel van die omgebouwde mensen: met de rimpels verdween het eigene. VNU heeft op het altaar van de aandeelhouderswaarde niet één dochter geofferd, maar allemaal tegelijk. De ziel verdween. Wie de nieuwe VNU'er 's nachts wakker maakte kreeg eerst niets te horen, en pas na een hele tijd nadenken dat hij bezig was aandeelhouderswaarde te maximeren. Maar hij keek er nooit enthousiast bij.

Is het een tragedie dat VNU er straks niet meer is? Nee, niemand zal het bedrijf missen. Het was al een tijd geleden ter ziele gegaan, het is alleen het karkas dat nu wordt uitgebeend. Intussen gaat het gerucht dat de geofferde tijdschriftdochters het voortreffelijk maken in hun nieuwe bestaan. Dat is goed voor iedereen. Ook voor de aandeelhouderswaarde, maar daar is alleen de CFO blij mee.

    • Johan Schaberg