Werkelijk iedereen is hebberig en verdorven

De Engelsen zijn nog steeds niet van de verbazing bekomen. Kan het werkelijk waar zijn dat hun hoofdstad, hun land en hun eigen BBC de in het slop geraakte carrière (daar valt over te discussiëren natuurlijk) van Woody Allen weer tot leven hebben kunnen brengen? Amerika vindt in ieder geval van wel en houdt niet op met jubelen. De criticus van de Britse krant The Guardian denkt daar anders over. En het kan voor het vasteland van Europa wéér heel anders zijn, getuige de opgewonden ontvangst die Match Point voorjaar 2005 op het Filmfestival van Cannes te beurt viel. De ouwe donder zette in zijn eentje toch maar weer even de hele competitie buitenspel.

Chris (Jonathan Rhys-Myers) en Nola (Scarlett Johansson) achter de tafeltennistafel.

Leuk dat al deze culturele verschillen tussen Amerikanen en continentale, Ierse en Britse Europeanen nu net het onderwerp zijn van Allens 35ste lange speelfilm. Als een moderne Henry James trok hij naar de oude wereld en stuitte daar op ingebakken gedragspatronen en maatschappelijke verhoudingen waar wij Europeanen ook nodig eens om aan het lachen moesten worden gemaakt.

Zijn speelbal is Chris Wilton, een ambitieuze Ierse ex-tennisprof (een heerlijk beurtelings pruilende en hongerig kijkende Jonathan Rhys-Meyers). In afwachting van het grote iets vult hij zijn dagen met het geven van tennisles aan de verveelde upperclass. Door zijn huwelijk met de rijke Chloe denkt hij zijn enkele reis omhoog in de klassenmaatschappij gevonden te hebben.

Dan lijkt het erop dat het bloed toch weer naar het laagste milieu terugkruipt, als de Amerikaanse mislukte actrice Nola op zijn pad komt. Scarlett Johansson zet in deze rol als een echte hedendaagse Henry James-heldin Londen op z'n kop!

Ongetwijfeld is het pure lust waardoor de twee zich tot elkaar aangetrokken voelen. Maar Woody Allen stopt er ook nog iets anders in, iets broeierigs van de outsider en de underdog, wat de romance vooral fataal en gedoemd maakt. Daardoor krijgt het onberedeneerde magnetisme tussen twee in ongenade gevallen opportunisten iets wat Amerikanen een 'Europees karakter' zouden noemen. Want wat zich tussen Chris en Nola afspeelt is in alles het tegendeel van de Amerikaanse droom. Maar ach, wat weten zij ervan, die 'innocents abroad'?

Match Point ontwikkelt zich als een Engelse detective, met de plot van de Russische noodlotsroman Schuld en boete van Dostojevski. Daar doet Allen ook helemaal niet geheimzinnig over. Al in de eerste scènes laat hij de toeschouwer zijn hoofdpersoon met een exemplaar van dat boek betrappen.

Het is in dit geval aan de ijzersterke plot te danken dat je je als toeschouwer onvoorwaardelijk met Allens tragische held Chris Wilton identificeert. Hij is een smiecht en een hielenlikker, maar hij is wel onze schijnheilige rotzak. En hij is ook nog een beetje sexy. Dat helpt.

Hoe de plot zich verder ontwikkelt, is te leuk om te verklappen. Maar laat gezegd zijn dat er ook nog twee Shakespeareaanse doodgravers bij komen kijken, die dit keer vermomd zijn als politieagenten en vilein dommig neergezet worden door Ewen Bremner en James Nesbitt.

De rest is genieten, meer glimlachen dan schateren deze keer. Om hoe Engelsen net als Woody Allens New Yorkse intellectuelen slap ouwehoeren - nu dan in de Londense Tate Modern in plaats van het MoMA. De Tate ziet er voor de verandering ook wel schilderachtig uit.

Het grootste plezier geldt echter hoe iedereen in deze film hebberig en verdorven is. De een wat meer dan de ander. En misschien is onze Raskolnikov Chris nog niet eens de ergste snoodaard en willen we daarom zo graag dat alles op z'n pootjes terechtkomt - de pootjes die net door Woody Allen vakkundig onder de Engelse klassenmaatschappij zijn weggezaagd.

Ondertussen beviel het hem daar zo goed, dat hij zijn volgende film Scoop, weer in Londen en weer met Scarlett Johansson, al heeft voltooid. Europa mag wel oppassen!

Match Point. Regie: Woody Allen. Met Scarlett Johansson, Jonathan Rhys-Myers, Matthew Goode, Brian Cox, Emily Mortimer, Ewen Bremner, James Nesbitt. In: 18 biosopen.

    • Dana Linssen