Uurloon zegt alleen iets over omzet van arts 1

Vooropgesteld zij dat raadsheren bij gerechtshoven en overigens allen die deel uitmaken van de rechterlijke macht in onze rechtsstaat een wezenlijke functie vervullen die aanzienlijk gehonoreerd moet worden. Vooropgesteld zij ook dat de rechterlijke macht uitgebreid dient te worden. De kwaliteit van de rechtspraak is met hoge salarissen en een redelijke werkdruk gediend. Vast staat immers dat daarmee goede kandidaten voor dit ambt worden aangetrokken en zich willen blijven inzetten voor deze pijler van onze rechtsstaat.

De rekensom die in de brief van raadsheer Dun wordt gemaakt (Opinie & Debat, 14 januari) staat hoogstwaarschijnlijk niet voor de kwaliteit van de uitspraken die deze raadsheer doet. Immers, een bruto salaris op een loonstrookje laat zich niet vergelijken met de uurvergoeding aan een zelfstandig medisch specialist of advocaat. Deze uurlonen vertegenwoordigen de omzet van een arts of advocaat waarvan nog de kosten van zelfstandigen (arbeidsongeschikheidsverzekering, alle verplichte premies, pensioenen en de kosten van ondersteunend personeel, aansprakelijkheidsverzekering) moeten worden afgetrokken. Anders gezegd, het loonbedrag op het loonstrookje van de raadsheer moet met 40 procent tot 60 procent vermeerderd worden om enigszins een vergelijkbare grootheid op te leveren.

Nog daargelaten dat het belangrijkste verschil tussen werken bij de rechterlijke macht en als zelfstandig ondernemer nu juist is dat deze laatste een eigen ondernemersrisico loopt en in de praktijk altijd voor hun patiënten\cliënten klaar moeten staan en ook staan. De praktijkvoering en omzet van arts en advocaat is afhankelijk van (markt \ overheids)-invloeden waarop zij volstrekt geen invloed kunnen uitoefenen en waarvoor zij wel de risico`s dragen. Bovendien dringen patiënt en de cliënt indringend het privé-leven van de arts en advocaat binnen. Dat laatste moeten we koste wat kost voorkomen voor de rechterlijke macht!