Sekseverschillen in de portemonnee

Dat vrouwen werken, is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld. Ook steeds meer vrouwen met kinderen werken door. Maar de verschillen tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt zijn nog altijd groot.

De arbeidsparticipatie van vrouwen is de laatste jaren flink toegenomen. Uit cijfers van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) blijkt dat het percentage vrouwen met een betaalde baan van minimaal 12 uur per week tussen 1987 en 2003 steeg van 35 naar 55 procent. Ook vrouwen met kinderen werken gewoon door. Tegenwoordig stopt nog maar 10 procent van de vrouwen met werken als ze hun eerste kind krijgen. In 1997 was dat nog een kwart.

Toch zijn er nog altijd grote verschillen tussen werkende vrouwen en mannen. Vrouwen werken minder uren, hun loon is lager, ze nemen vaker ouderschapsverlof op en ze rijden zelden in een auto van de zaak.

Het opvallendste verschil is de beloning. Per uur verdienen vrouwen gemiddeld bijna een kwart minder dan mannen. 'Voor een deel komt dat doordat vrouwen gemiddeld lager zijn opgeleid', zegt Alexandra van Selm, beleidsmedewerker bij E-Quality, het kenniscentrum voor emancipatie. 'Jongere vrouwen hebben hetzelfde opleidingsniveau als jongere mannen, maar voor de oudere generaties geldt dat niet.'

Een andere factor is dat vrouwen gemiddeld minder werkervaring hebben. Dat komt doordat veel van de oudere vrouwen die nu werken - in tegenstelling tot de jongeren - een tijd thuisbleven toen ze kleine kinderen hadden. 'Dan loop je een salarisachterstand op, die je meestal niet meer inhaalt', zegt Saskia Keuzenkamp, hoofd onderzoeksgroep emancipatie, jeugd en gezin bij het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau).

Ook een belangrijke oorzaak van het loonverschil is dat vrouwen vaak werken in sectoren waar de lonen lager zijn. 'De zorg is daar een voorbeeld van', zegt Keuzenkamp. Maar als rekening wordt gehouden met deze verschillen, blijft er een onverklaarbaar salarisverschil over van 7 procent. 'Dat is een hardnekkig verschil', zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht.

Keuzenkamp: 'Je ziet het niet alleen in Nederland, maar overal. Discriminatie speelt zeker een rol. Dat begint al jong. Meisjes krijgen minder zakgeld dan jongens en mannelijke studenten verdienen met hun bijbaantjes per uur meer dan vrouwelijke studenten.' Keuzenkamp denkt dat mensen zelf vaak niet in de gaten hebben dat ze minder verdienen dan hun collega's. Schippers kan zich dat wel voorstellen. 'Je weet soms niet precies wat je collega doet. Als je vroeger in het basisonderwijs werkte, stond je allemaal voor de klas. Nu hebben mensen vaak verschillende takenpakketten. De een begeleidt kinderen met leerproblemen, de ander is bovenbouwcoördinator.'

Volgens Keuzenkamp is een van de mogelijke verklaringen dat vrouwen de inhoud van hun werk belangrijker vinden dan de beloning. 'Dat je de inhoud belangrijk vindt begrijp ik, maar dat hoeft je er toch niet van te weerhouden een goed inkomen te willen?'

Uit de jaarlijkse loopbaanenquête van weekblad Intermediair bleek onlangs dat de lonen van vrouwen in de industrie en in de IT meer gestegen zijn dan de lonen van mannen. 'Dat kan betekenen dat de kloof gedicht wordt', zegt Van Selm, 'Maar de Intermediair-doelgroep is jong. Wat gebeurt er met de lonen van die vrouwen als ze in deeltijd gaan werken of een tijdje stoppen als er kinderen komen?'

Het overgrote deel van de vrouwen werkt in deeltijd, iets wat maar 14 procent van de mannen doet. Het gevolg is dat slechts 41 procent van de vrouwen tussen 15 en 64 jaar economisch zelfstandig is, dus minimaal een inkomen op bijstandsniveau verdient.

Zodra ze kinderen krijgen, worden de meeste vrouwen financieel afhankelijk van hun partner. 'Dan gaan ze in deeltijd werken, want ze vinden de voorzieningen niet goed genoeg', zegt Van Selm. 'De kwaliteit van de opvang is onvoldoende en de nieuwe wet kinderopvang betekent voor veel mensen een financiële achteruitgang.'

Ook Schippers denkt dat vrouwen meer gaan werken als de kinderopvang verbetert. 'Ik verwacht in het volgende regeerakkoord een uitruil van arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen enerzijds en meer geld voor kinderopvang anderzijds.' Maar het draait niet alleen om kinderopvang. Volgens Van Selm willen vrouwen zelf ook graag voor hun kinderen zorgen. 'Dat is typisch Nederlands. Vooral lager opgeleide vrouwen zien opvang als een noodzakelijk kwaad. Nederlanders over het algemeen hebben weinig oog voor de positieve effecten die kinderopvang op kinderen heeft.'

Het Nederlandse ideaal is een fulltime baan voor de man en een deeltijdbaan voor de vrouw. Van alle ouderparen heeft 41 procent het leven op deze manier ingericht. Slechts 6 procent van de ouderparen verdeelt de arbeids- en zorgtaken fify-fifty. Schippers verwacht dat deze groep groeit.

Schippers: 'Nu zie je alleen een toename bij de hoger opgeleiden, maar dat zal doorsijpelen naar andere lagen van de samenleving. Bij hoogopgeleide jonge vrouwen is het gelijkheidsideaal sterk ontwikkeld. Zij stellen eisen aan hun partner. Die partners willen dat zelf ook wel. Uit onderzoek blijkt dat veel hoger opgeleide mannen graag in deeltijd zouden werken.' In 2003 ging 13 procent van de jonge vaders minder werken. In 1997 was dit nog 10 procent.

Overigens zijn het niet alleen vrouwen met kinderen die in deeltijd werken. Veel vrouwen zonder kinderen geven ook de voorkeur aan een vierdaagse werkweek. 'De verklaring is dat vrouwen een meervoudig levensperspectief hebben', zegt Keuzenkamp. 'Mannen richten zich vooral op hun werk, terwijl vrouwen andere dingen ook belangrijk vinden. Zij maken een andere afweging.'

Ook het opnemen van ouderschapsverlof is een vrouwenaangelegenheid, al stijgt het aantal mannen dat gebruikmaakt van deze mogelijkheid.

Volgens het CBS waren in 2005 18 van de 100 verlofaanvragen afkomstig van mannen. In 2000 waren dat er nog maar 9. 'Als je wilt dat mannen ouderschapsverlof opnemen, moet je het verlof doorbetalen', zegt Keuzenkamp. Uit onderzoek, zegt zij, blijkt dat het opnemen van ouderschapsverlof door mannen is toegenomen in de sectoren waar dat gebeurt, zoals de overheid en de zorg- en welzijnssector.

Werknemers die de levensloopregeling inzetten voor hun ouderschapsverlof, krijgen een extra belastingkorting. Deze ouderschapsverlofkorting is 50 procent van het minimumloon. Keuzenkamp: 'Hierdoor wordt ouderschapsverlof voor mannen misschien aantrekkelijker. Maar het probleem is dat de meeste mensen dit niet weten en dat er ondanks de korting nog steeds sprake is van een flinke salarisachteruitgang.' Om die reden verwacht Van Selm er weinig van.

Van Selm: 'Het is de vraag of je mannen over de streep trekt met zo'n regeling op minimaal niveau. Bovendien kan de ouderschapsverlofkorting ertoe leiden dat het verlof straks niet meer doorbetaald wordt in sectoren waar dat nu wel gebeurt.'

Schippers denkt dat het niet alleen met geld te maken heeft, maar misschien nog wel meer met de cultuur in een bedrijf. 'Mannen zijn vaak bang dat ouderschapsverlof hun carrière schaadt. De werknemer die voltijds werkt en geen ouderschapsverlof opneemt, laat zien dat zijn prioriteit bij zijn werk ligt. De werknemer die in deeltijd werkt en ouderschapsverlof opneemt, laat zien dat hij ook andere dingen belangrijk vindt. Het is opvallend dat hoogopgeleide werknemers vaker ouderschapsverlof opnemen dan werknemers met een lagere opleiding. Zij hebben het gevoel dat ze zich meer kunnen permitteren, omdat ze over specialistische kennis beschikken.'

Vrouwen verdienen niet alleen structureel minder, ze krijgen ook minder emolumenten. Zo rijden ze zelden in een auto van de zaak. Uit onderzoek van Leaseplan, dat een kwart van het Nederlandse leasewagenpark beheert, blijkt dat slechts 14 procent van de werknemers met een lease-auto vrouw is. 'De belangrijkste reden is dat vrouwen vaak werken in sectoren waar een leaseauto gewoon niet voorkomt, zoals in het onderwijs of de zorg', zegt Schippers. De vrouwen die wel een lease-auto hebben, werken opvallend vaak als consultant of accountant, of ze hebben een marketingfunctie. De helft van de vrouwen met een lease-auto is tussen de 25 en 34 jaar.

Vrouwen boven de 45 hebben zelden een auto van de zaak, in tegenstelling tot mannen in deze leeftijdscategorie. 'Vrouwen vinden het een groot voordeel dat ze zich geen zorgen hoeven maken over het onderhoud van de lease-auto', zegt Berno Kleinherenbrink, directievoorzitter van Leaseplan. 'Mannen noemen dat veel minder vaak als voordeel.'

Uit onderzoek naar het soort arbeidsvoorwaarden dat mannen en vrouwen op prijs stellen, blijkt overigens dat de meeste vrouwen niet geïnteresseerd zijn in lease-auto's. 'De auto hoort bij de toys for boys', zegt Schippers. 'Vrouwen hebben liever een cursus, terwijl het bij mannen meer om consumptieve doelen gaat.'

Maar als vrouwen eenmaal een auto van de baas krijgen, zijn ze er toch wel blij mee. Volgens Leaseplan vinden vrouwen het een voordeel dat hunlease-auto luxueuzer is dan de auto die ze zelf zouden aanschaffen. 'Voor mannen gaat dat niet op', zegt Kleinherenbrink. 'Die gunnen zichzelf sowieso wel een mooie auto.'

Ook blijkt dat vrouwen het leuk vinden om pittig te rijden. 'Mannen hechten waarde aan comfort, vrouwen aan snelheid', zegt Kleinherenbrink. 'Ze willen een auto die snel rijdt en snel accelereert. Maar hij moet wel veilig zijn.'

    • Wilma van Hoeflaken