RSI door duizenden octrooien

Het gerechtelijke besluit om Euratom te laten vervolgen, kan gevolgen hebben voor andere internationale organisaties. Het Europees Octrooibureau in Rijswijk is aangeklaagd wegens slechte arbeidsomstandigheden.

'Toen ik nog bij het Europees Octrooibureau werkte, zat ik hele dagen achter de computer. Elke dag moest ik een paar duizend keer met mijn muis klikken. In 1999 kreeg ik de eerste verschijnselen van een muisarm. Uiteindelijk kon ik niets meer met mijn armen, zelfs geen dop van een fles opendraaien.'

Aan het woord is een voormalige werknemer van het Europees Octrooibureau (European Patent Office, EPO) in Rijswijk. Deze internationale organisatie beoordeelt octrooiaanvragen voor 31 Europese landen. Er werken 6.000 mensen, verdeeld over vier vestigingen, waarvan één in Nederland.

Bijna al het werk bij EPO wordt verricht achter de computer. Drie ex-werknemers die hierdoor RSI kregen en arbeidsongeschikt raakten, stappen nu naar de rechter voor een schadevergoeding. EPO wijst echter elke bemoeienis van de Nederlandse rechter af, omdat het net als andere internationale organisaties in Nederland een aantal privileges en immuniteiten heeft. Zo genieten EPO-werknemers een belastingvoordeel: ze hoeven in Nederland geen belastingen en premies af te dragen over hun salaris, maar betalen een interne premie-/belastingheffing. Dat heeft ook een keerzijde: ze kunnen geen beroep doen op de Nederlandse sociale zekerheid. EPO heeft een eigen arbeidsongeschiktheidsregeling, in de vorm van een invaliditeitspensioen.

Een ander privilege is dat EPO zich, om zijn taken onafhankelijk uit te kunnen voeren, net als een ambassade kan beroepen op juridische immuniteit. EPO houdt zich ook niet aan de Nederlandse wetgeving, dus ook niet aan de Arbo-wetgeving, maar hanteert eigen, interne regelgeving.

De drie ex-werknemers lijken sterk te staan nu het gerechtshof in Amsterdam eind vorige maand heeft besloten dat Euratom, een andere internationale organisatie die zich op juridische immuniteit beriep, wel mag worden vervolgd. De rechtszaak tegen deze eigenaar van de kernreactor in Petten was aangespannen door Greenpeace, wegens het overtreden van milieuregels. Het hof bepaalde in deze zaak dat de immuniteit alleen van toepassing is als Euratom door vervolging niet langer zou kunnen functioneren. Dat was niet het geval, aldus het hof destijds.

Een interne commissie van EPO heeft eerder erkend dat de drie ex-werknemers 'beroepsgerelateerd arbeidsongeschikt' zijn. Zij ontvangen op grond hiervan een invaliditeitspensioen van EPO: 70 tot 80 procent van hun laatstverdiende salaris, afhankelijk van de individuele omstandigheden. Hiervan blijft minder over (circa 50 procent), omdat er over het pensioen ook in Nederland belasting wordt geheven.

De drie werknemers, die niet met hun naam in de krant willen omdat zij anders het risico lopen een deel van hun invaliditeitspensioen te verliezen wegens een afspraak dat zij EPO niet in diskrediet mogen brengen, eisen een schadevergoeding ter compensatie van het inkomensverlies. EPO weigert die te betalen en stelt ook dat de ex-werknemers alleen in beroep kunnen gaan bij de International Labour Organisation (ILO) in Genève.

De Amsterdamse advocaat Liesbeth Zegveld, die de belangen van de drie werknemers behartigt, zegt: 'Uit de verdragen waarop EPO zich beroept, blijkt nergens dat de nationale rechter onbevoegd is. De ILO is geen volwaardig alternatief, want die doet nauwelijks eigen feitenonderzoek en er wordt ook nooit een zitting gehouden, waardoor het geen volwaardig rechtsprekend orgaan is.'

Volgens Zegveld geniet EPO geen volledige juridische immuniteit, 'maar alleen voor zover die nodig is bij het vervullen van de officiële taken van de organisatie, dus voor het beoordelen van octrooiaanvragen. Dit arbeidsgeschil houdt daar geen verband mee, het gaat hier puur om de arbeidsomstandigheden, niet om de inhoud van het werk.'

Het is overigens niet de eerste keer dat EPO onder vuur ligt wegens de arbeidsomstandigheden. In 2000 wilde de arbeidsinspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een kijkje nemen, na klachten van werknemers. De inspecteurs kregen echter geen toestemming van de directie. Na overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken, over de juridische status van EPO, zag de arbeidsinspectie af van verdere stappen.

Op aandringen van de interne vakbond van EPO heeft de directie van de organisatie tussen november 2003 en augustus 2004 onderzoek laten doen door TNO Werk en Arbeid naar de gezondheidsklachten onder de werknemers. Hieruit bleek dat ongeveer 40 procent van het personeel in meer of mindere mate kampt met RSI-klachten. Volgens een woordvoerder van de vakbond is dat het gevolg van de automatisering bij het bedrijf in het afgelopen decennium. 'Vroeger gebruikten we papieren dossiers, nu gaat alles met de computer. De directie heeft nooit aandacht geschonken aan de ergonomische klachten die de programma's kunnen veroorzaken.'

De drie ex-werknemers voelen zich door EPO 'afgekocht'' en 'op een zijspoor gezet'. 'Het management heeft mij nooit aangepast werk aangeboden', zegt een van hen. 'Toen ik daar naar informeerde, werd mij verweten dat ik alleen leuke karweitjes wilde doen.'

De directie van EPO wil, zolang de rechtszaak loopt, geen commentaar geven.

    • Claudia Kammer