Kroatisch feest duurt voort

Een maand na de winst van de Davis Cup verkeren de Kroatische tennissers Ivan Ljubicic en Mario Ancic nog altijd in een overwinningsroes, zo blijkt bij de Australian Open.

In eigen land zijn de gemoederen weer enigszins tot bedaren gekomen. Maar in Australië, voor veel Kroaten hun tweede vaderland, gaat het volksfeest dezer dagen onverdroten voort. Vandaag bereikten de twee volkshelden die Hrvatska vorige maand de Davis Cup bezorgden, Ivan Ljubicic en Mario Ancic, probleemloos de derde ronde van de Open Australische tenniskampioenschappen.

Geen wonder dan ook dat de Kroatische diaspora, sinds halverwege de vorige eeuw goed vertegenwoordigd in Down Under, op dag drie luidkeels uiting gaf aan de eigen aanwezigheid. Gehuld in het karakteristieke rood-witte schaakbordtenue dromden honderden supporters vandaag samen op Melbourne Park. 'Het is alsof we een thuiswedstrijd spelen', stelde Ancic eerder deze week al tevreden vast.

Doldwaze taferelen deden zich vandaag ook voor op Show Court Two, waar Marcos Baghdatis door een al even uitbundige schare Griek-Cyprioten naar de zege werd 'gedragen' in zijn uitputtingsslag met de stugge Tsjech Radek Stepanek: 6-4, 6-3, 3-6, 0-6 en 7-5.

Uit dank voor zoveel onvoorwaardelijke steun maakte de voormalige wereldkampioen bij de junioren (2003), de eerste en enige Cyprioot in het mondiale proftennis, na afloop een beleefde buiging voor zijn supporters.

Een uitgelaten stemming past bij de Australian Open, en al helemaal bij de eensgezinde Kroaten. In de perszaal schuiven Ancic en Ljubicic regelmatig aan bij hun schrijvende landgenoten voor een praatje, dat zomaar anderhalf uur kan duren. Geen enkele andere toptennisser haalt dat in zijn hoofd.

Maar het deert ze niet. Net als twee dagen eerder in de openingsronde hoefde Ljubicic (26) zich vandaag tegen Philipp Kohlschreiber amper in te spannen om zich te verzekeren van een langer verblijf: 7-5, 6-2 en 6-1. Het was een klinische overwinning, uitgevoerd door een tennisser die soms oogt alsof hij met tegenzin op de baan staat. Maar iets is minder waar; Ljubicic is een berekenende sluipmoordenaar die is opgeklommen naar de achtste plaats op de wereldranglijst en in het mannencircuit niet voor niets de bijnaam Ivan de Verschrikkelijke heeft meegekregen.

In Melbourne hoopt de voormalig oorlogsvluchteling uit Banja Luka eindelijk af te rekenen met zijn 'grandslamcomplex'. In 25 pogingen is hij, winnaar van vier proftoernooien, nooit verder gekomen dan de derde ronde. ,,Dit keer is alles anders', verzekerde hij vandaag na zijn routineklus tegen de modale Duitser. 'Ik heb nog geen set verspeeld, ik ben hier als zevende geplaatst, en mijn spel is wezenlijk anders dan voorheen.'

Maar mocht de kale hardhitter niet slagen in zijn missie, dan nog zegt hij geen reden tot klagen te hebben. 'Ik kan iedereen verslaan, maar mocht ik straks van het ene op het andere moment geen wedstrijd meer winnen, dan nog kan ik tevreden zijn. Succesvol ben ik immers al geweest.'

Om zijn status als de onbetwiste vaandeldrager van het vaderlandse tennis te onderstrepen, benoemde de Kroatische bond hem deze week tot speler-coach van 's lands Davis-Cupteam, als opvolger van de teruggetreden Niki Pilic. Het is een tijdelijke oplossing, vertelde Ljubicic in Australië, want: 'Misschien bedenkt Goran zich nog.'

Goran staat voor Goran Ivanisevic, de nationale volksheld sinds zijn memorabele toernooizege op Wimbledon in de zomer van 2001. Ancic, bijgenaamd Baby Goran, geldt als de erfopvolger van het voormalige servicekanon, dat met enige regelmaat zijn hoofd verloor. Ancic daarentegen geeft in Melbourne tot dusver vooral blijk van een onderkoelde houding. In navolging van Ljubicic rekende de flegmatieke Kroaat vandaag in drie sets gemakkelijk (6-1, 6-4 en 6-4) af met zijn tegenstander, Jan Hernych uit Tsjechië.

Ancic (21) is, zoveel is na twee ronden wel duidelijk, in Australië, niet meer het wispelturige talent dat te snel van de kook raakte. Maar de vijfdejaars professional is dan ook geen tiener meer; hij heeft de wetten van het proftennis langzaam maar zeker leren doorgronden.

    • Mark Hoogstad