Kamer heeft twijfels bij taaltoets in buitenland

De taaltoets voor migranten in het buitenland werkt nog niet, zeggen wetenschappers. Maar minister Verdonk wil het systeem toch invoeren.

De Kamer twijfelt.

Verplichte inburgering voor migranten in het land van herkomst. Met uitzondering van GroenLinks steunt de Tweede Kamer dit idee van de regering. Er komen te veel huwelijksmigranten -14.000 jaarlijks - die nauwelijks bereid zijn de Nederlandse taal te leren. Bovendien kennen ze de waarden en normen in Nederland niet. De wet Inburgering in het buitenland dwingt hen om zich al in hun land van herkomst op de toekomst in Nederland voor te bereiden.

Maar de laatste maanden groeit de twijfel in de Tweede Kamer over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de spraakherkenningstechnologie, het zogeheten phonepass-systeem. Hiermee worden de examens taal en kennis van de samenleving automatisch afgewikkeld. De migrant meldt zich bij een van de ambassades in het buitenland en wordt telefonisch verbonden met een spraakherkenningscomputer in Nederland.

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en integratie, VVD) wilde de wet vorig jaar zomer al invoeren. Maar de Kamer vreesde toen dat er nog te veel kinderziektes in het systeem zaten en eiste onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.

Dat is er nu, maar de conclusies zijn niet eenduidig. Het consortium (de Nederlandse bedrijven CINOP en LTS en de Amerikaanse firma Orinate) dat het systeem heeft ontwikkeld, vindt het een 'technologisch vernieuwend, valide en bruikbaar instrument'. Maar onderzoeksinstituut TNO en vier onafhankelijke wetenschappers (de zogeheten resonansgroep) menen dat het nog te vroeg is om te juichen. Op basis van de bestaande testgegevens staat niet vast dat het spraakherkenningssysteem betrouwbaar is, schrijven ze.

Volgens de resonansgroep 'is er onvoldoende garantie dat de taaltoets adequaat werkt'. Een van hen, Erik van Schooten, vindt het 'onverantwoord' dat de minister er desondanks bij de Kamer op aandringt de toets al volgende maand in te voeren.

Van Schooten is deskundige op het terrein van statistiek en methodenleer en de toegepaste taalkunde bij het SCO Kohnstamm instituut in Amsterdam. ,,Het onderzoek dat moet bewijzen dat de automatische taaltoets werkt, is bagger', zegt hij. 'De dataverzameling en analyses van de testgegegevens zijn gebrekkig en er staan zoveel onduidelijkheden in het evaluatierapport dat het onmogelijk is om de kwaliteit van de toets aan te tonen.'

Ook TNO stelt dat 'noch bewijs is gevonden dat de toets voldoende precies meet wat de toets moet meten, noch dat de toets dit in ónvoldoende mate doet'. Met andere woorden: het is onmogelijk om precies de grens van het lage A1-min taalniveau te meten dat de migrant moet beheersen.

Maar TNO stelt zich wel voorzichtiger op dan de resonansgroep. De toets kan worden ingevoerd, mits het goed wordt gemonitord, is het advies van TNO aan Verdonk. De onderzoekers sluiten hiermee aan bij het oordeel van het consortium. Volgens dit consortium is een echte examensituatie niet te simuleren.

Op grond van de tegenstrijdige bevindingen van de deskundigen dringt de grootste oppositiepartij PvdA aan op uitstel van een half jaar . 'Er moet eerst meer onderzoek worden gedaan om een volledig waterdicht systeem te ontwikkelen', vindt het Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA).

Ook de regeringspartijen CDA en D66 betwijfelen of het spraakherkenningssysteem al deugdelijk genoeg is. 'Het zou buitengewoon unfair zijn', aldus het Kamerlid Ursi Lambrechts (D66), 'als migranten ten onrechte werden geweigerd.' Ze is er nog niet van overtuigd, zoals door Verdonk wordt voorgesteld, dat de wetenschappelijke onderbouwing van beide toetsen (taal en kennis van de samenleving) het beste in de praktijk kan worden verbeterd.

Het CDA eist de garantie van Verdonk, aldus het Kamerlid Mirjam Sterk (CDA), dat migranten er geen nadeel van ondervinden dat het systeem nog niet volledig betrouwbaar is.

De VVD is wel voorstander van snelle invoering, nu de minister de Kamer deze week schriftelijk beloofde dat ze in de invoeringsfase de antwoorden van de geëxamineerden ook laat beoordelen door vier getrainde menselijke beoordelaars.

Van Schooten van de resonansgroep: 'Maar wat doen we als blijkt dat de toets niet meet wat we willen of veronderstellen dat hij meet?' Hij betwijfelt bovendien of de spraakherkenningstechnologie al zo ver is ontwikkeld dat hiermee gemeten kan worden of iemand een taal helemaal niet spreekt of een heel klein beetje.

Taalwetenschapper M. Janssen-Van Dieten wees hier vorig jaar in deze krant al op. 'De toets is geschikt om globaal het taalniveau binnen een groot bereik aan taalniveaus vast te stellen', zei ze, 'maar hij deugt minder om te meten of een geëxamineerde het Nederlands op één niveau, in dit geval het allerlaagste A1-min niveau, machtig is.' Janssen-Van Dieten was van 1992 tot 1998 voorzitter van de Staatsexamencommissie Nederlands als tweede taal (NT2).

Ook spraaktechnoloog Helmer Strik van de Radboud Universiteit Nijmegen plaatste vorig jaar in het blad Onze Taal kanttekeningen bij het phonepass-systeem voor de taaltoets. 'Het is te vergelijken met leeftijd schatten', betoogde hij. Globaal is dat wel mogelijk, maar zeg maar eens van kinderen tussen de vijf en tien jaar wie er ouder is dan zeven jaar, aldus Strik.

Bovendien is de taaltoets niet getest op mensen voor wie hij bestemd is: migranten die nog in het buitenland wonen. Aanvankelijk werden 1.200 proefpersonen gebruikt , allochtonen en autochtonen uit verschillende regio's in Nederland en uit verschillende landen. Maar dat is volgens Van Schooten niet de doelgroep waar minister Verdonk zich met het inburgeringsexamen in het buitenland op richt.

'Op advies van de resonansgroep zijn alsnog leerlingen van regionale opleidingscentra (ROC) bij de testen betrokken. Maar ook die wonen vaak al drie jaar in Nederland', aldus de wetenschapper van het SCO Kohnstamm instituut.

Volgens Van Schooten is het is wel degelijk mogelijk om de toets eerst in Nederland op deugdelijkheid te onderzoeken.