Jongeren van de straat

Er is een belangrijke verklaring voor de groeiende onrust onder Marokkaanse jongeren in Amsterdam. Ze hebben te weinig te doen. Een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bevestigde het gisteren nog eens: tegen de 40 procent van de jongeren van Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse afkomst is werkloos. Er is sprake van een noodtoestand. Met 19 procent is de totale jeugdwerkloosheid al veel te hoog, maar 40 procent voor niet-westerse allochtonen is buitengewoon zorgelijk. Veel van die jongeren hangen doelloos rond, vertonen wangedrag en eindigen in de criminaliteit. In de Amsterdamse Diamantwijk hebben Marokkaanse jongens de ruiten van een joodse bewoner ingegooid en pesten ze een homoseksueel echtpaar. De jongeren komen ook in opstand tegen de politie als die gerechtvaardigd optreedt tegen misdaad.

Jeugdwerkloosheid is niet alleen een groot justitieel probleem, maar slaat ook een wak in de beroepsbevolking. Bij verdere vergrijzing is groei van de werkende bevolking hard nodig. Wie zijn loopbaan is begonnen met jarenlang nietsdoen, is ook moeilijk aan het werk te krijgen als het economisch beter gaat. Zo dreigt een halve generatie voor de arbeidsmarkt verloren te gaan en meer zorg en aandacht nodig te hebben dan het vergrijsde deel van de bevolking.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau noemt slechte scholing en grote afstand tot de arbeidsmarkt als voornaamste oorzaken van de jeugdwerkloosheid. Discriminatie is daar een afgeleide van. Na een aantal slechte ervaringen gaan werkgevers Marokkaanse of Antilliaanse jongeren die wel voldoende gekwalificeerd zijn, ten onrechte discrimineren. De machteloze woede daarover is begrijpelijk. Het is zaak om jongeren zo snel mogelijk op school of aan het werk te krijgen. Nederland mag niet langer Europees kampioen schooluitval voor jongeren zijn. Dat betekent dat het vmbo moet worden aangepast aan jongeren met een praktische aanleg. De lesmethode moet minder vrijblijvend zijn.

Als jongeren van school af zijn, moeten ze werken, desnoods tegen een lager loon. De FNV betreurt dat de lonen van jongeren dalen, maar dit reflecteert wel de realiteit van het dalende scholingsniveau aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Door de hoge immigratie krijgt dit segment van de arbeidsmarkt, net als die in Amerika, derdewereldtrekjes. Een deel van de werknemers zal het om uiteenlopende redenen moeten doen met eenvoudige banen als parkeerplaatswachter of kaartjesverkoper. Die dreigen nu te worden weggesaneerd, maar zijn juist hard nodig. Invoering van een hoger minimumloon voor 18- tot 23-jarigen, zoals de FNV voorstelt, werkt averechts, omdat werkgevers dit niet kunnen of willen betalen.

De Amsterdamse wethouder van sociale zaken Ahmed Aboutaleb geeft in principe geen uitkeringen aan jongeren. Daar staat tegenover dat de overheid dan ook zelf voor banen moet zorgen als die er niet zijn. De rijksoverheid heeft daar ten onrechte op bezuinigd. Mensen kunnen beter werken voor hun geld dan thuiszitten - zeker jongeren. Werk is de beste integratie. Als de jongeren maar van de straat zijn.