Jaloezie en liefde in 16e-eeuws Castilië

Vierenhalf jaar na de Spaanse première komt het kostuumdrama Juana la loca in de Nederlandse bioscoop. Dat is al een veeg teken. Juana la loca is een namelijk een nogal ongedenkwaardige biopic van Johanna van Castilië, in de geschiedenisboeken beter bekend als Johanna de Waanzinnige, en dan vooral als moeder van de grote Habsburgse keizer Karel V.

Van Karel zien we in de film alleen de geboorte. Aranda concentreert zich volledig op Johanna, die volgens hem bepaald niet gek was, maar wel ziekelijk jaloers. Dat heeft alles te maken met de escapades van haar man, hertog Filips van Bourgondië, niet voor niets bijgenaamd De Schone. Over de relatie tussen die twee, gepassioneerd in alle opzichten, gaat Juana la loca.

De ongelukkige vorstin wordt ingehouden gespeeld door Pilar López de Ayala. De zinnelijke liefde die haar overvalt als ze voor het eerst met Filips naar bed is geweest, gaat haar minder goed af dan de razende jaloezie wanneer zij hem betrapt heeft met een hofdame. Er is weliswaar een vage suggestie dat de geschiedenis heel anders had kunnen verlopen als Johanna beter op Castilië had gelet dan op de mogelijke maîtresses van haar man, maar aan historische verkenningen waagt Aranda zich nauwelijks. We komen nauwelijks buiten de kasteelmuren. Aranda leeft zich uit in de geest van de vorstin en legt haar aforismen in de mond als: ,,Een man liefhebben, dat doen alle vrouwen. Een koningin moet als God zijn en van een heel land houden.``

Liefde en jaloezie als complementaire grootheden, dat is geen kwaad thema. De vraag is wel: moest de regisseur werkelijk helemaal terug naar de zestiende eeuw om daar iets over te zeggen?

Juana la loca. Regie: Vicente Aranda. Met: Pilar López de Ayala, Daniele Liotti, Giuliano Gemma, Manuela Arcuri. In: Cinerama, Amsterdam; Filmhuis, Den Haag; `t Hoogt, Utrecht