Het nut van scenario's

Het gaat voor het Westen niet goed met de oorlog tegen het internationaal terrorisme. Irak, volgens president Bush het voornaamste front, blijft ondanks de mijlpalen op de weg naar de democratie, na drie jaar oorlog een vechtende chaos. In Afghanistan werkt de Talibaan aan zijn terugkeer. Syrië wordt verdacht van het bevorderen van onrust in alle aangrenzende landen. Israël is na Sharon een natie zonder overtuigend leiderschap en kort voor de verkiezingen verliest Abbas zijn greep op de Palestijnen. In West-Europa stagneert de integratie van islamitische minderheden. Dit wordt door een groeiend deel van de publieke opinie als een gevaar voor de openbare veiligheid beschouwd. De politieke verhoudingen in de betrokken landen worden er ingrijoend door beïnvloed. En nu doemt een nieuw gevaar op: Iran, dat ervan wordt verdacht onder zijn nieuwe president Ahmadinejad aan een kernwapen te werken. Is het overdreven te zeggen dat sinds het einde van de Koude Oorlog het Westen zich niet zo bedreigd heeft gevoeld? Hier overheerst een stemming van langzamerhand peilloze onzekerheid en ontevredenheid.

Hoe verweren we ons? Hoe zal het aflopen? In de Koude Oorlog waarschuwden schrijvers het publiek door middel van anti-utopieën. Die van George Orwell, 1984, (1948) is de bekendste. Deskundige denkers schreven scenario's waarin alle mogelijkheden werden onderzocht. Herman Kahn beschijft in zijn On Escalation, Metaphors and Scenarios (1965), 44 fasen van een oplopend internationaal conflict, met als laatste stadium de redeloze oorlog, het 'spastisch drukken op alle knoppen'. Een jaar eerder had Stanley Kubrick met zijn Dr.Strangelove or How I Stopped Worrying and Love the Bomb het bioscooppubliek al voorbereid.

De Koude Oorlog was veertig jaar een ermanente dreiging die van jaar tot jaar veranderde, zich ontwikkelde, van nieuwe diagnoses werd voorzien, nieuwe strategieën veroorzaakte, intern westelijke conflicten daarover, maar die, voorzover ik mij dat herinner, nooit tot de eigenaardige gemoedstoestand heeft geleid waarin we nu verkeren. De publieke opinie was in de krachtmeting opgevoed en nooit radeloos.

Na 1989 heeft zich in het Westen steeds sneller een party time over de hele samenleving vaardig gemaakt. Er ontstond een westers egocentrisme. Dankzij de mondialisering en de vrije markt was de eeuwige groei van de Nieuwe Economie aangebroken. Internet zou op enige duur de democratisering van de hele wereld verzekeren. De politiek was door de Nieuwe Economie en haar automatische zegeningen in een ondergeschikte rol gedrongen. Het beste bewijs voor dit collectief egocentrisme is Joegoslavië, waar binnen de grenzen van het Westen, in 'vakantiegebieden' in acht jaar 200.000 mensen zijn vermoord, terwijl de 'internationale gemeenschap' zich bepaalde tot het sturen van machteloze soldaten en diplomatiek gesputter tegen de plaatselijke bandieten.

Uit deze waan is het Westen in fasen verlost, door het barsten van de ICT-zeepbel, de aanslagen van 9/11 en het verloop van de oorlog in Irak. We zijn in oorlog met het internationaal terrorisme, zegt president Bush. Islamofascisme, zeggen deskundigen. Maar hoe? Er is onzekerheid over de fronten, de wijzen van bestrijding.

Scenario's bieden houvast. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, ze organiseren het debat. Dit is de verdienste van het scenario-achtig artikel van de Britse, aan de Universiteit van Harvard docerende historicus Niall Ferguson. In 2011, stelt hij zich voor, onderzoekt hij de geboorteweeën, de oorzaken van de Grote Golfoorlog die van 2007 tot 2011 gevoerd werd. In de eerste plaats noemt hij de demografische factor. Vergeleken met het Westen en zeker het Europese deel, is het Midden-Oosten jong. Eind jaren negentig was het geboortecijfer er tweemaal zo hoog als in Europa. En ten tweede levert het verreweg het grootste deel van de olie die de westelijke economie draaiend houdt. Dat om te beginnen.

Tot het begin van dit wereldconflict had het islamisme zijn toevlucht moeten nemen tot terroristische aanslagen. Het keerpunt kwam volgens Ferguson in 2007. In dat jaar erkenden de Amerikanen dat de oorlog in Irak was mislukt. Intussen was Iran verder gegaan met het bouwen van zijn kernbom. Europa had daarop zoals gebruikelijk halfhartig, diplomatiek gereageerd. Toen president Ahmadinejad de holocaust bleef ontkennen, besloot de FIFA dat Iran niet mocht meedoen met de wereldkampioenschappen voetbal. Het Amerikaanse publiek wilde na Irak niet het volgende oorlogsrisico en na de dood van Sharon was Israël in verwarring. Net als in de jaren '30 hoopte men dat de crisis vanzelf zou verdwijnen. En zelfs toen premier Netanyahu atoomraketten op Teheran richtte, veronderstelde men dat het hier om een herhaling van de Cubaanse rakettencrisis van 1962 ging.

In augustus 2007 kwam de ontknoping met de ontploffing van de kernwapens. Ferguson laat in het midden wie is begonnen. Het feit op zichzelf volstaat. Daarmee is de afbraak van het Westen begonnen. In de islamitische wereld worden de Amerikaanse bases bestormd, China belooft Iran militaire hulp en de oorlog betekent het einde van het olietijdperk en daarmee dat van de westerse expansie. En dan komt de aap uit de mouw: nu, in 2011, schrijft Ferguson, vragen de historici zich af of George W. Bush het met zijn principe van de preventieve oorlog misschien toch bij het rechte eind heeft gehad. Want hadden de Amerikanen toen de atoominstallaties van Iran vernield, dan was er geen vernietigende oorlog in het Midden-Oosten geweest.

Zo zit in ieder scenario een neus van Cleopatra. Als die niet zo mooi was geweest... Ja, wat dan? Ander voorbeeld. Als in 1948 de Geallieerden hadden besloten, de Sovjetblokkade van West-Berlijn met geweld te breken, in plaats van elf maanden de stad via de luchtbrug in leven te houden, was dan de Derde Wereldoorlog uitgebroken? Dat zullen we nooit weten, maar wel dat veertig jaar Koude Oorlog in Europa geen verwoestingen heeft aangericht en met de overwinning van het Westen is geeïndigd. De heer Ahmadinejad is een gevaarlijk man, hij haat Israël, heeft veel olie en werkt misschien aan een bom. De tijd dat zo'n gevaar met geweld kon worden bedwongen, zoals Israël het in 1981 met de Iraakse bom in aanbouw heeft gedaan, is voorbij. Er zijn nieuwe scenario's nodig die laten zien hoe het Westen zich uit zijn toestand van kwetsbaarheid en olieverslaving kan bevrijden, zonder dat het tot de volgende mondiale verwoesting komt. Aan het denken daarover zijn we nauwelijks begonnen.

    • H.J.A. Hofland