Het beloofde land

Daar zitten ze, 's morgens vroeg, in tram 26. De haren strak in de watergolf, de handtas tegen de buik geklemd. Ze hebben zich achter de vitrages en de geraniae weggerukt, om nu toch eindelijk 'Dat IJburg' eens te gaan bekijken. De wind waait amper, het zonnetje schijnt; een prachtige dag voor een excursie.

Het uitje is hen aangeboden door de Gemeente. Een wakkere wethouder heeft na bestudering van wat nota's over brede bevolkingsopbouw het licht gezien. Waarom zouden de zegeningen van de Vinex alleen de twee-kind-rijke-tweeverdieners toekomen? Deze wijk heeft toch ook onze oudere medeburger eindeloos veel te bieden!

Er is een supermarkt, weliswaar opgetrokken uit tentdoek, maar met een ruim assortiment koek, pap en luiers. Een snackbar met heerlijke kroketten, een kapper voor de spoeling en een dierenarts voor de poedel. Voorts een eindeloze stroom Bugaboo's, waarin de beeldigste baby's kunnen worden toegekird en legio mogelijkheden om op de oude dag nog wat bij te verdienen. De gemiddelde IJburger is bereid flinke bedragen neer te leggen voor een oppas van boven de 17, die op tijd komt en niet is vergroeid met een mobiele telefoon.

En de troef: 'Het Zorgcentrum'. Aldaar treft men 'Alles op Gezondheidsgebied onder één Dak': een apotheek, een fysiotherapeut, een speelgroep voor peuters getiteld 'Klets en go' (ik lieg niet) en een woest aantrekkelijke huisarts, die op zich al reden genoeg is om hierwaarts te trekken. Bejaard of niet bejaard.

Maar helaas: blind zijn de dames voor deze zegeningen. Waar de wethouder mogelijkheden ziet, zien zij slechts woestijn.

'Kijk nou toch, wat vreselijk, je zal hier maar wonen', schreeuwen ze. Hun stemmen inmiddels een hysterische octaaf gestegen.

Bij het eindpunt wachten ze gearmd op de tram richting centrum. Snel terug naar huis. Naar het Sodom en Gomorra. De troep en de hondenstront en de junks.

Hier valt veel te weinig te klagen.