Dol op oude mensen

Cock Wielaard is 70 en ze is dol op oude mensen - dat was zo'n beetje het eerste wat ze tegen me zei, en dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Als ik aan de ouderdom denk, zie ik mezelf met een druppel aan mijn neus en een holle boodschappentas aan mijn arm over de stoep schuifelen, of ik sta met mijn portemonnee te schutteren voor het loket op het postkantoor (dat komt trouwens nu al voor), en dan heeft, denk ik, iedereen een hekel aan me. Iedereen, behalve Cock Wielaard.

C. Wielaard (Vlaardingen, 7 aug. 1935) woont in Vlaardingen. Foto Roger Cremers Nederland, Vlaardingen, 02-01-2006 Cock Wieland PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Ze was getrouwd, ze heeft een zoon, maar die woont in Canada. Op haar 42ste is ze weer gaan werken, op dat moment (vóór de scheiding) eigenlijk vooral om iets om handen te hebben. 'Ik ben een doener, geen zitter.'

Op haar 55ste zat ze zonder baan en het solliciteren bezorgde haar alleen maar ergernis. 'Je kan wel roepen, ik ben goed, ik ben vitaal, maar dat helpt niks. En dan word je bemiddeld door een kipje van twintig, dat je om bewijzen van je bekwaamheden gaat zitten vragen.'

Toen bleken ze een directiesecretaresse te zoeken voor de OV-studentenkaart. Zij reageerde en 'ze' reageerden ook en op een gegeven moment betrad ze, mét al die ergernis in haar lijf, een vertrek vol mannen en sigarenrook. Pim Fortuyn had indertijd de leiding van dat project. En mevrouw, zei hij, als u op mijn stoel zat, hoe zou u dit gesprek dan aanpakken? Om te beginnen, zei zij roekeloos, zou ik de asbakken legen; het stínkt hier.

'Fortuyn keek niet naar uw leeftijd?'

'Geen moment. Hij was, dat mag ik misschien wel zeggen, heel goed in het kiezen van mensen om zich heen - allemaal heel slimme jonge mensen.'

'Nu hebt u het niet over de LPF?'

'Nu heb ik het over de OV-studentenkaart.'

Op haar 65ste met pensioen. In het begin ben je de koning te rijk met al die vrije tijd. Ze heeft veel vrienden, ze houdt van tennissen, ze houdt van reizen, ze houdt van wandelen, ze houdt van tuinieren (met een waterpistooltje onder handbereik, want ze houdt van vogels, van katten niet).

Maar je wilt toch ook wat nuttigs doen. En nu werkt ze alweer twee jaar mee aan een activiteit van de Stichting Ouderenwerk Vlaardingen. Signalerend huisbezoek heet dat, en ze toont me een 'vragenlijst in het kader van het uitstralingsproject preventieve zorg ouderen'. Laten we zeggen: een enquête.

Mensen vanaf 75 jaar. Je krijgt (na de nodige instructies natuurlijk) een stel vragenlijsten en een stel adressen. Zij doet er twee, drie, hooguit vier in de week, telkens een gesprek van twee tot drie uur.

'Wat zo opvalt', zegt ze, 'en dan vooral in contrast met de tegenwoordige ik-cultuur, dat zijn de waarden en normen van die mensen. Een vrouw ergens in de tachtig. Ze heeft het niet breed. Ik zeg dat ze in aanmerking komt voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Ze zit een tijdje naar buiten te kijken. Ze zegt: ik kan het nog opbrengen, laat de gemeente dat geld maar voor anderen gebruiken. Zo iemand kan ik wel zoenen.'

'En dan te bedenken', zeg ik, 'dat de gemeente dat geld in minder dan vijf minuten uitgeeft aan een of andere parasiet van een organisatiebureau.'

'Ja, daar word je ziek van.'

'Dus je zegt tegen zo'n vrouw: u bent een dief van uw eigen portemonnee.'

Maar nee, dat zegt ze niet. 'Zo'n vrouw heeft haar trots en dat neem ik haar niet af.'

Andere vrouw. Prachtig in de kleren, een popje. Ze was modeontwerpster geweest. Ze had jaren in Engeland gewerkt. Pensioentje zus, pensioentje zo, maar bij elkaar ónder het AOW-niveau. Zij vraagt of ze wel geld overhoudt om te eten en die vrouw zegt: acht, bruine bonen zijn ook lekker.

Andere vrouw. Zij maakt haar attent op de mogelijkheden van bijzondere bijstand en die vrouw zegt: maar dat gaat niet, ik heb geld op de bank, vijfduizend euro, want straks moeten ze me onder de grond stoppen en daar kan ik mijn kínderen toch niet voor op laten draaien?

Ik vraag of ze zich onveilig voelen en zij zegt: 'Nou, je hoort wel: die jongelui die maar over het trottoir fietsen, kunnen jullie daar niks aan doen? Natuurlijk, als je oud bent en je valt, je breekt wat, dan kan je hele bestaan in elkaar storten. Maar verder valt het wel mee. Als je echt oud bent, kom je niet veel meer buiten, zeker 's avonds niet. Nee, dat gevoel van onveiligheid... dan moet je eerder in mijn eigen leeftijdsgroep zijn. Gisteravond kwam ik in Rotterdam uit de schouwburg... de sfeer die er dan hangt... steeds het gevoel dat je over je schouder moet kijken.'

Ik vraag of ze eenzaam zijn en zij zegt: 'Dat komt vaak voor, dat ze heel veel en opgewonden zitten te praten. Of als je weggaat: o, wat was dat gezellig, kom nog eens terug. Die moet ik eigenlijk eens een bloemetje gaan brengen, denk ik dan, die moet ik eigenlijk eens bij mij thuis uitnodigen om samen een hapje te eten. Dan vertrek je met het gevoel dat je ze in de stéék laat.'

Samenvattend, over de ouderen van tegenwoordig: 'Ik krijg meer en meer respect voor ze. Ze hebben heus allemaal hun rugzakje met ellende, maar ze blijven rechtop. Het is een heel flinke generatie, waarvan we nu afscheid nemen.'

'Over vijf jaar', zeg ik, 'bent u zelf aan de beurt om geënquêteerd te worden. Ziet u er tegenop om oud te worden?'

En zij: 'Ik zie op tegen het lichamelijke ongemak. Ik zie er tegenop om mijn huis uit te moeten. Ik zie er tegenop mensen te verliezen die me dierbaar zijn. Dat wel.'