DNA-onderzoek bij huwelijk binnen familie 1

Maarten Huygen stelt in Opinie & Debat van 14 januari o.a. dat ”Een verbod op neef-nichthuwelijken zou moeten worden voorafgegaan door goede wetenschappelijke informatie.” Het is duidelijk dat Huygen zelf grote behoefte heeft aan wetenschappelijke informatie, want hij baseert zijn verhaal op onjuiste veronderstellingen. Het risico op geboortedefecten bij kinderen uit een neef-nicht huwelijk is inderdaad verhoogd, maar dit betreft uitsluitend recessieve aandoeningen, waarbij beide ouders een mogelijk gendefect kunnen doorgeven dat zij beiden van dezelfde grootouder hebben geërfd.

De kans op een geboortedefect is inderdaad gemiddeld ongeveer 3 procent, maar dat betreft slechts voor een klein deel recessieve aandoeningen. De kans op een gehandicapt kind neemt dus niet toe naar 6 procent. Deze kans is heel sterk afhankelijk van de aanwezigheid van recessief erfelijke ziekten in de betreffende familie of populatie en daar zou dus onderzoek naar gedaan moeten worden. Onderzoek bij Turkse en Marokkaanse families naar dragerschap van recessief erfelijke ziekten die veel voorkomen in de Turkse en Marokkaanse populaties, zoals thalassemieën, zou het risico op erfelijke ziekte al behoorlijk omlaag kunnen brengen.

De moslimvoorgangers zouden een voorbeeld moeten nemen aan hun joodse collega`s die al vele generaties advies geven aan potentiële huwelijkskandidaten over de kans op erfelijke ziekten, gebaseerd op kennis over de families. Tegenwoordig gaat dit vaak samen met een advies om naar een klinisch geneticus te gaan. De kans op een kind met een recessief erfelijke aandoening is sterk afhankelijk van de mate van verwantschap van de ouders. Een broer-zus huwelijk is om die reden in Nederland verboden. Een discussie over een mogelijk verbod op neef-nichthuwelijk (en zeker van oom-nichthuwelijk, waarbij de kans op problemen nog tweemaal zo hoog is) is misschien wel nodig, maar ik denk dat goede voorlichting belangrijker is.

    • Dr. G. Pals Klinisch Moleculair Geneticus