Bestrijding wiegendood succes

De wiegendoodpandemie die in de jaren tachtig in de westerse wereld heerste, is overwonnen door navolging van de Nederlandse praktijk om baby's op de rug te slapen te leggen.

Dat schrijven de kinderarts Ko van Wouwe en Remy Hira Sing, hoogleraar kindergeneeskunde aan het VU Medisch Centrum, vandaag in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Wiegendood was begin jaren tachtig in de westerse wereld de belangrijkste doodsoorzaak van baby's. Het verschijnsel wordt gedefinieerd als het plotseling, onverwacht overlijden in de slaap van een baby tot één jaar zonder dat daar een lichamelijke aandoening voor aan te wijzen is.

De afgelopen twintig jaar nam in Nederland de wiegendood per honderdduizend levendgeborenen met ruim negentig procent af, van 120 geregistreerde gevallen in 1985 tot 8 vorig jaar. De eerste daling zette in na 1987, toen jeugdartsen via de consultatiebureaus ouders adviseerden een baby op de rug te slapen te leggen. Dat gebeurde op initiatief van de Amsterdamse hoogleraar kindergeneeskunde Guus de Jonge, aanvankelijk onder felle kritiek van collega-kinderartsen. Zij gaven de voorkeur aan buikslapen omdat die houding het huilen van het kind beperkte en ten goede kwam aan de motorische ontwikkeling.

De succesvolle Nederlandse methode werd met de leuze back to sleep in 1991 overgenomen door Groot-Brittannië en in 1994 door de Verenigde Staten.

Op de rug: pagina 3
    • Wubby Luyendijk