Angela Merkel mag niet té goed zijn

Haar eerste honderd dagen als Kanzlerin heeft Angela Merkel nog niet achter de rug, en het is maar vijf maanden geleden dat zij in de Bondsdagverkiezingen als lijsttrekker van de CDU/CSU tegen een even onverwachte als teleurstellende overwinningsnederlaag aanliep, maar inmiddels is haar nationale populariteit enorm gestegen en waait de internationale lof haar van alle kanten toe. Dat is opmerkelijk. Zij geeft leiding aan een grote coalitie met de SPD, een coalitie van grote verliezers die elkaar tot voor kort vele jaren van harte minachtten. Binnen haar partij is haar machtsbasis ondanks haar partijvoorzitterschap en haar vroegere ministerschappen onder kanselier Kohl, haar politieke promotor, eigenlijk smal.

Opgegroeid in de DDR heeft zij een andere, afstandelijkere houding tot de gewezen West-Duitse Bondsrepubliek dan het merendeel van haar partijgenoten. Zij heeft weinig echte vrienden in de sociale vleugel van de CDU, en evenmin in de conservatieve vleugel, terwijl zij in de kring van regionale partijprominenten, de CDU/CSU-premiers in de deelstaten dus, soms eerder concurrenten dan makkers heeft. Hier en daar vinden nu stilgevallen partijgenoten dat zij in de formatieonderhandelingen nogal veel personele en programmatische concessies aan de SPD heeft gedaan om een coalitie onder haar leiding te verkrijgen en daarmee haar eigen doel nú te bereiken. Dat - weinig echte vrienden, grote doelbewustheid - past misschien wel bij haar natuur van een ambiteuze loner, zoals de politicoloog Gerd Langguth haar tekent in zijn Merkel-biografie van zomer 2005.

De vijftigjarige Merkel is aangetreden onder moeilijke omstandigheden, waarbij het feit dat zij niet de gewenste coalitie met de liberale FDP kon aangaan, maar moest besluiten tot een coalitie met de SPD, misschien nog een blessing in disguise zal blijken. Met de SPD als partner beschikt Merkel immers over een politiek draagvlak dat, mocht de coalitievrede gehandhaafd blijven, grote stappen naar de sanering, aanpassing en modernisering van Duitsland, en daarmee naar een groter psychisch evenwicht, mogelijk maakt.

Het is daarbij goed om te bedenken dat Duitsland sinds zijn eenwording in 1990 voor een loodzware drieslag staat: 1) het moet leren leven met zijn status van grootste, geheel soevereine en economisch machtigste staat van Europa, waarvan de buren geen zelfmedelijden maar leiding en koele initiatieven verwachten; 2) het moet de dure opbouw van de vroegere DDR financieren en tegelijkertijd, net als andere EU-staten - het onderwijs verbeteren, de sociale zekerheid en het gezondheidsstelsel saneren en daarbij de consensus bewaren onder een bevolking die in meerderheid terugkijkt op een halve eeuw almaar groeiende welvaart; 3) het zal in een globaliserende wereld dramatische interne veranderingen moeten verwerken of - liever nog - die zelf op gang moeten brengen. Duitse producten waren de ruggengraad van de economie, weliswaar duur, maar zó goed dat zij zonder veel reclame verkocht werden. Maar dat is veranderd, auto's en machines maken lukt elders nu even goed en veel goedkoper.

Internationale lof heeft Merkel gekregen op een terrein waar zij nauwelijks ervaring had: het buitenlands beleid. Zij ging, uiteraard, eerst op bezoek in Frankrijk, waar zij vriendelijk luisterde naar Chiracs pleidooien voor een as Parijs-Berlijn zoals in de dagen van haar SPD-voorganger Schröder, maar daarin niet meeging, ongetwijfeld tot tevredenheid van Londen, Rome en Madrid en van kleine EU-staten als Nederland die wat hebben tegen zulke directoraatachtige plannen van de groteren. Aan haar bezoek aan Parijs verbond zij een trip naar Brussel om daar, ook voor de goede verstaanders in Washington en de EU, zowel de NAVO als de Europese Commissie aan te doen.

Even daarna wist zij met een compromis, mede ten nadele van de Duitse en ten voordele van de Poolse kassa, een einde te maken aan het taaie touwtrekken over de financiering van de Europese Unie na 2007, wat tot tevredenheid leidde in Warschau, waar een Russisch-Duits akkoord van Poetin en Schröder over de bouw van een aardgasbuisleiding door de Oostzee even eerder oude argwaan had laten herleven. Zoals Merkel kans zag om meer van de erfenis van Schröder op internationaal gebied ongedaan te maken. Namelijk door naast openlijke kritiek (Guantánamo) in Washington oude banden aan te halen en in Moskou bij Poetin te waken voor de innigheid die Schröder er had vertoond.

Binnenkort nog een bezoek aan Israël - slaagt dat ook dan heeft Merkel als buitenlandspolitieke autodidact een meesterproef gedaan.Maar ook dan moet de belangrijkste proef nog komen, namelijk die in Duitsland zelf, met de SPD, een vijand die gelegenheidsbondgenoot werd en die nu al nerveus raakt over Merkels stijgende populariteit. Een onmogelijke opgaaf, eigenlijk: Angela Merkel moet het wèl goed doen, maar al te goed is weer riskant.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.M. Bik