Zorgverzekeraars, stop met stunten

Het is tijd dat de aandacht in het debat over de nieuwe zorgverzekering verschuift van de hoogte van de premie naar de gevolgen voor de zorg zelf, vindt Hans Maarse.

De nieuwe wet op de zorgverzekering is nog maar ruim twee weken oud en nu lijkt zij reeds een aardverschuiving op te leveren. Het aantal mensen dat van verzekeraar en polis wisselt, blijkt veel groter dan veel deskundigen voor mogelijk hielden. Volgens de meest recente gegevens zou het aantal wisselaars ruim boven de 25 procent kunnen uitkomen. Dat komt neer op meer dan 4,5 miljoen wisselaars.

De huidige premieslag in combinatie met het aanbod van genereuze polisvoorwaarden (vooral in de aanvullende verzekering) is vermoedelijk voor een groot deel te verklaren uit de 'de-eerste-klap-is-een-daalder-waard- theorie': keuzevrijheid en marktwerking zullen vooral de eerste jaren tot forse verschuivingen leiden, waarna stabilisatie optreedt. Wat deze theorie waard is moet blijken. Feit is dat zorgverzekeraars nu over elkaar heen duikelen met lagere premies en genereuze aanbiedingen. Zij willen de eerste slag niet missen, ook al impliceert dit fors interen op hun vermogen.

Dit 'sinterklaasfeest' kan niet zo lang duren. Een van mijn masterstudenten - een fysiotherapeut - was altijd een tegenstander van marktwerking. Inmiddels is hij voor want hij verwacht een enorme uitbreiding van zijn praktijk. Oorzaak: de genereuze inhoud van veel aanvullende pakketten. Dat is niet vol te houden.

Sommige insiders betogen dat de premie voor de basisverzekering structureel zeker 7 procent te laag ligt. Volgend jaar of het jaar daarop mogen we daarom een forse inhaalslag verwachten. De directeur van Zorgverzekeraars Nederland noemde al een percentage van 15 procent. Ook de toezichthouder die de financiële positie van de zorgverzekeraars in de gaten houdt zal zich roeren. Bij onze zuiderburen was het de toezichthouder die sommige mutualiteiten enkele jaren terug dwong een einde te maken aan de vrije toegang tot hun aanvullende verzekeringen omdat die strategie hun solvabiliteit in gevaar bracht.

Ik verwacht dat zorgverzekeraars voor veel van de aanvullende polissen al gauw een soort 'sterfhuisconstructie' zullen bedenken omdat ze bedrijfseconomisch onhoudbaar zijn. Dat kan bijvoorbeeld door de premies van de bestaande polissen drastisch te verhogen en tegelijkertijd lager geprijsde polissen met een beperkter pakket op de markt te brengen.

In het debat over de nieuwe zorgverzekering worden enkele zaken steeds over het hoofd gezien. Zoals het maatschappelijke effect van de onvermijdelijke inhaalslag op premiegebied. Die inhaalslag zal het cynisme van de burger over de overheid vergroten. Men zal zich gepakt voelen. Een geleidelijke verhoging van de premies valt daarom veruit te prefereren boven schoksgewijze bewegingen. In die zin levert de marktwerking een irrationeel resultaat op. De inhaalslag zal ook het vertrouwen in de zorgverzekeraar aantasten, en dat is precies wat ze niet kunnen gebruiken.

Voorts plaatst de massale 'volksverhuizing' de zorgverzekeraars voor een groot probleem. Het overgrote deel van de verzekerden stapt niet over omdat men over zijn huidige verzekeraar ontevreden is, maar omdat een andere verzekeraar een betere aanbieding in huis heeft. Ik ken verzekerden die 25 jaar in volle tevredenheid bij dezelfde verzekeraar aangesloten zijn geweest en nu wisselen. Hoe gaan verzekeraars verzekerden aan zich binden, nu de opportunistische klant of collectiviteit elk jaar weer kan opstappen? Hoe zal dat hun bereidheid tot investeren in de zorg beïnvloeden?

Het valt te vrezen dat veel verzekeraars het vooral zoeken in allerlei initiatieven waarvan zij vermoeden dat die goed in de markt liggen zoals nu weer de campagne van OHRA om te stunten met een jaarlijkse check-up: marktrationaliteit wint het van verstandige zorg. Investeren vergt een langetermijnvisie waarbij de kosten voor de baat uitgaan. Maar als de klant vooral geïnteresseerd is in de laagste premie wordt het erg lastig.

De overheid heeft een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de verzekeraars gelegd. Hoe gaan zij die waarmaken? Lagere premies zeggen lang niet alles. De activiteiten van de verzekeraars bij de inkoop van zorg zijn ook belangrijk. Het wordt tijd dat de aandacht in het publieke debat over de nieuwe zorgverzekering verschuift van de hoogte van de premie naar de gevolgen voor de zorg zelf. Anders gezegd: leidt de grotere verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars ook tot aantoonbaar betere zorg? Al die tientallen miljoenen die nu verstookt worden aan dure reclamecampagnes zijn weggegooid geld als de zorg er niet beter van wordt.

Prof.dr. J.A.M. Maarse is hoogleraar beleidswetenschappen aan de faculteit Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht.

    • Hans Maarse