Zalmroze directoire

Zou het kamermeisje van het hotel op Sri Lanka de camera hebben gestolen?

Wie verre reizen doet kan veel verhalen. Maar niet op de verzekering is onze ervaring. Als op Sri Lanka blijkt dat de panoramacamera uit onze afgesloten hotelkamer is gestolen, heb ik dan ook alle reden de polis na te pluizen. Dat doe ik aan de bar. 'Wat ben je gezellig', moppert mijn vrouw. Ze vindt het niet de moeite waard. Het was maar een goedkoop ding.

'Jíj hebt makkelijk praten, ík moet er hard voor werken.'

'Dan drink je maar wat minder whisky.'

Jim de barkeeper heeft het woord whisky opgevangen en haast zich mijn glas te vullen. Ik kan niet stuk bij Jim sinds ik hem vroeg naar het 'kakhusie' - de Singalese aanduiding voor het toilet, die nog uit de VOC-tijd stamt. Ik vraag hem wat we met de diefstal aan moeten. Je zou het kunnen melden bij de manager, oppert hij, maar dan wordt het kamermeisje ontslagen. 'Dát bedoel ik nou', zegt Gerarda. Maar Jim is nog niet klaar: het kamermeisje hoeft het niet gedaan te hebben, want er is al heel lang een masterkey zoek. Gerarda is furieus. Ze zal die manager wel eens de waarheid vertellen. 'Niet zeggen dat u het van mij hebt', roept Jim ons na.

De manager onderwerpt ons aan een soort kruisverhoor. De reputatie van zijn hotel staat op het spel. Hij wil het tot op de bodem uitzoeken. Aangifte doen hoeft niet, beweert hij. Zijn verklaring zou voldoende zijn voor de verzekering. In de polis staat nu juist van niet. Ik eis dat de politie erbij gehaald wordt. Hij insinueert dat wij de camera misschien wel hebben verkocht en waarschuwt dat de politie in Sri Lanka anders tegenover verdachten optreedt dan die in Nederland. Gerarda haalt uit: 'Ik zou de politie eerst maar eens uit laten zoeken wie er allemaal op onze kamer kon komen.' De manager verbleekt. Zouden ze het weten van de verdwenen sleutel?

Ineens zijn we geen verdachten meer. 'U bent keurige mensen, dat zag ik meteen. Kon ik dat maar van alle gasten zeggen', verzucht hij. We weten wat hij bedoelt. Een groep Australiërs misdraagt zich. De hele dag hangen ze slempend en schreeuwend rond het zwembad.

Omdat we in de buurt moeten blijven tot de politie er is, gaan we maar een hapje bij kaarslicht eten in het restaurant van het hotel. Heel sfeervol, alleen kun je niet zien wat je eet. Maar het ruikt en smaakt goed. Vis.

Terwijl we toetasten stormen de Australiërs naar binnen. Ze schuiven ongevraagd aan bij de andere gasten en prikken doodgemoedereerd een vorkje mee van hun borden. Gerarda schiet in de lach en verslikt zich. Ik klop haar op haar rug. Ik herinner mij een kerstdiner in mijn ouderlijk huis. Mijn moeder had zich verslikt in een botje. Mijn vader keerde haar ondersteboven en schudde haar heen en weer. Ik zie nog zijn rood aangelopen hoofd boven haar zalmroze directoire. Gerarda weegt veel minder dan mijn moeder. Toch zou het nog een hele hijs zijn. Terwijl zij naar lucht hapt, schat ik haar reactie in wanneer ik hetzelfde met haar zou doen. Ik denk dat ze nog liever stikt.

De manager verschijnt in het gat van de deur met twee politiemannen in zijn spoor. We moeten mee naar het bureau, maar de visgraat zit Gerarda nog steeds dwars. We mogen van de politie naar de dokter, als we meteen weer terugkomen.

Hoewel ze nog steeds een naar gevoel in haar keel heeft, kan de dokter niets vinden. Het is een man naar mijn hart: geen graat, geen rekening. Vlakbij de ingang van het hotel biedt een junk voor géén geld een panoramacamera te koop aan. Het is die van ons, dat kan niet missen. Ik overweeg om 'm te kopen en de politie wijs te maken dat we de camera alsnog hebben gevonden. Alles opgelost, iedereen tevreden, kamermeisje mag blijven. Gerarda is inmiddels weer helemaal de oude: 'Heb ik het niet gezegd? Hoor je het eens van een ander. Zo'n ding kost maar een krats.'