Werkloosheid onder allochtone jongeren verdubbeld

De werkloosheid onder allochtonen in Nederland is sterk gestegen, van bijna tien procent in 2001 tot ruim twintig procent vorig jaar. Onder allochtone jongeren is de werkloosheid zelfs twee keer zo hoog, veertig procent. Dat is twee keer zo veel als onder autochtone jongeren.

Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag op basis van onderzoek naar de leefsituatie van Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in de vijftig grootste gemeenten. Hier woont 36 procent van de autochtone en ruim 75 procent van de allochtone bevolking.

De werkloosheid onder allochtonen blijkt het hoogst onder Marokkanen (27 procent), bij Antillianen is dat 22 procent, bij Turken 21 procent en onder Surinamers bedraagt deze 16 procent.

Daar staat tegenover dat het aantal allochtonen met een vaste baan of een eigen bedrijf de afgelopen tien jaar fors gestegen is, naar 450 duizend. Dat is 41 procent van de niet-westerse allochtonen tussen de 15 en 64 jaar. Van de autochtone groep heeft 61 procent betaald werk of een eigen bedrijf.

Het Planbureau waarschuwt voor de gevolgen van de hoge werkloosheid onder allochtone jongeren. Betaald werk is volgens het SCP nog altijd een van de belangrijkste middelen voor de integratie tussen bevolkingsgroepen. 'De recente onlusten in de Franse voorsteden vonden een belangrijke voedingsbodem in de hoge werkloosheid onder jongeren', zo waarschuwt het SCP.

Steven van Eijck, commissaris voor het Jeugdbeleid en voormalig staatssecretaris van Financiën, is geschrokken van het onderzoek. 'Dit zijn buitengewoon schokkende cijfers. De bestrijding van jeugdwerkloosheid heeft de hoogste prioriteit. Dit moet vooral lokaal aangepakt worden', zegt hij.

Hij vindt daarom dat elke gemeente in Nederland een 'wethouder Jeugdbeleid' moet krijgen. 'Nu zijn allerlei verschillende wethouders met deze problematiek bezig. De verschillende instellingen zijn niet goed op elkaar aangesloten. Als een jongere zijn school niet afmaakt, is dat bij een andere instelling pas een half jaar later bekend. Dan heeft die jongere al een half jaar thuis gezeten voordat er iets gedaan wordt.'

Jongeren die uitvallen uit mbo of vmbo moeten volgens Alfred van Delft, secretaris van werkgeversorganisatie MKB-Nederland, door de school of de gemeente bij de hand worden genomen.

'Allochtone jeugd in de val'

'Anders raken ze te ver van de arbeidsmarkt verwijderd', zegt Van Delft.

Waarom hebben allochtonen meer kans werkloos te worden dan autochtonen? Werkgevers selecteren, aldus het SCP, als gevolg van de laagconjunctuur vooral op opleidingsniveau en beheersing van de Nederlandse taal. Dat treft vooral de allochtonen zonder werkervaring en met weinig opleiding. Bovendien hadden veel van deze allochtonen in de jaren negentig een tijdelijke baan, die zij bij de omslag van de economische conjunctuur weer verloren.

Verder signaleert het SCP dat maatregelen om werkgevers aan te sporen allochtonen aan te nemen, zoals de Wet Samen en het mkb-convenant, de laatste jaren zijn verdwenen.

'Allochtone jongeren zitten in een drievoudige val', zegt Hans de Boer, van de Task Force Jeugdwerkloosheid. 'Ze zijn jong', zegt hij, 'en alle jongeren hebben het nadeel van een slechte economie'. Daarnaast is het drop-out percentage onder allochtone jongeren twee tot drie keer zo hoog als onder autochtone jongeren. Ook bewegen ze zich niet in de juiste netwerken op de arbeidsmarkt. 'Verder melden ze zich vaak niet bij het Centrum voor Werk en Inkomen en dan kunnen wij ze niet bereiken.'

Maar wat minstens zo belangrijk is, zegt De Boer: allochtone jongeren hebben een slecht imago op de arbeidsmarkt. Ze krijgen vaker een tijdelijk contract omdat 'werkgevers de kat uit de boom kijken', zegt De Boer. 'Ik word daar niet blij van, maar ik begrijp het wel.'

Arjen Ploegmakers, beleidsmedewerker arbeidsmarkt en onderwijs bij de vakbond FNV, vindt daarom 'dat moet worden geprobeerd via CAO-onderhandelingen afspraken te maken, zodat werkgevers allochtone jongeren aannemen', zegt hij. 'We kunnen bijvoorbeeld afspreken dat bepaalde uitzendbureau's waar veel allochtonen zijn ingeschreven in de arm worden genomen.'

De weg naar het uitzendbureau weten allochtone jongeren namelijk wel te vinden. Bij uitzendbureau Randstad bestaat 10 tot 12 procent van de flexwerkers uit allochtonen. 'Het grootste deel daarvan is jong', zegt Roland Berendsen, directielid van Randstad Nederland. Als allochtonen moeilijk aan werk te helpen zijn, ligt dat volgens hem vaak aan een afgebroken opleiding. De arbeidsmarkt ontwikkelt zich naar boven, zegt hij. 'Je moet meer kunnen en weten: lopende band-werk is er steeds minder.'

Toch ligt er ook verantwoordelijkheid bij de allochtone jongeren zelf, vindt Hans de Boer. 'Als ze geen diploma's halen of ze melden zich niet bij het CWI kunnen we er echt niks mee.' Allochtone jongeren 'moeten zich realiseren dat ze zonder een goede opleiding niet in de Nederlandse samenleving kunnen groeien', zegt Alfred van Delft van het MKB. 'Soms hebben ze een houding van 'het CWI zal mij wel helpen'.

Randstad ziet dat jongere allochtonen het liefst bij grote bekende bedrijven werken, zoals KLM, KPN en ABN Amro. 'Het telt voor hen ook dat hun ouders het bedrijf kennen', zegt Berendsen. 'Mogelijk beperken zij hun eigen mogelijkheden daarmee.'

Hans de Boer van de Taskforce Jeugdwerkloosheid vindt het hoe dan ook 'heel erg jammer' als allochtone jongeren buiten de boot blijven vallen bij het vinden van een baan. Het is economische verspilling. 'We hebben ze met de naderende vergrijzing hard nodig.'