Voedsel bepaalt kuikengeslacht

Kakapo's zijn dikke groene looppapegaaien. Ze krijgen meer zonen als er veel te eten is. Wat eens een nuttige evolutionaire aanpassing was , is nu een probleem voor deze met uitsterven bedreigde vogel.

A Kakapo is seen in Chalky Island, New Zealand, in this undated photo provided by New Zealand Conservation Department. New Zealand conservation staff are hoping a vaccination drive will save some of the few remaining chubby, flightless Kakapos, after three of the fewer than 100 remaining wild birds died of a deadly bacteria. The government on Wednesday, July 14, 2004, cleared scientists to inject the parrots with a vaccine usually administered to turkeys to fight the infection. There are only 83 of the four-kilogram (nine-pound) Kakapos known to be living in the wild in New Zealand. (AP Photo/New Zealand Conservation Department, HO) De kakapo is een loopvogel die zich miljoenen jaren handhaafde, tot de mens arriveerde. (Foto AP) Associated Press

Slimme toepassing van inzichten uit de evolutietheorie kan helpen om bedreigde diersoorten te redden. Dat heeft bioloog Bruce Robertson van de universiteit van Canterbury in Nieuw-Zeeland aangetoond in een experiment met de kakapo. Van deze dikke, groene nachtpapegaai die niet kan vliegen zijn er nog naar 86 over, verspreid over enkele Nieuw-Zeelandse eilanden. Robertson en zijn collega's publiceren over de proef in het komende nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Biology Letters.

De kakapo (Strigops habroptilus) is een loopvogel die zich op Nieuw-Zeeland miljoenen jaren lang goed kon redden - totdat de eerste mensen er arriveerden. Jagende Maori's, ratten en wezels (eind 19de eeuw uitgezet om de ratten te bestrijden) brachten de soort aan de rand van de afgrond. De strategie van de kakapo om bij confrontaties met aanvallers stokstijf te blijven staan in de hoop tegen de groene achtergrond niet op te vallen, heeft aan zijn overlevingskansen niet bijgedragen.

Medio jaren negentig waren er nog 51 kakapo's over. Sindsdien groeit de populatie weer. Het bijvoeden van 'wilde' kakapo's (elk exemplaar heeft een naam, zie www.kakaporecovery.org.nz) bleek een succesvolle maatregel Maar er was een probleem: de kakapo's kregen veel meer zonen (70 procent) dan dochters (30 procent).

Robertson bedacht dat de scheve verhouding misschien evolutionair te verklaren was. Hij gebruikte daarvoor een hypothese die in 1973 naar voren is gebracht door de bioloog Robert Trivers en de wiskundige Dan Willard. Zij betoogden dat moeders in een goede conditie waarschijnlijk meer zonen zouden voortbrengen dan moeders in een slechte conditie - tenminste bij soorten waarvan de mannetjes onderling sterk verschillen in voortplantingssucces.

Dat laatste is het geval bij soorten meteen harem, maar ook bij vogels - zoals de kakapo - paren op een 'lek': een gebied waarin rivaliserende mannetjes samenkomen en strijden om de vrouwtjes. De 'zonen-of-dochters-strategie' zou in de genen kunnen zijn vastgelegd als zij in de loop van de evolutie relatief meer nakomelingen opleverde. Biologen gaan ervan uit dat goed doorvoede vrouwtjes sterkere nakomelingen hebben. Dat is aangetoond bij auerhoenders en korhoenders, zegt prof. Jan Komdeur, specialist op het gebied van vogelevolutie (Rijksuniversiteit Groningen).

Zwakke zonen van slecht doorvoede moeders maken in een lek weinig kans op voortplanting. Een vrouwtje in zwakke conditie heeft (evolutionair gezien) meer aan dochters: die leveren tenminste nog nakomelingen op als ze worden gedekt door het dominante mannetje. Een moeder in topconditie kan daarentegen voor de hoofdprijs gaan: een dominante zoon met zeer veel nakomelingen.

Bruce Robertson vermoedde in 2001 dat het bijvoeren van vrouwelijke kakapo's het mechanisme voor meer zonen in werking had gezet. Hij besloot vrouwtjes alleen bij te voeren als hij verwachtte dat hun gewicht in december (vlak voor het paringsseizoen) onder de 1,5 kilogram zou liggen. (Onder de 1,5 kilogram legt het vrouwtje helemaal geen eieren). Die aanpak was succesvol: het percentage mannetjes daalde van 70 naar 50.

'Dit resultaat is heel erg belangrijk voor wetenschappers die met uitsterven bedreigde diersoorten proberen te behouden', aldus Komdeur. 'Ook dierentuinen die zeldzame soorten hebben, kampen soms met een overschot aan jongen van een bepaald geslacht. Voedselmanipulatie kan dan een oplossing zijn.' Komdeur wijst erop dat het krijgen van zonen onder goede omstandigheden geen algemeen principe is, maar afhangt van de sociale situatie waarin een soort zich voortplant. Hij ontdekte dat de Seychellenrietzanger onder voedselrijke omstandigheden juist veel vrouwelijke nakomelingen heeft. Bij een overschot aan dochters helpen deze vrouwtjes met de opvoeding van alle jongen.

    • Michiel van Nieuwstadt