Straatpraatje

We kennen de regels van drie-keer-kussen, deur-open-houden en bedankbriefje. Maar wat te doen in situaties waar nog geen gedragsregels voor bestaan? Een poging tot hulp. Aflevering 2 van 'de jungle': hoe voorkom je 'smalltalk' op straat?

Illustratie Michiel van de Pol Pol, Michiel van de

Op borrels, bij de koffie-automaat en in het rookhol is het niet te vermijden: het praatje. Of je moet heel goed zijn in het filosofisch-in-het-wijnglas-staren en aanverwante vermijdingstechnieken.

Maar op straat, lopend of fietsend, dus in beweging, iemand ontwijken die een praatje met je dreigt te gaan maken, dat wil nog wel eens lukken. Er bestaan verschillende technieken voor. De een is doeltreffender dan de andere.

Comedian Larry David, de bedenker van Seinfeld, een man die met herkenbare neuroses miljoenen dollars heeft verdiend, noemt het de stop-and-chat: even stilstaan en praten met degene die je toevallig op de hoek, in het park, voor de bioscoop tegenkomt. Hij is er pertinent tegen. 'Ik kan geen smalltalk!' klaagt hij in Curb Your Enthusiasm, zijn eigen tv-serie, tegen zijn vrouw.

Er zijn meer mensen die geen smalltalk kunnen, vooral als er geen goede aanleiding is. (Tip: maak deze week nog even gebruik van het standaardgesprek 'Gelukkig nieuwjaar! Of eh, haha!, mág dat al niet meer?' Genoeg stof voor zeker een minuut, waarin Driekoningen, kalende kerstbomen en de moeilijkheid om het jaartal '2006' te onthouden ook nog behandeld kunnen worden.) Laatst hoorde ik zelfs iemand klagen dat hij een boekje 'Smalltalk in het Engels' nodig had voor werkborrels in andere landen. Een gat in de markt, volgens mij.

Terug naar het straatpraatje. De bekendste manier om dat te ontwijken is tempo maken. Vooral op de fiets is dit vrij makkelijk te doen. Het object waarmee het straatpraatje gemaakt dreigt te worden, nadert. Hij heeft je nog niet gezien. Begin maar vast wat harder te trappen, dan kom je haastiger over. Nu ziet hij je. Zwaai enthousiast, roep 'Hoooi!' en trap stevig door. Kijk nog even om (hij kijkt nu ook om), maak het internationale treurige handgebaar dat betekent: jammer dat ik je nu niet kan spreken maar ik moet zo nodig ergens heen! En rijd door zonder schuldgevoel.

Moeilijker is het als je lopend bent. Om gewoon keihard door te lopen, is eigenlijk geen mogelijkheid: het is te makkelijk om af te remmen voor de stop-and-chat. Doorlopen is dus te bot. Hier biedt de mobiele telefoon uitkomst. Klem hem aan je oor voordat het naderende mens jou gespot heeft. Doe geen nepdialoog, dat is alleen weggelegd voor echte acteurs. Luister gewoon intensief knikkend en fronsend naar de fictieve persoon aan de andere kant van de lijn. Een belangrijk werkgesprek, daar ben je mee bezig. Een telefonische sollicitatie, misschien wel! Nu zwaaien, en met vertwijfelde blik en wijzend op de telefoon het internationale gebaar maken dat betekent: jammer dat ik je nu niet kan spreken maar ik moet dit extreem belangrijke gesprek voeren!

Dit is een moderne techniek, maar hij vereist echt veel minder lieg- en acteertalent dan de meeste mensen denken. Toch ken ik nog steeds figuren die het straatpraatje vermijden zoals ze dat in de prehistorie deden, namelijk door achter een boom te gaan staan. Ja, echt. Geloof me, dit is een heel riskante techniek. Ten eerste zullen andere mensen op straat je vreemd aankijken. Ten tweede riskeer je dat degene met wie jij een straatpraatje ontwijkt, je achter die boom ziet staan, waarmee je voor eeuwig zijn vijand bent geworden. Wat misschien niet eens zo erg is. Met deze persoon hoef je in ieder geval nooit meer het straatpraatje te voeren.