Rainer en zijn geesteszieken

Donkere krassen en vegen dansen woest over het grafiekpapier. Met ferme vaart zijn ze neergezet, alsof de kunstenaar bezeten is. Oostenrijker Arnulf Rainer (Baden, 1929) maakte deze tekeningen eind jaren zestig, onder invloed van mescaline en alcohol. Hij wilde de bezetenheid over zichzelf afroepen, in een poging de gekte op papier te krijgen.

Arnulf Rainer, 'Der Lächler mit der Grossen Augenöffnung Messerschmidt: Ein Naweiser, Spitzfindiger Spotter, ca. 1977. Vette krijt op foto, 60 x 50 cm.

In het Gemeentemuseum Den Haag is Rainers werk voor het eerst te zien in combinatie met zijn collectie Outsider Art of Art Brut - werken die psychiatrische patiënten gemaakt hebben bij wijze van creatieve therapie. In de catalogus stelt Rainer dat psychiatrische aandoeningen een blikvernauwing, een monomane blik opleveren. Door het gebruik van geestverruimende middelen ontstaat volgens hem eenzelfde soort geconcentreerde blik.

Rainer deelt zijn interesse voor de kunstuitingen van geesteszieken met de Surrealisten - hij heeft kort contact gehad met hun leider André Breton - en met kunstenaar Jean Dubuffet. Met verzamelen begon hij al in de jaren zestig. Mede door de contacten van zijn vrouw, een Tsjechische psychiater, kocht hij werken van vooral Oost-Europeanen aan. Ook is er werk van patiënten uit het Haus der Künstler. Deze afdeling van psychiatrisch ziekenhuis Klosterneuburg bij Wenen (tegenwoordig Gugging) was een initiatief van psychiater Leo Navratil. Hij wilde patiënten de kans geven zich creatief te uiten, om ze dan via de kunstmarkt weer deel te laten nemen aan de maatschappij.

Natuurlijk is het leuk om op zoek te gaan naar sporen van invloeden van outsider art in Rainers tekeningen en foto's. De donkerte en de expressie waarmee hij de lijnen over fotoportretten of papier laat lopen, tref je gek genoeg vrijwel nergens aan, behalve bij Franz Kernbeis en Johann Hauser. Maar dan blijkt dat Rainer met hen samenwerkte volgens zijn bekende principe van overschilderen. Voor deze zogenoemde Übermalungen, in 2000 nog te zien in het Stedelijk Museum, voorziet hij zijn eigen fotoportretten of werk van anderen van expressieve vegen en kleurvlakken.

Zo eenduidig en herkenbaar als het werk van Rainer is, zo divers is zijn collectie outsiders. Er is werk van vóór 1945, toen er nog geen psychofarmaca werden voorgeschreven die, zo zegt Rainer, het creatieve proces belemmeren. Maar er wordt ook werk van nog producerende kunstenaars tentoongesteld. Niet elke outsider heeft dezelfde bagage. Zo zijn er fascinerende tekeningen uit 1949 van geheimzinnige apparaten van Leopold Domenico. Hij maakte kleurige doorsnedes van wat een onderzeeboot zou kunnen zijn, of een rond gebouw.

Een aantal outsiders is binnen het genre zeer succesvol geworden. De werken van Louis Soutter (1871-1942) in deze collectie zijn verbluffend: spinachtige mensfiguren met groteske koppen in bibberige, vette lijnen. Hij penseelde ze met zijn vingers, iets wat Rainer in de jaren zeventig weer tot zijn Fingermalereien inspireerde.

De combinatie van de twee is een geslaagde: de verzameling Outsider Art laat zien hoezeer Rainer zich laat inspireren door een wereld van waanzin. Door het gebruik van hallucinogene middelen gaat Rainer veel verder dan degenen die werkelijk waanzinnig waren of zijn. Dit is het duidelijkst in zijn reeks Faces Farces, waarin hij vertrokken gezichten neerzet die bij aanvallen van psychosen zouden horen. De waanwereld van de outsider-kunstenaars is toch een stuk rustiger.

Soms zijn de outsider-tekeningen gelaagd en scherp, zoals de spotprent van Ida F.S. Maly uit 1932, waarop ze een bewaakster afbeeldt als een vervelend, monsterlijk type dat een miezerig meisje bij de oren grijpt. En soms zijn de werken ongelofelijk amateuristisch en niet meer dan een creatieve uiting die het therapeutisch doel niet ontstijgt. Toch weet de veel ingetogener outsider art de aandacht weg te kapen van de kunstenaar die willens en wetens de gekte opzoekt en blijft steken in groteske, dramatische gebaren.

Tentoonstelling: Arnulf Rainer en Outsider Art. T/m 12 maart in het Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo, 11-17u. Inl. 0703381111, www.gemeentemuseum.nl